<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2017:4510</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-27T10:40:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/113682-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006622&amp;artikel=177&amp;g=2015-01-01">Wegenverkeerswet 1994 177</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:4510">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:4510</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-27T10:36:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2017:4510 Rechtbank Noord-Nederland , 09-11-2017 / 18/113682-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2017:4510:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte vrijgesproken voor 6 WVW. Wel is een bewezenverklaring gevolgd voor 5 WVW, maar met een schuldig verklaring zonder oplegging van straf wegens sterk gewijzigde persoonlijke omstandigheden en het feit dat oplegging van een straf geen toegevoegde waarde meer heeft.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2017:4510:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <parablock>
      <para>Afdeling strafrecht</para>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/113682-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 9 november 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte],</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1941 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats] aan de [straatnaam].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
      <para>9 november 2017.</para>
      <para>Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E. van der Meer, advocaat te Groningen. </para>
      <para>Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. T. Klooster.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 24 december 2015 te Groningen als verkeersdeelnemer, </para>
      <para>namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de </para>
      <para>weg, Zonnelaan zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te </para>
      <para>wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval </para>
      <para>zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, </para>
      <para>rijdend over de Zonnelaan, komende uit de richting van de Meteoorstraat, </para>
      <para>en/of een voetgangersoversteekplaats (zebra) op die Zonnelaan is genaderd </para>
      <para>en/of</para>
      <para>terwijl deze voetgangersoversteekplaats met strepen op de weg was </para>
      <para>aangeduid</para>
      <para>en/of met een verkeersbord (bord L2 van bijlage 1 van het Reglement </para>
      <para>verkeersregels en verkeerstekens 1990) was aangeduid,</para>
      <para>waarbij hij, verdachte, onvoldoende aandacht heeft besteed aan de weg </para>
      <para>en/of</para>
      <para>het overige verkeer en/of zich er onvoldoende van heeft vergewist dat</para>
      <para>voornoemde voetgangersoversteekplaats vrij was van verkeer en/of geen </para>
      <para>voorrang</para>
      <para>heeft verleend aan een ander ([slachtoffer]), die zich op voornoemde</para>
      <para>voetgangersoversteekplaats bevond,</para>
      <para>waardoor die/een ander (genaamd [slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, </para>
      <para>te weten een gebroken (linker)voet, of zodanig lichamelijk letsel werd </para>
      <para>toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening </para>
      <para>van de normale bezigheden is ontstaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht </para>
      <para>of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 24 december 2015 te Groningen </para>
      <para>als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de </para>
      <para>weg, Zonnelaan, komende uit de richting van de Meteoorstraat, en/of een </para>
      <para>voetgangersoversteekplaats (zebra) op die Zonnelaan is genaderd en/of</para>
      <para>terwijl deze voetgangersoversteekplaats met strepen op de weg was </para>
      <para>aangeduid</para>
      <para>en/of met een verkeersbord (bord L2 van bijlage 1 van het Reglement </para>
      <para>verkeersregels en verkeerstekens 1990) was aangeduid,</para>
      <para>waarbij hij, verdachte, onvoldoende aandacht heeft besteed aan de weg </para>
      <para>en/of</para>
      <para>het overige verkeer en/of zich er onvoldoende van heeft vergewist dat</para>
      <para>voornoemde voetgangersoversteekplaats vrij was van verkeer en/of geen </para>
      <para>voorrang</para>
      <para>heeft verleend aan een ander ([slachtoffer]), die zich op voornoemde</para>
      <para>voetgangersoversteekplaats bevond,</para>
      <para>tengevolge waarvan verdachte met zijn voertuig in botsing is gekomen met</para>
      <para>voornoemde [slachtoffer],</para>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd </para>
      <para>veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg </para>
      <para>werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het primair ten laste gelegde. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte geen schuld - zoals bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 -  heeft gehad aan het ongeval.</para>
      <para>De officier van justitie heeft veroordeling voor het subsidiair ten laste gelegde gevorderd. Zij heeft daartoe aangevoerd dat er sprake was van gevaarzetting door het handelen van verdachte zodat een veroordeling op grond van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 kan volgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde aangezien er geen sprake was van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
      <para>Voorts heeft de raadsman betoogd dat een bewezenverklaring voor het subsidiair ten laste gelegde kan volgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen nu hij geen schuld, als bedoeld in artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, heeft gehad aan het ongeval. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank volstaat ten aanzien van het hierna onder 1 subsidiair bewezen verklaarde met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu verdachte het hierna bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend.<?linebreak?>Deze opgave luidt als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 9 november 2017;</para>
    <para />
    <para>2. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal d.d. 7 januari 2016, opgenomen op pagina 2 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2015377851 d.d. 7 januari 2017, inhoudende de relatering van verbalisant;</para>
    <para />
    <para>3. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal verhoor benadeelde d.d. 29 december 2015, opgenomen op pagina 15 e.v. van voornoemd proces-verbaal, inhoudende de verklaring van [slachtoffer];</para>
    <para />
    <para>4. een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse d.d. 25 februari 2016, opgenomen op pagina 18 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisanten.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht het onder 1 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 24 december 2015 te Groningen  als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, Zonnelaan, komende uit de richting van de Meteoorstraat, en een voetgangersoversteekplaats (zebra) op die Zonnelaan is genaderd en terwijl deze   voetgangersoversteekplaats met strepen op de weg was aangeduid en met een verkeersbord (bord L2 van bijlage 1 van het Reglement  verkeersregels en verkeerstekens 1990) was aangeduid, waarbij hij, verdachte, zich er onvoldoende van heeft vergewist dat voornoemde voetgangersoversteekplaats vrij was van verkeer en geen voorrang heeft verleend aan een ander ([slachtoffer]), die zich op voornoemde voetgangersoversteekplaats bevond,</para>
      <para>ten gevolge waarvan verdachte met zijn voertuig in botsing is gekomen met voornoemde [slachtoffer], door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde </title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Strafmotivering</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat voor het subsidiair ten laste gelegde, gelet op de ouderdom van de zaak en de gewijzigde persoonlijke omstandigheden van verdachte, kan worden volstaan met een schuldigverklaring zonder oplegging van straf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft gepleit voor een schuldigverklaring zonder oplegging van straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat verdachte schuldig verklaard dient te worden zonder oplegging van straf. De rechtbank neemt hierbij het volgende in aanmerking.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft als bestuurder van een personenauto geen voorrang verleend aan een voetganger op het zebrapad waardoor de voetganger is aangereden. Ten gevolge daarvan heeft de voetganger letsel, een gekneusde voet, opgelopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor het plegen van strafbare feiten, in het bijzonder verkeersovertredingen, is veroordeeld. </para>
      <para>
        <?linebreak?>Daarnaast heeft de rechtbank de persoonlijke omstandigheden van verdachte in aanmerking genomen. Ter zitting is gebleken dat verdachte na het plegen van de bewezen verklaarde overtreding een herseninfarct heeft gehad, die heeft geleid tot een gedeeltelijke verlamming en afasie. Verdachte rijdt sindsdien geen auto meer. Een straf heeft, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, geen toegevoegde waarde meer. Daarom dient een schuldigverklaring zonder oplegging van straf te volgen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Uitspraak</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte <emphasis role="underline">primair</emphasis> is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis> ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>een schuldigverklaring zonder oplegging van straf</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. L.W. Janssen, voorzitter, H.H.A. Fransen en M.A.A. van Capelle, rechters, bijgestaan door M. Smit-Colnot, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 november 2017.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>