<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2017:4900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-19T14:27:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-12-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5901196 / CV EXPL 17-5121</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:4900">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:4900</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-12-19T14:26:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2017:4900 Rechtbank Noord-Nederland , 19-12-2017 / 5901196 / CV EXPL 17-5121</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2017:4900:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter heeft de zaak verwezen naar de handelskamer van de rechtbank, omdat het geschil van partijen betrekking heeft op een financieel belang dat de bevoegdheid van de kantonrechter overstijgt. De handelskamer zal de zaak meervoudig behandelen en beslissen en de kantonrechter heeft aangekondigd dat de meervoudige handelskamer - gelet op de belangen van partijen - op 3 januari 2018 een vonnis zal wijzen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2017:4900:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer: 5901196 / CV EXPL 17-5121</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter d.d. 19 december 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de Coöperatieve vereniging van eigenaren in het winkelcentrum "De Paddepoel"</emphasis>,</para>
      <para>die statutair is gevestigd in Groningen,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.J.M. Spierings, die kantoor houdt in Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">D.T. Groningen B.V.</emphasis>,</para>
      <para>die is gevestigd in Groningen,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.W. Kastelein, die kantoor houdt in Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna de CVvE en D.T. Groningen genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding van 10 april 2017;</para>
      <para>- de conclusie van antwoord van 27 juni 2017;</para>
      <para>- het tussenvonnis van 11 juli 2017 waarin een comparitie na antwoord is gelast;</para>
      <para>- het proces-verbaal van de comparitie die heeft plaatsgevonden op 22 november 2017. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In deze zaak vordert de CVvE, verkort weergegeven, veroordeling van                                 D.T. Groningen tot betaling van € 16.154,46 vermeerderd met contractuele boeterente van <?linebreak?>€ 1.171,64 en buitengerechtelijke incassokosten van € 941,27. Zij vordert ook veroordeling van D.T. Groningen tot betaling van € 6.000,-- vermeerderd met rente en kosten. Daartoe stelt de CVvE, samengevat weergegeven, dat D.T. Groningen haar betalingsverplichtingen als lid van de CVvE niet correct is nagekomen en dat zij zich niet houdt aan de openingstijden die de CVvE in haar Huishoudelijk Regelement heeft vastgesteld. De CVvE stelt dat zij daarom recht heeft op betaling van door D.T. Groningen onbetaald gelaten facturen, vermeerderd met contractuele boeterente en dat zij recht heeft op betaling van de contractuele boetes die                             D.T. Groningen heeft verbeurd in verband met het schenden van de vastgestelde openingstijden. De CVvE stelt dat zij de verschuldigde boetes thans beperkt tot een bedrag van € 6.000,--. D.T. Groningen heeft verweer gevoerd en stellingen ingenomen waaruit volgt dat zij de "rechtstitel" betwist waarop de CVvE voor wat betreft de boetes haar vordering grondt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 93 onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) behandelt en beslist de kantonrechter - onder meer - zaken met een beloop van ten hoogste € 25.000,00, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en die rechtstitel wordt betwist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vorderingen van de CVvE sluiten op een bedrag lager dan € 25.000,--. De rechtstitel die de CVvE aan haar vordering tot het betalen van boetes ten grondslag legt, gaat dat bedrag echter te boven en wordt door D.T. Groningen betwist. Uit een overzicht dat de CVvE als productie 9 in het geding heeft gebracht blijkt dat zij de tot en met februari 2017 verbeurde boetes begroot op in totaal € 37.000,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft partijen tijdens de comparitie de vraag gesteld of gelet op de hiervoor besproken aspecten, de kantonrechter de zaak wel kan behandelen en beslissen en aan de CVvE is gevraagd of zij haar vordering onvoorwaardelijk beperkt tot de grens van de absolute competentie van de kantonrechter. Dat heeft de CVvE niet gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Het voorgaande brengt met zich dat de kantonrechter de zaak niet kan behandelen en beslissen, zodat de zaak met toepassing van artikel 71 lid 1 Rv zal worden verwezen naar de handelskamer van deze rechtbank. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De zaak zal worden verwezen in de stand waarin deze zich bevindt, voor het wijzen van vonnis. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat de meervoudige handelskamer - gelet op de betrokken belangen van partijen - reeds op 3 januari 2018 vonnis zal wijzen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter wijst partijen er tot slot op dat voor zover de handelskamer geen eindvonnis wijst, na verwijzing eventuele proceshandelingen nog uitsluitend door tussenkomst van een advocaat kunnen worden verricht en dat zij aanvullend griffierecht zijn verschuldigd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, Afdeling Privaatrecht, kamer voor handelszaken,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak wordt ingeschreven op de rol <emphasis role="bold">van woensdag 3 januari 2018 om </emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold">	10.00 uur voor vonnis</emphasis>,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat zij voor wat betreft het vervolg van deze procedure slechts door tussenkomst van een advocaat proceshandelingen kunnen verrichten,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat de in deze procedure reeds geheven griffierechten ingevolge artikel 8 lid 1 WGBZ zullen worden verhoogd en dat de te betalen verhoging van de griffierechten alsnog van partijen zal worden geheven,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst partijen erop dat de kamer voor handelszaken van de afdeling privaatrecht, zal beslissen over de proceskosten in deze procedure.  </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gewezen door mr. W. Huizing, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
        <para>c 425</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>