<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2017:326</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-03T11:57:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/173165 / KG ZA 17-3</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:326">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:326</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-03T11:56:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2017:326 Rechtbank Noord-Nederland , 03-02-2017 / C/18/173165 / KG ZA 17-3</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2017:326:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontruiming; geen inhoudelijk verweer</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2017:326:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="9b0a53f7-7c7f-4d18-a115-16a3330b43d4" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="18ef7fb6-27e0-40c4-bda1-bdd556c6e435" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/18/173165 / KG ZA 17-3</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 3 februari 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te Haren,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. A.A. Westers te Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EASY GAMES HOLLAND LTD</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Cardiff (UK),</para>
      <para>h.o.d.n. <emphasis role="bold">It’s Playtime</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Groningen,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>vertegenwoordigd door haar bestuurder [voorletters] [bestuurder] ,</para>
      <para>advocaat mr. E.Tj. van Dalen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 9 januari 2017 heeft eiser een dagvaarding doen betekenen aan gedaagde. </para>
        <para>Op 17 januari 2017 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden alwaar eiser is verschenen, bijgestaan door mr. Westers.</para>
        <para>Namens gedaagde is verschenen [bestuurder] voornoemd, bijgestaan door mr. Van Dalen voornoemd.</para>
        <para>Partijen hebben hun standpunten – [eiser] mede aan de hand van pleitaantekeningen – toegelicht. <?linebreak?>Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekening gehouden.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De vordering van eiser strekt ertoe:</para>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>gedaagde te veroordelen om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze laatste het eigendom van eiser zijn, te ontruimen en te verlaten en onder afgifte van de sleutels geheel ontruimd ter vrije beschikking van eiser te stellen;<?linebreak?></para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagde te veroordelen tot betaling aan eiser van de achterstallige huurtermijnen bij wege van voorschot ten bedrage van € 28.968,76;<?linebreak?></para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagde te veroordelen in de kosten van de procedure, het salaris van de advocaat daaronder begrepen, te vermeerderen met de wettelijke rente;<?linebreak?></para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>gedaagde te veroordelen in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.  </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Gedaagde heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Zoals hiervoor is vermeld heeft gedaagde geen inhoudelijk verweer gevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat dit voor toewijzing gereed ligt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiser worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 	 97,31</para>
      <para>- griffierecht		287,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	527,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	911,31.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze laatste het eigendom van eiser zijn, te ontruimen en te verlaten en onder afgifte van de sleutels geheel ontruimd ter vrije beschikking van eiser te stellen;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde tot betaling aan eiser van de achterstallige huurtermijnen bij wege van voorschot ten bedrage van € 28.968,76;</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiser tot op heden begroot op € 911,31, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P. Molema en in het openbaar uitgesproken op 3 februari 2017.<footnote-ref linkend="_94f96602-8e11-498a-ae1b-c45ef30fcc06" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_94f96602-8e11-498a-ae1b-c45ef30fcc06" label="1">
    <para />
    <para>coll: js</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>