<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2017:2696</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-25T14:15:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/940017-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77g&amp;g=2016-07-01">Wetboek van Strafrecht 77g</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77i&amp;g=2002-04-01">Wetboek van Strafrecht 77i</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77x&amp;g=2014-04-01">Wetboek van Strafrecht 77x</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77y&amp;g=2016-07-01">Wetboek van Strafrecht 77y</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77z&amp;g=2015-01-01">Wetboek van Strafrecht 77z</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77aa&amp;g=2015-01-01">Wetboek van Strafrecht 77aa</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77gg&amp;g=2002-04-01">Wetboek van Strafrecht 77gg</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0028570&amp;artikel=180&amp;g=2010-10-10">Wetboek van Strafrecht BES 180</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0028570&amp;artikel=266&amp;g=2010-10-10">Wetboek van Strafrecht BES 266</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0028570&amp;artikel=267&amp;g=2010-10-10">Wetboek van Strafrecht BES 267</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0028570&amp;artikel=310&amp;g=2011-10-10">Wetboek van Strafrecht BES 310</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0028570&amp;artikel=312&amp;g=2012-10-10">Wetboek van Strafrecht BES 312</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0028570&amp;artikel=326&amp;g=2010-10-10">Wetboek van Strafrecht BES 326</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:2696">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:2696</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-25T14:15:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2017:2696 Rechtbank Noord-Nederland , 20-07-2017 / 18/940017-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2017:2696:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Veroordeling van minderjarige verdachte van een reeks oplichtingen via marktplaats.nl, en ter zake van een diefstal met geweld, wederspanningheid en belediging politieambtenaren.  Rekening is gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit (diefstal uit sportcomplex).</para>
        <para>Gelet op de aard en de hoeveelheid van de feiten acht de rechtbank het opleggen van een jeugddetentie zonder meer gerechtvaardigd, zeker gelet op het feit dat verdachte deze feiten (grotendeels) binnen zijn proeftijd heeft gepleegd. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte is de rechtbank evenwel van oordeel dat thans (intensieve) hulpverlening prioriteit heeft boven een verblijf in detentie. De rechtbank zal daarom de jeugddetentie in voorwaardelijke vorm opleggen. De rechtbank acht een duur van 9 maanden jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden en heeft hierbij mede gelet op de vrijspraak van verdachte voor de mishandeling (feit 4 op de dagvaarding van parketnummer 18/041490-17). </para>
        <para>De rechtbank bepaalt daarbij als bijzondere voorwaarden de meldplicht, het opvolgen van aanwijzingen, deelname aan een  hulpverleningstraject in het buitenland en aanvaarding van intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern voor de duur van maximaal zes maanden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2017:2696:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/940017-17 (waarbij ter berechting ad informandum is gevoegd parketnummer 18/940030-17)</para>
      <para>ter terechtzitting gevoegd parketnummer 18/041490-17 (waarbij ter berechting is gevoegd de parketnummers 18/940018-17 en 18/940025-17)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 juli 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte 1] , </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats]</para>
      <para>wonende te ( [postcode] ) [woonplaats] aan de [adres] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 juli 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. Pellinkhof, advocaat te Assen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A. van den Oever.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>940017-17</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 7 oktober 2016 tot en met 18 oktober 2016</para>
      <para>te Assen, althans te Damwoude, althans in de gemeente Assen, althans in de</para>
      <para>gemeente Dantumadeel, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een</para>
      <para>ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een</para>
      <para>ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een</para>
      <para>valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige</para>
      <para>kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen</para>
      <para>aangever/gedupeerde heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, hebbende</para>
      <para>verdachte toen, aldaar, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -</para>
      <para>valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:</para>
      <para>-via de website ‘Marktplaats.nl’, althans via het internet, het spel ‘Fifa17’,</para>
      <para>althans enig goed, te koop aangeboden en/of</para>
      <para>-toen [slachtoffer 1] , wonende te Damwoude, contact met verdachte had opgenomen</para>
      <para>zich heeft bekend gemaakt als [schuilnaam 1] en/of</para>
      <para>- toen die [slachtoffer 1] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer 1] heeft</para>
      <para>gevraagd een betaling van 26,- euro voor dat goed en een betaling van 3,95</para>
      <para>euro voor de verzendkosten over te maken op verdachtes bankrekening, zijnde</para>
      <para>
        [rekeningnummer 1] , en/of</para>
      <para>-bij die [slachtoffer 1] de indruk heeft doen ontstaan dat genoemd goed per</para>
      <para>ommegaande, in ieder geval spoedig, bij die [slachtoffer 1] bezorgd zou worden,</para>
      <para>en/of</para>
      <para>-zich in ieder geval tegenover die [slachtoffer 1] heeft voorgedaan als bonafide</para>
      <para>verkoper van dat goed,</para>
      <para>-waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot afgifte van voormelde geldbedragen;</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks de periode van 6 oktober 2016 tot en met 12 oktober 2016</para>
      <para>te Assen, althans te Hellevoetsluis, althans in de gemeente Assen, althans in</para>
      <para>de gemeente Hellevoetsluis, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met</para>
      <para>een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of</para>
      <para>een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een</para>
      <para>valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige</para>
      <para>kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen</para>
      <para>aangever/gedupeerde heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende</para>
      <para>verdachte toen, aldaar, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -</para>
      <para>valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:</para>
      <para>-via de website ‘Marktplaats.nl’, althans via het internet, het spel ‘GTA V</para>
      <para>voor PS4’, althans enig goed, te koop aangeboden en/of,</para>
      <para>-toen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , wonende te Hellevoetsluis, contact</para>
      <para>met verdachte had opgenomen zich bekend heeft gemaakt als [schuilnaam 1] en/of</para>
      <para>-toen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] aangaf dat goed te willen kopen,</para>
      <para>die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 3] heeft gevraagd een betaling van 24,95</para>
      <para>euro voor dat goed over te maken op verdachtes bankrekening, zijnde</para>
      <para>
        [rekeningnummer 1] , en/of</para>
      <para>-bij die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] de indruk heeft doen ontstaan dat</para>
      <para>genoemd goed per ommegaande, in ieder geval spoedig, bij die [slachtoffer 2]</para>
      <para>en/of [slachtoffer 3] bezorgd zou worden, en/of</para>
      <para>-zich in ieder geval tegenover die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft</para>
      <para>voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed,</para>
      <para>-waardoor die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] werd bewogen tot afgifte van</para>
      <para>voormeld geldbedrag;</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks de periode van 4 oktober 2016 tot en met 14 oktober 2016</para>
      <para>te Assen, althans in de gemeente Assen, althans in Nederland, tezamen en in</para>
      <para>vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het</para>
      <para>oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door</para>
      <para>het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door</para>
      <para>één of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,</para>
      <para>de hierna te noemen aangever/gedupeerde heeft bewogen tot de afgifte van een</para>
      <para>geldbedrag, hebbende verdachte toen, aldaar, met vorenomschreven oogmerk -</para>
      <para>zakelijk weergegeven -</para>
      <para>valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:</para>
      <para>-via de website ‘Marktplaats.nl’, althans via het internet, een ‘Playstation</para>
      <para>4, inclusief games en controllers, althans enig goed, te koop aangeboden</para>
      <para>en/of</para>
      <para>-toen [slachtoffer 4] wonende te Assen, contact met verdachte had opgenomen zich</para>
      <para>bekend heeft gemaakt als [schuilnaam 2] en/of,</para>
      <para>-toen die [slachtoffer 4] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer 4] heeft gevraagd</para>
      <para>een betaling van 200,- euro voor dat goed over te maken op verdachtes</para>
      <para>bankrekening, zijnde [rekeningnummer 1] , en/of</para>
      <para>-bij die [slachtoffer 4] de indruk heeft doen ontstaan dat genoemd goed per</para>
      <para>ommegaande, in ieder geval spoedig, bij die [slachtoffer 4] bezorgd zou worden, en/of</para>
      <para>-zich in ieder geval tegenover die [slachtoffer 4] heeft voorgedaan als bonafide</para>
      <para>verkoper van dat goed,</para>
      <para>-waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot afgifte van voormeld geldbedrag;</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks de periode van 6 oktober 2016 tot en met 31 oktober 2016</para>
      <para>te Assen, althans te Lent, althans in de gemeente Assen, althans in de</para>
      <para>gemeente Nijmegen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een</para>
      <para>ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of een</para>
      <para>ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse</para>
      <para>naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer listige</para>
      <para>kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna te noemen</para>
      <para>aangever/gedupeerde heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte toen, aldaar, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid:</para>
      <para>-via de website ‘Marktplaats.nl’, althans via het internet, een spel ‘GTA V voor PS4’, althans enig goed, te koop aangeboden en/of,</para>
      <para>-toen [slachtoffer 5] wonende te Lent, contact met verdachte had</para>
      <para>opgenomen zich bekend heeft gemaakt als [schuilnaam 1] en/of,</para>
      <para>-toen die [slachtoffer 5] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer 5]</para>
      <para> heeft gevraagd een betaling van 28,95 euro voor dat goed over te</para>
      <para>maken op verdachtes bankrekening, zijde [rekeningnummer 1] , en/of</para>
      <para>-bij die [slachtoffer 5] de indruk heeft doen ontstaan dat genoemd goed</para>
      <para>per ommegaande, in ieder geval spoedig, bij die [slachtoffer 5] bezorgd</para>
      <para>zou worden, en/of</para>
      <para>-zich in ieder geval tegenover die [slachtoffer 5] heeft voorgedaan als</para>
      <para>bonafide verkoper van dat goed,</para>
      <para>-waardoor die [slachtoffer 5] werd bewogen tot afgifte van voormeld</para>
      <para>geldbedrag;</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks de periode van 7 oktober 2016 tot en met 8 november 2016</para>
      <para>te Assen, althans te Oude-Tonge, althans in de gemeente Assen, althans in de</para>
      <para>gemeente Goeree-Overflakkee, althans in Nederland, tezamen en in vereniging</para>
      <para>met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich</para>
      <para>en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen</para>
      <para>van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door één of meer</para>
      <para>listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de hierna</para>
      <para>te noemen aangever/gedupeerde heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag,</para>
      <para>hebbende verdachte toen, aldaar, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk</para>
      <para>weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met</para>
      <para>de waarheid:</para>
      <para>-via de website ‘Marktplaats.nl’, althans via het internet, een ‘Samsung</para>
      <para>laptop’, althans enig goed, te koop aangeboden en/of,</para>
      <para>-toen [slachtoffer 6] , wonende te Oude-Tonge, contact met verdachte had opgenomen</para>
      <para>zich bekend heeft gemaakt als [schuilnaam 1] en/of,</para>
      <para>-toen die [slachtoffer 6] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer 6]</para>
      <para>heeft gevraagd een betaling van 40,- euro voor dat goed over te maken op</para>
      <para>verdachtes bankrekening, zijnde [rekeningnummer 1] , en/of</para>
      <para>-bij die [slachtoffer 6] de indruk heeft doen ontstaan dat genoemd goed per</para>
      <para>ommegaande, in ieder geval spoedig, bij die [slachtoffer 6] bezorgd zou worden,</para>
      <para>en/of</para>
      <para>-zich in ieder geval tegenover die [slachtoffer 6] heeft voorgedaan als bonafide</para>
      <para>verkoper van dat goed,</para>
      <para>-waardoor die [slachtoffer 6] werd bewogen tot afgifte van voormeld geldbedrag;</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>MEDEDELING AD INFORMANDUM GEVOEGDE STRAFBARE FEITEN</para>
      <para>Parketnr.          Feitgegevens, pleegperiode,-lokatie, -plaats, -gemeente, omschr. feit)</para>
      <para>18.940030-17  15 mei 2017, Assen, Gem. Assen, Diefstal uit sportcomplex [naam sportcomplex]</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>041490-17</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 3 januari 2017 te Assen, althans in de gemeente Assen,</para>
      <para>met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets,</para>
      <para>in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] , in elk</para>
      <para>geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,</para>
      <para>welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld</para>
      <para>en/of bedreiging met geweld tegen die genoemde [slachtoffer 7] ,</para>
      <para>gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te</para>
      <para>maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht</para>
      <para>mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,</para>
      <para>welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte de</para>
      <para>(stuur van de) fiets van die [slachtoffer 7] heeft vastgepakt en/of deze fiets naar</para>
      <para>zich heeft toegetrokken en/of die [slachtoffer 7] heeft weggeduwd en/of met zijn vuist die [slachtoffer 7] een klap/stomp in zijn gezicht/op zijn kaak heeft gegeven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>art 310 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(18.940018-17)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 april 2017 te Assen, althans in de gemeente Assen,</para>
      <para>opzettelijk, [naam 1] en/of [naam 3] en/of [naam 2] , medewerkers van de</para>
      <para>Politie Noord-Nederland, in zijn/haar/hun tegenwoordigheid, mondeling, heeft</para>
      <para>beledigd door hem/haar/hun de woorden toe te voegen: “kanker hoeren van</para>
      <para>justitie en/of politie, hoeren van justitie”, althans woorden van gelijke</para>
      <para>beledigende aard en/of strekking;</para>
      <para>art 267 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op of omstreeks 23 april 2017 te Assen, althans in de gemeente Assen, toen</para>
      <para>(een) aldaar dienstdoende politieambtena(a)r(en), [naam 1] en/of [naam 2]</para>
      <para> en/of [naam 3] , verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben</para>
      <para>van één of meer op heterdaad ontdekt(e) strafba(a)r(e) feit(en), had(den)</para>
      <para>aangehouden en had vastgegrepen, althans vast had, teneinde verdachte ter</para>
      <para>geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een</para>
      <para>politiebureau, zich met geweld tegen de opsporingsambtena(a)r(en), werkzaam in</para>
      <para>de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, heeft verzet door </para>
    </parablock>
    <para>- zijn spieren te spannen, en/of</para>
    <para>- zijn spierkracht te gebruiken in tegengestelde richting aan de inspanningen van de</para>
    <para>ambtenaren, waardoor hij niet geboeid kon worden, en/of</para>
    <para>- zich met zijn been af te zetten tegen het dienstvoertuig waardoor hij zichzelf en</para>
    <parablock>
      <para>de ambtenaren die hem vast hadden gepakt, weg duwde van het dienstvoertuig</para>
      <para>en/of</para>
      <para>-te rukken en/of te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die</para>
      <para>ambtena(a)r(en) verdachte trachtte(n) te geleiden;</para>
      <para>art 180 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18.940025-17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 april 2017 te Assen, althans in de gemeente Assen,</para>
      <para>
        [slachtoffer 8] heeft mishandeld door [slachtoffer 8] voornoemd meermalen, althans</para>
      <para>éénmaal tegen zijn hoofd, althans zijn lichaam, te slaan en/of te stompen;</para>
      <para>art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd dat alle ten laste gelegde feiten kunnen worden bewezen gelet op het procesdossier en de grotendeels bekennende verklaring van verdachte. </para>
      <para>Ten aanzien van de diefstal met geweld van de fiets (feit 1 van de dagvaarding met parketnummer 18/041490-17) heeft zij aangevoerd dat ook de geweldshandeling van het slaan/stompen in het gezicht bewijsbaar is gelet op de verklaring van de aangever en de ondersteunde verklaring van getuige [naam 4] . </para>
      <para>Ten aanzien van de mishandeling (feit 4 van de dagvaarding met parketnummer 18/041490-17) heeft zij aangevoerd dat dit feit eveneens bewijsbaar. De getuige [naam 5] is duidelijk omtrent het tijdstip van het incident, de verdachte is duidelijk herkend door de aangever en de getuige [naam 5] herkent later de verdachte ook. Verder sluit een en ander aan bij het proces-verbaal van aanhouding bij de aangifte, waaruit is af te leiden dat verdachte die avond/nacht meermalen betrokken is geweest bij opstootjes.. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de mishandeling (feit 4 van de dagvaarding met parketnummer 18/041490-17), omdat verdachte zich op het tijdstip zoals door de aangever benoemt, bevond op het politiebureau. Dat laatste kan worden afgeleid uit het proces-verbaal van aanhouding. </para>
      <para>Ten aanzien van de diefstal met geweld van de fiets (feit 1 van de dagvaarding met parketnummer 18/041490-17) is aangevoerd dat de geweldshandeling van het slaan/stompen in het gezicht niet bewijsbaar is gelet op de ontkennende verklaring van verdachte en het feit dat de getuigen [naam 6] en [naam 7] geen klap/stoot in het gezicht hebben waargenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bewezenverklaring oplichting, diefstal met geweld, belediging en wederspannigheid</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht op grond van de hierna opgenomen bewijsmiddelen de feiten 1 tot en met 5 (oplichting zoals vermeld op voornoemde dagvaarding met parketnummer 18/940017-17) alsmede de feiten 1, 2 en 3 (diefstal met geweld, belediging en  wederspannigheid zoals vermeld op voornoemde dagvaarding met parketnummer 18/041490-17) wettig en overtuigend bewezen.  De rechtbank volstaat ten aanzien van die bewezen feiten hierna met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. </para>
      <para>Enkel met betrekking tot een geweldshandeling ten aanzien van feit 1 (diefstal met geweld, 18/041490-17) is een bewijsverweer gevoerd. De rechtbank overweegt dienaangaande dat zij (in tegenstelling tot de verdediging) bewezen acht dat verdachte de aangever een stomp in het gezicht heeft gegeven. Dat de getuigen [naam 6] en [naam 7] hebben verklaard dat zij deze geweldshandeling niet hebben waargenomen, doet aan dit oordeel niet af. Dat deze getuigen deze handeling niet hebben waargenomen, noodzaakt immers niet tot de conclusie dat die handeling niet heeft plaatsgevonden. Volgens de aangever is hij door verdachte in zijn gezicht gestompt, welke verklaring wordt ondersteund door de verklaring van getuige [naam 4] . De rechtbank heeft geen gegronde reden om aan deze verklaringen te twijfelen zodat zij deze geweldshandeling ook wettig en overtuigend bewezen acht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande past de rechtbank de volgende bewijsmiddelen toe:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>de <emphasis role="bold">bekennende verklaring van verdachte</emphasis> afgelegd ter terechtzitting van 6 juli 2017;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van <emphasis role="bold">aangifte</emphasis> van Politie Noord-Nederland d.d. 16 november 2016 opgenomen op pagina 6 van het dossier met nummer PL0100-2017071349 d.d. 20 maart 2017, inhoudende de verklaring van <emphasis role="bold">[slachtoffer 1]</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van <emphasis role="bold">aangifte</emphasis> van Politie Noord-Nederland d.d. 16 november 2016 opgenomen op pagina 17 van het dossier met nummer PL0100-2017071349 d.d. 20 maart 2017, inhoudende de verklaring van <emphasis role="bold">[slachtoffer 2]</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van <emphasis role="bold">aangifte</emphasis> van Politie Noord-Nederland d.d. 16 november 2016 opgenomen op pagina 26 van het dossier met nummer PL0100-2017071349 d.d. 20 maart 2017, inhoudende de verklaring van <emphasis role="bold">[slachtoffer 4]</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van <emphasis role="bold">aangifte</emphasis> van Politie Noord-Nederland d.d. 16 november 2016 opgenomen op pagina 37 van het dossier met nummer PL0100-2017071349 d.d. 20 maart 2017, inhoudende de verklaring van <emphasis role="bold">[slachtoffer 5]</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van <emphasis role="bold">aangifte </emphasis>van Politie Noord-Nederland d.d. 16 november 2016 opgenomen op pagina 52 van het dossier met nummer PL0100-2017071349 d.d. 20 maart 2017, inhoudende de verklaring van <emphasis role="bold">[slachtoffer 6]</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een naar wettelijk voorschrift opgemaakt <emphasis role="bold">proces-verbaal van aanhouding</emphasis> van Politie Noord-Nederland d.d. 23 april 2017, opgenomen op pagina 7 van het dossier met nummer PL0100-2017103652 d.d. 10 mei 2017, inhoudende de relatering van <emphasis role="bold">verbalisant [naam 3]</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een naar wettelijk voorschrift opgemaakt <emphasis role="bold">proces-verbaal van bevindingen</emphasis> van Politie Noord-Nederland d.d. 23 april 2017 opgenomen op pagina 13 van het dossier met nummer PL0100-2017103652 d.d. 10 mei 2017, inhoudende de relatering van <emphasis role="bold">verbalisant [naam 1] ;</emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een naar wettelijk voorschrift opgemaakt <emphasis role="bold">proces-verbaal van bevindingen</emphasis> van Politie Noord-Nederland d.d. 23 april 2017 opgenomen op pagina 15 van het dossier met nummer PL0100-2017103652 d.d. 10 mei 2017, inhoudende de relatering van <emphasis role="bold">verbalisant [naam 2]</emphasis>. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft ten aanzien van feit 1 (diefstal met geweld zoals vermeld op voornoemde dagvaarding met parketnummer 18/041490-17) de geweldshandeling van het stompen in het gezicht niet bekend. De rechtbank acht op grond van na te noemen bewijsmiddelen dit gedeelte evenwel wettig en overtuigend bewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van <emphasis role="bold">aangifte</emphasis> van Politie Noord-Nederland d.d. 3 januari 2017, opgenomen op pagina 14 van het dossier met nummer 2017003887, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 7] : </para>
    <para>“Ik zag dat hij van zijn hand een vuist maakte en een slag beweging maakte in mijn richting. Ik dook met mijn hoofd weg en voelde dat zijn vuist op mijn rechterkaak terecht kwam. Ik heb daarom mijn fiets moeten loslaten. Ik zag dat hij mijn fiets pakte en wegrende. [naam 8] vertelde aan mij dat hij die jongen herkende als [verdachte 1] .”</para>
    <para />
    <para>2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor <emphasis role="bold">getuige</emphasis> van Politie Noord-Nederland d.d. 4 januari 2017, opgenomen op pagina 12 van het dossier met nummer 2017003887, inhoudende als verklaring van <emphasis role="bold">[naam 4]</emphasis>: </para>
    <para>“Ik hoorde [verdachte 1] zeggen "mag ik deze fiets lenen?" Ik hoorde [slachtoffer 7] zeggen "nee dat mag niet". Ik zag daarna dat [verdachte 1] een vuistslag gaf op de kaak van [slachtoffer 7] .” </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Vrijspraak mishandeling </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht de mishandeling van [slachtoffer 8] (feit 4 van de dagvaarding met parketnummer 18/041490-17) niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom - in lijn met het verweer van de verdediging - hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij dat verdachte ontkent en een alibi opgeeft (hij zou ten tijde van het feit hebben verbleven op het politiebureau). De aangever geeft aan dat het tijdstip van het incident was gelegen tussen 5.30 en 06.00. Uit het proces-verbaal van aanhouding d.d. 23 april 2017 volgt dat verdachte omstreeks 04.56 uur is aangehouden, zodat het alibi van verdachte kan kloppen. Daar komt bij dat op dit punt de verklaring van de aangever niet overeenkomt met het tijdstip zoals is opgenomen in de verklaring van getuige [naam 5] (die verklaart over het tijdstip tussen 4.30 en 5.00 uur). Bovendien verschillen de verklaringen van aangever en van getuige [naam 5] over de toedracht van hetgeen er zou zijn gebeurd in aanzienlijke mate. Gelet op deze omstandigheden spreekt de rechtbank verdachte van dit feit vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht alle ten laste gelegde feiten bewezen, met uitzondering van voornoemd feit 4 (mishandeling, zoals vermeld op de dagvaarding met parketnummer 18.940025-17) en met dien verstande dat: </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>940017-17</title>
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij in de periode van 7 oktober 2016 tot en met 18 oktober 2016 in Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid, de hierna te noemen aangever heeft bewogen tot de afgifte van geldbedragen, hebbende verdachte toen, aldaar, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk:</para>
      <para>-via de website ‘Marktplaats.nl’ het spel ‘Fifa17’ te koop aangeboden en</para>
      <para>-toen [slachtoffer 1] , wonende te Damwoude, contact met verdachte had opgenomen</para>
      <para>zich heeft bekend gemaakt als [schuilnaam 1]</para>
      <para>- toen die [slachtoffer 1] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer 1] heeft</para>
      <para>gevraagd een betaling van 26,- euro voor dat goed en een betaling van 3,95</para>
      <para>euro voor de verzendkosten over te maken op verdachtes bankrekening, zijnde</para>
      <para>
        [rekeningnummer 1] , en</para>
      <para>-bij die [slachtoffer 1] de indruk heeft doen ontstaan dat genoemd goed spoedig bij die [slachtoffer 1] bezorgd zou worden, en</para>
      <para>-zich tegenover die [slachtoffer 1] heeft voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed,</para>
      <para>-waardoor die [slachtoffer 1] werd bewogen tot afgifte van voormelde geldbedragen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij in de periode van 6 oktober 2016 tot en met 12 oktober 2016 in Nederland</para>
      <para>met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid, de hierna te noemen aangever heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte toen, aldaar, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk:</para>
      <para>-via de website ‘Marktplaats.nl’, het spel ‘GTA V voor PS4’ te koop aangeboden en,</para>
      <para>-toen [slachtoffer 2] wonende te Hellevoetsluis, contact met verdachte had opgenomen zich bekend heeft gemaakt als [schuilnaam 1] en </para>
      <para>-toen die [slachtoffer 2] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer 2] heeft gevraagd een betaling van 24,95 euro voor dat goed over te maken op verdachtes bankrekening, zijnde</para>
      <para>NL28INGB0689722478, en</para>
      <para>-bij die [slachtoffer 2] de indruk heeft doen ontstaan dat genoemd goed spoedig bij die [slachtoffer 2] bezorgd zou worden, en </para>
      <para>-zich tegenover die [slachtoffer 2] heeft voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed,</para>
      <para>-waardoor die [slachtoffer 2] werd bewogen tot afgifte van voormeld geldbedrag;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3</para>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 4 oktober 2016 tot en met 14 oktober 2016 in Nederland, </para>
      <para>met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid de hierna te noemen aangever heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte toen, aldaar, met vorenomschreven oogmerk -</para>
      <para>zakelijk weergegeven - valselijk: </para>
      <para>-via de website ‘Marktplaats.nl’ een ‘Playstation 4, inclusief games en controllers’ te koop aangeboden en</para>
      <para>-toen [slachtoffer 4] wonende te Assen, contact met verdachte had opgenomen zich</para>
      <para>bekend heeft gemaakt als [schuilnaam 2] en,</para>
      <para>-toen die [slachtoffer 4] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer 4] heeft gevraagd</para>
      <para>een betaling van 200,- euro voor dat goed over te maken op verdachtes</para>
      <para>bankrekening, zijnde [rekeningnummer 1] , en</para>
      <para>-bij die [slachtoffer 4] de indruk heeft doen ontstaan dat genoemd goed spoedig bij die [slachtoffer 4] bezorgd zou worden, en</para>
      <para>-zich tegenover die [slachtoffer 4] heeft voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed,</para>
      <para>-waardoor die [slachtoffer 4] werd bewogen tot afgifte van voormeld geldbedrag;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>hij in de periode van 6 oktober 2016 tot en met 31 oktober in Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid de hierna te noemen aangever heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte toen, aldaar, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk:</para>
      <para>-via de website ‘Marktplaats.nl’ een spel ‘GTA V voor PS4’ te koop aangeboden en,</para>
      <para>-toen [slachtoffer 5] wonende te Lent, contact met verdachte had</para>
      <para>opgenomen zich bekend heeft gemaakt als [schuilnaam 1] en,</para>
      <para>-toen die [slachtoffer 5] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer 5]</para>
      <para> heeft gevraagd een betaling van 28,95 euro voor dat goed over te</para>
      <para>maken op verdachtes bankrekening, zijde [rekeningnummer 1] , en</para>
      <para>-bij die [slachtoffer 5] de indruk heeft doen ontstaan dat genoemd goed</para>
      <para>Spoedig bij die [slachtoffer 5] bezorgd zou worden, en</para>
      <para>-zich tegenover die [slachtoffer 5] heeft voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed,</para>
      <para>-waardoor die [slachtoffer 5] werd bewogen tot afgifte van voormeld</para>
      <para>geldbedrag;</para>
      <para>art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>art 326 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.</para>
      <para>hij in de periode van 7 oktober 2016 tot en met 8 november 2016 in Nederland met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid de hierna te noemen aangever heeft bewogen tot de afgifte van een geldbedrag, hebbende verdachte toen, aldaar, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk</para>
      <para>weergegeven - valselijk:</para>
      <para>-via de website ‘Marktplaats.nl’een ‘Samsung laptop’ te koop aangeboden en,</para>
      <para>-toen [slachtoffer 6] , wonende te Oude-Tonge, contact met verdachte had opgenomen</para>
      <para>zich bekend heeft gemaakt als [schuilnaam 1] en,</para>
      <para>-toen die [slachtoffer 6] aangaf dat goed te willen kopen, die [slachtoffer 6]</para>
      <para>heeft gevraagd een betaling van 40,- euro voor dat goed over te maken op verdachtes bankrekening, zijnde [rekeningnummer 1] , en</para>
      <para>-bij die [slachtoffer 6] de indruk heeft doen ontstaan dat genoemd goed spoedig bij die [slachtoffer 6] bezorgd zou worden, en</para>
      <para>-zich tegenover die [slachtoffer 6] heeft voorgedaan als bonafide verkoper van dat goed,</para>
      <para>-waardoor die [slachtoffer 6] werd bewogen tot afgifte van voormeld geldbedrag;</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>041490-17</title>
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op 3 januari 2017 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fiets toebehorende aan [slachtoffer 7] , welke diefstal werd vergezeld van geweld tegen die genoemde [slachtoffer 7] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te</para>
      <para>maken, welk geweld hierin bestond dat verdachte het stuur van de fiets van die [slachtoffer 7] heeft vastgepakt en deze fiets naar zich heeft toegetrokken en die [slachtoffer 7] heeft weggeduwd en met zijn vuist die [slachtoffer 7] een stomp in zijn gezicht heeft gegeven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>(18.940018-17)</para>
      <para>hij op 23 april 2017 te Assen opzettelijk [naam 1] en [naam 3] en [naam 2] , medewerkers van de Politie Noord-Nederland, in hun tegenwoordigheid, mondeling, heeft</para>
      <para>beledigd door hen de woorden toe te voegen: “kanker hoeren van justitie en politie, hoeren van justitie”;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij op 23 april 2017 te Assen toen de aldaar dienstdoende politieambtenaren [naam 1] en [naam 2] en/of [naam 3] verdachte, als verdacht van het gepleegd hebben</para>
      <para>van een op heterdaad ontdekt strafbaar feit, hadden aangehouden en hadden vastgegrepen, teneinde verdachte ter geleiding voor een hulpofficier van justitie over te brengen naar een</para>
      <para>politiebureau, zich met geweld tegen de opsporingsambtenaren, werkzaam in</para>
      <para>de rechtmatige uitoefening van hun bediening, heeft verzet door </para>
    </parablock>
    <para>- zijn spieren te spannen, en</para>
    <para>- zijn spierkracht te gebruiken in tegengestelde richting aan de inspanningen van de</para>
    <para>ambtenaren, waardoor hij niet geboeid kon worden, en</para>
    <para>- zich met zijn been af te zetten tegen het dienstvoertuig waardoor hij zichzelf en</para>
    <parablock>
      <para>de ambtenaren die hem vast hadden gepakt, weg duwde van het dienstvoertuig</para>
      <para>en</para>
      <para>-te rukken en te trekken in een richting tegengesteld aan die waarin die ambtenaren verdachte trachtten te geleiden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde </title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>940017-17</title>
    <para>1. oplichting;</para>
    <para>2. oplichting;</para>
    <para>3. oplichting;</para>
    <para>4. oplichting;</para>
    <para>5. oplichting;</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>041490-17</title>
    <para>1. diefstal met geweld;</para>
    <para>2. eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;</para>
    <para>3. wederspannigheid. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte </title>
    <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Strafmotivering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van 10 maanden met een proeftijd van twee jaren. Daarbij eist zij de bijzondere voorwaarden de meldplicht, medewerking aan een hulpverleningstraject in het buitenland en aanvaarding door verdachte van intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern voor de duur van maximaal zes maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de strafmaat. Ten aanzien van de bijzondere voorwaarden gekoppeld aan de proeftijd heeft de raadsman evenwel de kanttekening geplaatst dat intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern, naast deelname aan een buitenlands hulpverleningstraject, niet noodzakelijk is. Daarnaast zou de intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern op gespannen voet kunnen komen te staan met de schoolgang van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts heeft de rechtbank rekening gehouden met het door verdachte erkende ad informandum gevoegde feit, zoals dit op de dagvaarding is vermeld en welk feit hiermee is afgedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de aard en de hoeveelheid van de feiten acht de rechtbank het opleggen van een jeugddetentie zonder meer gerechtvaardigd, zeker gelet op het feit dat verdachte deze feiten (grotendeels) binnen zijn proeftijd heeft gepleegd. Verdachte heeft te eigen bate misbruik gemaakt van het vertrouwen in het handelsverkeer via Marktplaats en daarmee aan aangevers schade berokkend. De door verdachte gepleegde diefstal met geweld veroorzaakt niet alleen bij het slachtoffer maar ook in de samenleving gevoelens van onveiligheid en betekende een inbreuk op de persoonlijke integriteit van het slachtoffer. De beledigingen van politie-ambtenaren –functionarissen met een publieke taak- acht de rechtbank beneden alle peil terwijl ook het hevige verzet tegen de aanhouding en de overbrenging naar het politiebureau het werk van de politiemensen aanzienlijk heeft bemoeilijkt en een aantasting betekent van het gezag dat de politie in de uitoefening van haar taak toekomt.</para>
      <para>Voorgaande overwegingen rechtvaardigen zonder meer een onvoorwaardelijke jeugddetentie. Gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte is de rechtbank evenwel van oordeel dat thans (intensieve) hulpverlening prioriteit heeft boven een verblijf in detentie. De rechtbank zal daarom de jeugddetentie in voorwaardelijke vorm opleggen. De rechtbank acht een duur van 9 maanden jeugddetentie voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren passend en geboden en heeft hierbij mede gelet op de vrijspraak van verdachte voor de mishandeling (feit 4 op de dagvaarding van parketnummer 18/041490-17). </para>
      <para>De rechtbank bepaalt daarbij als bijzondere voorwaarden de meldplicht, het opvolgen van aanwijzingen, deelname aan een  hulpverleningstraject in het buitenland en aanvaarding van intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern voor de duur van maximaal zes maanden. </para>
      <para>De rechtbank acht - in lijn met de Raad voor de Kinderbescherming en de Jeugdreclassering - het van groot belang dat verdachte zal deelnemen aan het buitenlandse hulpverleningstraject, waarvoor hijzelf ook gemotiveerd lijkt. In tegenstelling tot de verdediging ziet de rechtbank wel een meerwaarde in het opleggen van  intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern. Het is op dit moment namelijk nog onduidelijk of het hulpverleningstraject in het buitenland doorgang kan vinden. Daarnaast is het nog niet duidelijk hoe lang het traject duurt. De rechtbank ziet overigens ook niet in op welke wijze deze begeleiding de schoolgang van verdachte in het gedrang zou kunnen brengen nu  instroom in het schooltraject ook later dan direct bij de aanvang van het schooljaar kan plaats vinden en schoolgang zonder meer mogelijk is tijdens de maatregel ITB harde kern.  Het is verder aan de jeugdreclassering om, na afweging van alle omstandigheden, te bepalen of voorrang moet worden gegeven aan een langer durend traject in het buitenland of aan het starten van de schoolgang direct in het nieuwe schooljaar. De rechtbank gaat er voorts vanuit dat de jeugdreclassering bij de beoordeling van de inzet van intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern rekening zal zouden met het resultaat van het buitenlandse hulpverleningstraject en dat de duur van het buitenlandse hulpverleningstraject van invloed zal zijn op de duur van intensieve begeleiding in het kader van ITB Harde Kern. </para>
      <para>Zoals ter zitting aan de orde is gesteld, zal de rechtbank afzien van het opleggen van een verbod op verdovende middelen en alcohol omdat hieraan in het kader van het buitenlands hulpverleningsproject de nodige aandacht zal worden besteed en de jeugdreclassering ter zitting kenbaar heeft gemaakt dat het haar voorkeur verdient om, indien nodig, verdachte middels een reguliere aanwijzing, hierin bij te sturen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Benadeelde partijen </title>
    <para>De hierna te noemen personen hebben zich als benadeelde partijen voor de aanvang van de terechtzitting in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van de door hen geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder nader te noemen ten laste gelegde en bewezen feiten alsmede de gronden waarop deze berust.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>18</nr>940017-17</title>
    <parablock>
      <para>Feit 1.	oplichting met benadeelde [slachtoffer 1] met een vordering van € 29,95;</para>
      <para>Feit 2.	oplichting met benadeelde [slachtoffer 2] met een vordering van € 24,90;</para>
      <para>Feit 3.	oplichting met benadeelde [slachtoffer 4] met een vordering van € 200;</para>
      <para>Feit 4. 	oplichting met benadeelde [slachtoffer 5] met een vordering van € 31,45.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Ad informandum feit 18/940030-17 : diefstal uit [naam sportcomplex]</title>
    <para>- benadeelde [slachtoffer 9] met een vordering van € 50;</para>
    <para>- benadeelde [slachtoffer 10] met een vordering van € 399.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie is van mening dat alle vorderingen van de benadeelde partijen voor toewijzing gereed liggen met dien verstande dat ten aanzien van de vordering van benadeelde [slachtoffer 10] de vordering dient te worden toegewezen tot een bedrag van € 100, gelet op de geschatte dagwaarde van 25% van de jas na afschrijving (in plaats van de gestelde nieuwwaarde). Tevens heeft de officier van justitie verzocht tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en vervangende jeugddetentie van 1 dag per vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft geen verweer gevoerd tegen de vorderingen, met uitzondering van de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 10] ,en kan zich vinden in het standpunt van de officier van justitie. De raadsman heeft daarbij kenbaar gemaakt dat de benadeelde partijen [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 5] reeds zijn gecompenseerd door terugbetaling van de ten laste gelegde bedragen. Ter onderbouwing heeft de raadsman ter terechtzitting een overzicht van internetbankieren overgelegd van de bankrekening [rekeningnummer 2] ten name van [verdachte 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schades voldoende aannemelijk zijn geworden en in zodanig verband staan met de door verdachte gepleegde strafbare feiten alsmede het door verdachte erkende en door de rechtbank bij de strafoplegging meegewogen ad informandum gevoegde feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kunnen worden toegerekend. De rechtbank acht de vorderingen, die niet door verdachte en diens raadsman zijn weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar. De vordering van [slachtoffer 10] zal gedeeltelijk zal worden toegewezen tot € 100. Het overige deel van die vordering is betwist en is bovendien onvoldoende onderbouwd en zal daarom worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat verdachte heeft gesteld dat enkele benadeelde partijen reeds zijn gecompenseerd, maar heeft hieraan geen conclusie verbonden. De rechtbank beschikt bovendien over onvoldoende informatie om de juistheid van deze stelling te kunnen verifiëren. Het overgelegde zeer recente rekeningoverzicht is hiervoor onvoldoende. Voorts is de wettelijke rente hierbij niet meegenomen. De rechtbank verbindt daarom aan deze opmerking van de verdediging geen gevolgen en volstaat er mee op te merken dat vanzelfsprekend bedragen die reeds betaald zijn, niet nogmaals betaald hoeven te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vorderingen na voorwaardelijke veroordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van 18/011766-16</emphasis>
      </para>
      <para>Bij onherroepelijk geworden vonnis van 23 maart 2016, gewezen door de kinderrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een taakstraf voor de duur van 40 uren subsidiair 20 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar. De proeftijd is ingegaan op 6 april 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 21 juni 2017 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf, maar ter terechtzitting is verzocht tot afwijzing van de vordering, omdat het inzetten van hulpverlening prioriteit heeft boven de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. In de plaats daarvan is verzocht tot een verlenging van de proeftijd met de duur van een jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hiervoor onder parketnummer 18/940017-17 bewezen verklaarde feiten 1 tot en met 5 alsmede het onder parketnummer 18/041490-17 bewezen verklaarde feit 1 zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat, nu de veroordeelde de in voormeld vonnis gestelde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, in beginsel tenuitvoerlegging dient te worden gelast van de niet ten uitvoer gelegde straf. De rechtbank zal echter – gelet op hetgeen op de terechtzitting is behandeld en besproken - de vordering afwijzen. Een verlenging van de proeftijd is niet mogelijk nu reeds eerder de proeftijd is verlengd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van 18/0857565-15</emphasis>
      </para>
      <para>Bij onherroepelijk geworden vonnis van 2 september 2015, gewezen door de kinderrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, is de verdachte veroordeeld tot -voor zover hier van belang- een taakstraf bestaande uit een werkstraf voor de duur van 35 uren subsidiair 17 dagen jeugddetentie voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. De proeftijd is ingegaan op 17 september 2015. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alle bewezen verklaarde feiten zijn door verdachte begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft bij vordering d.d. 22 juni 2017 de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij voormeld vonnis voorwaardelijk opgelegde straf, maar ter terechtzitting is verzocht tot afwijzing van de vordering, omdat het inzetten van hulpverlening prioriteit heeft boven de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf en een verlenging van de proeftijd niet meer mogelijk is nu deze proeftijd reeds eerder is verlengd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft om gelijke redenen ook verzocht tot afwijzing van de vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal - in lijn met het voorgaande en gelet op hetgeen op de terechtzitting is behandeld en besproken - de vordering afwijzen. Een verlenging van de proeftijd is, in tegenstelling tot hetgeen de officier van justitie en de verdediging stelt, wel mogelijk nu de proeftijd niet eerder verlengd. De rechtbank zal daarom de proeftijd verlengen voor de duur van een jaar. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 180, 266, 267, 310, 312, 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 4 (de mishandeling zoals vermeld op de dagvaarding met parketnummer 18/041490-17) is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten  zoals vermeld op de dagvaarding met parketnummer 18/940017-17 en de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten zoals vermeld op de dagvaarding met parketnummer 18/041490-17 bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>een jeugddetentie voor de duur van negen maanden.</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt, dat deze jeugddetentie <emphasis role="bold">niet</emphasis> zal worden ten uitvoer gelegd, <emphasis role="bold">tenzij </emphasis>de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op <emphasis role="bold">twee jaren</emphasis>, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde jeugddetentie, geheel in mindering zal worden gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als algemene voorwaarden:</para>
    </parablock>
    <para>1. dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    <para>2. dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    <para>3. dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als bijzondere voorwaarden:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>dat de veroordeelde zich op uitnodiging van de jeugdreclassering zal melden en zich daarna gedurende een door de jeugdreclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden zo lang en zo frequent als de jeugdreclassering noodzakelijk acht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dat de veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen die de Jeugdbescherming Noord Drenthe aan hem geeft;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dat de veroordeelde gedurende de proeftijd in overleg met de jeugdreclassering zal deelnemen aan een buitenlands hulpverleningstraject waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende dit traject aan de veroordeelde zullen worden gegeven;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>dat de veroordeelde gedurende de proeftijd intensieve begeleiding aanvaardt in het kader van ITB Harde Kern, zo lang als de Jeugdreclassering dat noodzakelijk acht maar met een maximale termijn van zes maanden, waarbij de veroordeelde zich dient te houden aan de aanwijzingen zoals die gedurende deze begeleiding aan de veroordeelde zullen worden gegeven.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar oplevert voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen zal de rechtbank gelet op artikel 14e WvSr dat de hierboven genoemde voorwaarden en het op grond van art. 14d WvSr uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft opdracht aan de Jeugdbescherming Noord Drenthe tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de hierna te noemen benadeelde partijen toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partijen van de hierna te noemen bedragen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen data (pleegdatum). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naam benadeelde 	Te betalen bedrag	Ingangsdatum wettelijke rente </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer 1] 		€ 29,95 		7 oktober 2016</para>
      <para>
        [slachtoffer 2] 	€ 24,90			6 oktober 2016 </para>
      <para>
        [slachtoffer 4] 		€ 200 			4 oktober 2016 </para>
      <para>
        [slachtoffer 5] 	€ 31,95 		6 oktober 2016 </para>
      <para>
        [slachtoffer 9]	 	€ 50			15 mei 2017 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 10] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 100 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2017. Bepaalt dat de vordering voor het overige wordt afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van voornoemde slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] , [slachtoffer 9] , [slachtoffer 10] , te betalen voornoemde bedrag van € 29,95, € 24,90, € 200, € 31,95, € 50 en € 100, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door jeugddetentie voor de duur van 1 dag per slachtoffer, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. De bedragen bestaan uit materiële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het desbetreffende slachtoffer daarmee de verplichting van verdachte om aan die benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan die benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer </para>
      <para>18/085765-15:</para>
      <para>verlengt de in het vonnis d.d. 2 september 2015, gewezen door de kinderrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, vastgestelde proeftijd met één jaar.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer </para>
      <para>18/011766-16:</para>
      <para>wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf opgelegd bij vonnis d.d. 23 maart 2016, gewezen door de kinderrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.A. van Capelle, voorzitter, mr. B.I. Klaassens, tevens kinderrechter, en mr. M. van der Veen, rechter, bijgestaan door mr. M.M. Broeks, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. M.A.A. van Capelle is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>