<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2017:2985</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-09T10:25:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">176883 KG ZA 17-140</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:2985">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:2985</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-04T14:36:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2017:2985 Rechtbank Noord-Nederland , 04-08-2017 / 176883 KG ZA 17-140</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2017:2985:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geluidsoverlast door het draaien van muziek in een kledingwinkel jegens een daarboven gevestigd schoonheidssalon. Niet voldoende aannemelijk dat de aard, ernst en duur van de geluidsoverlast zodanig is dat dit als ontoelaatbaar moet worden aangemerkt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2017:2985:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b4585cc1-84ad-4861-b38b-52a4827b55e3" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="f5e27074-5278-4704-98cf-bcea4ccb762d" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/18/176883 / KG ZA 17-140</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 4 augustus 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">VISSER VASTGOED BELEGGINGEN B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Sappemeer,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. A.K. Doornbosch te Assen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ONLY STORES HOLLAND B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. M. van Heeren te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van gedaagde.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Eiseres heeft op 1 juli 2016 met gedaagde een huurovereenkomst gesloten betreffende de winkelruimte aan de Westerkade 8 te Groningen.</para>
        <para>Na de feitelijke oplevering van de winkelruimte aan gedaagde medio juni 2016, is de winkelruimte in opdracht van gedaagde door een aannemer intern verbouwd.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Per e-mail van 6 juli 2016 heeft de heer [medewerker eiseres] , medewerker van eiseres, aan de heer [medewerker gedaagde] , medewerker van gedaagde, het volgende medegedeeld:<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met betrekking tot de Westerkade 8 te Groningen heb ik even een vraag. Ik heb vernomen dat de winkelformule Only tijdens openingstijden muziek aan heeft. Aangezien op de eerste verdieping (Westerkade 8a) een schoonheidssalon is gevestigd en waar rust en ontspanning essentieel zijn, wil ik mijn zorg uiten ter voorkoming van eventuele spanningen tussen Only en onze huurder op de eerste verdieping.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Graag verneem ik uw reactie zodat nu nog voor opening van Only eventuele maatregelen getroffen kunnen worden.</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [medewerker gedaagde] heeft bij bericht van 8 juli 2016 aan [medewerker eiseres] het volgende doen weten:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het is niet meer dan gebruikelijk dat er in kledingwinkels muziek wordt gedraaid.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik kan niet inschatten of dit overlast zal geven, omdat dit per situatie verschilt.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zo heeft de een nergens last van en de ander vindt het al irritant dat de mogelijkheid er is om muziek te draaien. U kunt dit waarschijnlijk beter inschatten omdat u ervaring met het pand en de bovenburen heeft.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij hebben geen rekening gehouden met het eventueel aanbrengen van geluidsisolatie, dit laat ons budget voor deze winkel ook niet toe.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Indien u zelf zaken wilt ondernemen dan zou u contact met onze aannemer moeten opnemen om te zien wat de mogelijkheden zijn.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>Naar aanleiding daarvan heeft [medewerker eiseres] op 8 juli 2016 aan [medewerker gedaagde] het volgende meegedeeld:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik begrijp dat er in diverse winkels muziek wordt gedraaid en dat dit gebruikelijk is. Nu ken ik het geluidsniveau van Only niet en wat binnen Only gebruikelijk is. Wij hebben het object al diverse jaren (nagenoeg volledig verhuurd) in portefeuille zonder dat er problemen waren met geluidsoverdracht. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Mijn e-mail is puur informerend bedoeld dan wel als waarschuwing, ter voorkoming van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geluidsoverlast/hinder en vervelende situaties in de toekomst. Onze huurder op de verdieping is zeer nette en reële huurder die vroegtijdig zijn zorg heeft uitgesproken. Vandaar mijn e-mail hieromtrent zodat later niet gesproken kan worden over “wij hebben het niet geweten”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Partijen hebben op 18 november 2016 een bespreking gevoerd over mogelijk te nemen maatregelen in de winkel van gedaagde.</para>
        <para>Naar aanleiding van die bespreking heeft gedaagde bij e-mail van 21 november 2016 aan eiseres medegedeeld:<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met referte aan ons bezoek aan de Westerkade 8 te Groningen van vrijdag jl. bericht ik u het navolgende:</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Om te beginnen, u was net vertrokken toen de bovenburen hun deel van het pand betraden. De muziek stond nog uit in onze winkel maar de voetstappen van de bovenburen waren dusdanig hoorbaar dat er duidelijk ook geen voorzorgmaatregelen zijn genomen op verhuurders niveau! Het betreft hier 2 zelfstandige commerciële units waarvan wij er 1 huren als winkel pand voor normaal gebruik. En dat is ook precies wat wij doen, het door ons gehuurde gebruiken voor normaal winkel gebruik. Om tot een passende oplossing te komen zou er een akoestische scheiding moeten komen tussen de unit op de Bg. En de 1e verdieping. En dat is toch echt iets voor de verhuurder in dezen. Mocht u een akoestische scheiding overwegen dan verneem ik dat graag van u. U moet begrijpen dat het aanbrengen van een akoestische scheiding aardig wat voeten in aarde zal hebben.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ik heb met u op locatie besproken dat:</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- alle speakers lager zouden kunnen hangen, onderzijde speakers gelijk met onderzijde</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zwarte wanden, hierdoor komen ze lager onder het plafond te hangen;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- enkele speakers een andere positie zouden kunnen krijgen zodat deze niet meer aan een</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">holle wand hangen;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- alle speakers van speciale bevestigingsvoeten zouden kunnen voorzien waardoor er minder overdracht van trilling kan zijn;</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wel wijs ik u er nadrukkelijk op dat het nemen van akoestische maatregelen aan het adres van de unit op de 1e vd een noodzakelijk kwaad is.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In alle andere gevallen zullen de door ons voorgestelde maatregelen nimmer het gewenste effect bereiken.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Bij e-mail van 23 januari 2017 heeft gedaagde aan eiseres medegedeeld dat op 19 januari 2017 de alle besproken en overeengekomen werkzaamheden zijn uitgevoerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij brief van 6 februari 2017 heeft de rechtsbijstandsverzekeraar van [naam schoonheidsinstituut] aan eiseres als verhuurder medegedeeld dat eiseres moest optreden tegen de door gedaagde als huurder van eiseres aan [naam schoonheidsinstituut] veroorzaakte (geluids)overlast. Indien eiseres daar niet voldoende tegen zou optreden, zou dat een gebrek in de nakoming van de huurovereenkomst opleveren in de zin van artikel 7:204 BW. Daarbij is eiseres verzocht/gesommeerd om maatregelen te nemen om de geluidsoverlast te beëindigen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij schrijven van haar raadsman van 6 maart 2017 heeft deze gedaagde verzocht/gesommeerd het geluidsniveau in de door gedaagde gehuurde winkelruimte zodanig te beperken dat geen overlast meer wordt veroorzaakt aan de bovenburen.</para>
        <para>De raadsman van gedaagde heeft daarop aan eiseres medegedeeld dat eiseres haar voor het sluiten van de huurovereenkomst had moeten wijzen op het feit dat boven de door haar te huren winkelruimte een schoonheidssalon is gevestigd, waarvoor rust (het voorkomen van geluidsoverlast) essentieel is. Gedaagde heeft daarbij aangegeven dat maatregelen ter beperking van geluidsoverlast voor rekening van eiseres dienden te blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>In opdracht van eiseres heeft het Noordelijk Akoestisch Adviesburo (NAA) eind juni geluidsonderzoek verricht terzake van de gestelde geluidsoverlast.<?linebreak?>Dienaangaande heeft NAA een rapport d.d. 6 juli 2017 opgesteld. Daarin heeft dit buro het volgende geconcludeerd:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij schoonheidssalon [naam schoonheidsinstituut] aan de Westerkade 8A in Groningen zijn te beoordelen muziekgeluidsniveaus gemeten tussen de 42 en 48 dB(A) als gevolg van muziek in de kledingwinkel ONLY aan de Westerkade 8 in Groningen.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Getoetst aan een richtwaarde van 35 dB(A) kan worden gesteld dat sprake is van een overschrijding. De klacht van het schoonheidsinstituut over geluidsoverlast is dan ook terecht.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <parablock>
        <para>In opdracht van gedaagde heeft Noorman Bouw- en Milieu-advies onderzoek uitgevoerd naar de geluidhinder Only Jeans aan de Westerkade 8 te Groningen, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een rapport van 12 juli 2017.</para>
        <para>De bevindingen daarvan zijn onder meer:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voor zover de bovenliggende ruimte van het pand aan de Westerkade 8A te Groningen in gebruik is als schoonheidsinstituut kan dit niet worden aangemerkt als gevoelig gebouw (en/of gevoelige ruimte). Van enige overschrijding van een wettelijk vastgestelde grenswaarde is daarmee geen sprake.</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Met gemiddeld in de kledingwinkel heersende geluidsniveaus van 60 tot 61 dB(A), voornamelijk bepaald door muziekgeluid, kan niet worden gesproken van excessief of ontoelaatbaar hoge geluidsniveaus.</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Dit neemt niet weg dat er in het bovenliggende schoonheidsinstituut sprake kan zijn van geluidhinder. Met name de herkenbaarheid van muziekgeluid in de lage frequentiebanden is daarbij bepalend. Indien er sprake zou zijn van de functie ‘wonen’ dan wordt de standaard grenswaarde van 35dB(A) in de dagperiode tot ten hoogste 9 dB overschreden. Bij een beoordeling als bedrijfsruimte, met een 5 dB ruimere normering, wordt de indicatieve toetswaarde met 4 dB overschreden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Dat er enerzijds in de kledingwinkel geen sprake is van hoge geluidsniveaus en er anderzijds desondanks toch sprake kan zijn van geluidhinder is voor het pand aan de Westerkade voor een belangrijk deel te wijten aan de bouwkundige constructie. Zo heeft de houten tussenvloer beperkte isolatiewaarden met name in de lage frequentiebanden. In een nader onderzoek door of vanwege de eigenaar van het pand moet worden vastgesteld in hoeverre aanvullende geluidreducerende maatregelen bij de inpandige geluidoverdracht hier nog mogelijk zijn, rekening houdend met het actuele gebruik daarvan.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vordering van eiseres strekt ertoe:</para>
      <para />
      <para>- gedaagde te verbieden om na betekening van dit vonnis in haar winkelruimte aan de Westerkade 8 te 9718 AP Groningen een zodanig geluidsniveau te produceren dat daardoor het geluidsniveau in de bovengelegen bedrijfsruimte van [naam schoonheidsinstituut] gemeten en gecorrigeerd volgens de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 hoger zal zijn dan 35 DbA op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 1.000,00 per overtreding en van € 500,00 per dag dat een overtreding zal voortduren tot een maximum van <?linebreak?>€ 100.000,00;</para>
      <para>- gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Gedaagde heeft verweer gevoerd. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Het verweer van gedaagde strekt er onder andere toe dat de vordering wordt afgewezen omdat eiseres geen spoedeisend belang heeft bij haar vordering in kort geding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Naar vaste jurisprudentie dient de vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. De omstandigheid dat de eisende partij eerst na enige tijd actie onderneemt, kan bij die afweging een rol spelen, en de omstandigheid dat een rechtsvraag in geschil is waarop het antwoord niet evident is, kan leiden tot behoedzaamheid bij de toewijzing van de gevraagde voorziening, maar deze omstandigheden kunnen noch ieder voor zich noch in onderlinge samenhang het oordeel rechtvaardigen dat de eisende partij geen spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening (meer) heeft.<?linebreak?>Er is een spoedeisend belang indien een voorziening wordt gevraagd die ertoe strekt een einde te maken aan een stelselmatige inbreuk op een aan de eiser toekomend subjectief recht als gevolg waarvan die eiser doorlopende schade ondervindt.<?linebreak?>Niet voldoende is gebleken dat eiseres lange tijd heeft stilgezeten alvorens actie jegens gedaagde te ondernemen, laat staan dat niet voldoende is gebleken dat die periode zo lang is geweest dat op grond daarvan reeds de gevolgtrekking moet zijn dat eiseres geen spoedeisend belang (meer) heeft bij de onderhavige vordering. </para>
        <para>Gelet op het vorenoverwogene is de voorzieningenrechter van oordeel dat eiseres een spoedeisend belang heeft bij haar vordering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Eiseres heeft aan haar vorderingen ten grondslag gelegd dat gedaagde met het veroorzaken van de geluidsoverlast voor de schoonheidssalon in strijd handelt met het bepaalde in artikel 9 lid 4 van de algemene bepalingen die deel uitmaken van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst en dat gedaagde op grond van artikel 9 lid van de algemene bepalingen gehouden is de aanwijzingen van eiseres als verhuurder ter beperking van de overlast op te volgen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Voor de beoordeling of er sprake is van zodanige geluidsoverlast dat daarin voldoende aanleiding kan worden gevonden voor het treffen van de gevorderde voorziening, moet in de eerste plaats worden onderzocht of het geluidsniveau in de winkel van gedaagde kan worden aangemerkt als onrechtmatige hinder.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het antwoord op de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor aangebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteit worden gediend en de mogelijkheid – mede gelet op de daaraan verbonden kosten – en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen. (vgl. HR 21 oktober 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT8823 en Gerechtshof Den Haag 2 mei 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:1455)</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>In de gegeven omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat de aard, ernst en duur van de geluidsoverlast zodanig is dat dit als ontoelaatbaar moet worden gekwalificeerd.<?linebreak?></para>
        <para>Ook de rapporten van de door partijen ingeschakelde deskundigen scheppen daarover niet voldoende duidelijkheid. Er is geen eenduidige grenswaarde voor het geluidsniveau (het ene rapport gaat uit van een norm van 30 dB(A), het andere van 35 dB(A)). Voorts is onvoldoende duidelijk geworden of en zo ja, in welke mate, de bouwkundige constructie van het pand een rol speelt. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Het vorenstaande neemt niet weg dat de huurder van de bovenverdieping, mede gelet op het gebruik daarvan als schoonheidssalon, nog steeds last kan ondervinden van vooral de lagere (bas)tonen in de muziek die door de winkel op de begane grond wordt gedraaid.<?linebreak?>Gelet daarop acht de voorzieningenrechter het een goede zaak dat beide partijen hebben aangegeven dat - ongeacht de uitspraak in dit kort geding - partijen gezamenlijk zullen (doen) onderzoeken of er nog mogelijkheden zijn het geluid dat van beneden naar boven doordringt verder te verminderen en zo mogelijk maatregelen te treffen die vermindering daadwerkelijk te realiseren.    <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Gezien het vorenoverwogene wordt de gevraagde voorziening afgewezen.<?linebreak?>Gelet op de serieuze pogingen die partijen doen nader onderzoek te verrichten naar mogelijke maatregelen het geluidsniveau voor de schoonheidssalon te verminderen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de kosten van deze procedure tussen partijen te compenseren.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr.  M.A.B. Faber-Siermann en in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2017.<footnote-ref linkend="_e18fffaf-22a6-467c-bb0b-d324c9fb2100" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_e18fffaf-22a6-467c-bb0b-d324c9fb2100" label="1">
    <para />
    <para>coll: js</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>