<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2017:2568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-13T15:40:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18/229247-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77a&amp;g=2017-01-01">Wetboek van Strafrecht 77a</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77g&amp;g=2008-02-01">Wetboek van Strafrecht 77g</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77m&amp;g=2014-04-01">Wetboek van Strafrecht 77m</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77n&amp;g=2010-07-01">Wetboek van Strafrecht 77n</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=77gg&amp;g=2002-04-01">Wetboek van Strafrecht 77gg</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=417bis&amp;g=2002-04-01">Wetboek van Strafrecht 417bis</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:2568">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2017:2568</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-13T15:32:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2017:2568 Rechtbank Noord-Nederland , 13-07-2017 / 18/229247-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2017:2568:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling van minderjarige verdachte t.a.v. schuldheling van scooters in de periode 1 april 2016 tot en met 21 mei 2016 tot een werkstraf van 80 uur met vervangende jeugddetentie 40 dagen, met toewijzing van vordering benadeelde partij tot € 500, met oplegging schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2017:2568:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18.229247-16</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 juli 2017 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte], </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [woonplaats] aan [straatnaam]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 juni 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is verschenen, bijgestaan mr. M.G. Doornbos, advocaat te Assen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. P. van de Vliet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip gelegen in of<?linebreak?>omstreeks de periode van 1 februari 2016 tot en met 21 mei 2016 te Assen,<?linebreak?>althans in de gemeente Assen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een<?linebreak?>ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal een of meer<?linebreak?>scooters/brommers en/of een motor, te weten:<?linebreak?>- een Piaggo Vespa (toebehorende aan [slachtoffer 1])<?linebreak?>- een Vespa Primavera (toebehorende aan [slachtoffer 2]) en/of<?linebreak?>- een Vespa Spring (snorscooter, toebehorende aan [slachtoffer 3]) en/of<?linebreak?>- een Honda CB500 (motor, toebehorende aan [slachtoffer 4])<?linebreak?>heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen,<?linebreak?>terwijl hij (telkens) ten tijde van de verwerving of het voorhanden<?linebreak?>krijgen van dit goed wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;<?linebreak?></para>
      <para>( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht<?linebreak?>of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip gelegen in of<?linebreak?>omstreeks de periode van 1 februari 2016 tot en met 21 mei 2016 te Assen,<?linebreak?>althans in de gemeente Assen, althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal<?linebreak?>een of meer goederen, te weten:<?linebreak?>- een Piaggo Vespa (toebehorende aan [slachtoffer 1])<?linebreak?>- een Vespa Primavera (toebehorende aan [slachtoffer 2]) en/of<?linebreak?>- een Vespa Spring (snorscooter, toebehorende aan [slachtoffer 3]) en/of<?linebreak?>- een Honda CB500 (motor, toebehorende aan [slachtoffer 4]) heeft<?linebreak?>verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij (telkens) ten<?linebreak?>tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van deze goederen<?linebreak?>redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen<?linebreak?>goed betrof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht)</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het primair ten laste gelegde niet kan worden bewezen en dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. Zij acht wel bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte had moeten vermoeden dat de verkregen voertuigen van diefstal afkomstig waren gelet op het ontbreken van contactsloten en/of kentekenplaten en/of chassisnummers. Als koper heb je een onderzoeksplicht en dat gold - ondanks de minderjarigheid van verdachte - ook voor hem. Het is volstrekt ongeloofwaardig dat verdachte geen wetenschap had van de betekenis van de chassisnummers en het ontbreken daarvan gelet op het feit dat hij zich veel bezig hield met het opknappen van en de handel in brommers en scooters. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat verdachte integraal moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Het dossier is allereerst onoverzichtelijk zodat onduidelijk blijft of de ten laste gelegde voertuigen aan verdachte kunnen worden gekoppeld. Ten aanzien van het primair ten laste gelegde dient verdachte voorts te worden vrijgesproken, omdat geen sprake is geweest van opzet. Ook ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde dient verdachte te worden vrijgesproken. In tegenstelling tot hetgeen de officier van justitie beweert, hield verdachte zich niet bezig met de handel maar kocht hij enkel voertuigen voor het gebruik van bepaalde onderdelen. De ten laste gelegde voertuigen heeft hij voor reële prijzen gekocht. Gelet op het doel van verdachte (gebruik van de onderdelen van de voertuigen) is het verklaarbaar dat het ontbreken van onderdelen/contactsloten/kentekenplaten/chassisnummers aan de voertuigen hem niet heeft weerhouden van de aankoop van die voertuigen. Wellicht is verdachte enigszins naïef geweest maar dit levert nog geen strafrechtelijk verwijt op in die zin dat hij redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen betroffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht - in lijn met de officier van justitie en de verdediging - niet bewezen dat sprake is van opzetheling, zodat zij verdachte van het primair ten laste gelegde zal vrijspreken. Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat verdachte wetenschap had van het feit dat de voertuigen van diefstal afkomstig waren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de hierna opgenomen bewijsmiddelen de subsidiair ten laste gelegde schuldheling wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt hierbij het volgende. Verdachte was ten tijde van het delict zeventien jaar en hield zich hobbymatig intensief bezig met het sleutelen aan brommers/scooters/voertuigen en was zeer actief in de aankoop van die voertuigen. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat gelet op voornoemde leeftijd van verdachte van hem in alle redelijkheid had mogen worden verwacht (meer) uitvoering te geven aan zijn onderzoeksplicht. Verdachte heeft een enkele keer een vraag gesteld aan de verkoper naar aanleiding van bij hem geroken onraad, maar heeft verder geen enkel (nader) onderzoek in gesteld. Verdachte is daarmee dermate tekortgeschoten in zijn onderzoekplicht dat hij met de voor schuldheling vereiste aanmerkelijke onvoorzichtigheid heeft gehandeld. </para>
      <para>Dat verdachte geen weet had van de betekenis van chassisnummers acht de rechtbank - evenals de officier van justitie - volstrekt ongeloofwaardig gelet op de leeftijd van verdachte (17 jaar ten tijde van het delict) en het feit dat hij door zijn voornoemde hobby beschikte over een bovengemiddelde (technische en algemene) kennis van dergelijke voertuigen. Gelet op het ontbreken van contactsloten en/of kentekenplaten en/of chassisnummers van de voertuigen en/of het voldoen van een te laag aankoopbedrag gelet op de (markt)waarde van de betreffende voertuigen in combinatie met het kopen van die voertuigen van doorgaans onbekende personen, had verdachte redelijkerwijs moeten vermoeden dat de voertuigen van diefstal afkomstig waren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de data van de diefstallen zoals genoemd in de aangiften zal de rechtbank de bewezenverklaarde periode beperken van 1 april 2016 tot en met 21 mei 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is - ook in onderdelen - slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft. De bewijsmiddelen zijn steeds zakelijk weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. De door verdachte op de terechtzitting van 29 juni 2017 afgelegde verklaring, voor zover inhoudende:</para>
    <parablock>
      <para>U houdt mij de aangifte voor van de Piaggo Vespa toebehorende aan [slachtoffer 1]. Ik weet niet meer wanneer ik hem precies heb gekocht. Het bedrag van € 500 was wel een reële prijs, juist omdat het kenteken ontbrak. De verkoper vertelde mij dat het voertuig afkomstig was uit Duitsland. Het klopt dat ik onderdelen van dit voertuig heb afgehaald. <?linebreak?>U houdt mij de aangifte voor van de Vespa Primavera toebehorende aan [slachtoffer 2] en de Vespa Sprint (toebehorende aan [slachtoffer 3]). Ik heb die voertuigen van [naam], een facebookcontact, gekocht. Het klopt dat ik voor die twee voertuigen gezamenlijk € 900 heb betaald. Dat vond ik een nette prijs, omdat het kenteken ontbrak. Ik vond het twijfelachtig en ergens wel raar dat de contactsloten ontbraken.</para>
      <para>U houdt mij de aangifte voor van de Honda CB500 (motorfiets) toebehorende aan [slachtoffer 4]. Ik weet dat ik die motor heb gekocht en heb opgehaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor van Politie Noord-Nederland d.d. 9 juni 2016 opgenomen op pagina 322 van het dossier met nummer PL0100-2016188532 d.d. 14 september 2017, inhoudende als verklaring van verdachte: </para>
    <para>Ik heb de motorfiets gekocht via marktplaats van ene [naam]. Ik heb een bod gedaan van vierhonderd euro. Hij had het kenteken opgezegd zei hij. Er waren problemen met het contactslot.</para>
    <para />
    <para>3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland, opgenomen op pagina 134 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 1]: </para>
    <para>Mijn Vespa Lx 50 met kenteken [nummer] is op 27 april 2016 weggenomen. De waarde van de Vespa is € 2.200.</para>
    <para />
    <para>4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland, opgenomen op pagina 162 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 2]: </para>
    <para>Op 6 mei 2016 is mijn witte Vespa Primavera met kenteken [nummer] gestolen. </para>
    <para />
    <para>5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland, opgenomen op pagina 180 van voornoemd dossier, inhoudende als verklaring van [slachtoffer 3]: </para>
    <para>Mijn grijze snorscooter Vespa Sprint is op 27 april 2016 ontvreemd. De waarde van de snorscooter is € 3600 en het kenteken is [nummer].</para>
    <para />
    <para>6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2016098637, als aanvulling toegevoegd aan voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4]: </para>
    <para>Ik ben eigenaar van een motorfiets van het merk Honda Cb 500 voorzien van het kenteken [nummer]. Op 7 april 2016 zag ik dat de motorfiets door onbekende(n) was weggenomen.</para>
    <para />
    <para>7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen van Politie Noord-Nederland, opgenomen op pagina 184 van voornoemd dossier, inhoudende als relatering: </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Merk: Piaggio(vespa) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Type: LX 50 </emphasis>
      </para>
      <para>Kleur: zwart, geen koplamp, geen achterlicht </para>
      <para>Aantreffen: In de garagebox van [verdachte], [straatnaam] </para>
      <para>Actie: Inbeslaggenomen omdat het framenummer verwijderd was en geen kentekenplaat op </para>
      <para>de scooter aanwezig was. </para>
      <para>Waarde: 750-1000 euro. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Merk: Piaggio(vespa) </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Type: Primavera </emphasis>
      </para>
      <para>Kleur: Wit, rood zadel, verchroomd rekje, windscherm. </para>
      <para>Aantreffen: In de garagebox van [verdachte] aan de [straatnaam]. </para>
      <para>Actie: Inbeslaggenomen omdat het framenummer verwijderd was en geen kentekenplaat bij </para>
      <para>de scooter aanwezig was. </para>
      <para>Waarde: 3500-4500 euro </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Merk: Piaggio(vespa)</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Type: Sprint</emphasis>
        <?linebreak?>Kleur: grijs/antraciet, geen zadel, geen buddybak.<?linebreak?>Aantreffen: In de garagebox van [verdachte] aan de [straatnaam].<?linebreak?>Actie: Inbeslaggenomen omdat het framenummer verwijderd was en geen kentekenplaat bij de scooter aanwezig was.<?linebreak?>Waarde: 3500-4500 euro</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Merk: Honda</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Type: CB500</emphasis>
        <?linebreak?>Kleur: blauw/paars, zwarte uitlaat<?linebreak?>Aantreffen: In de garagebox van [verdachte] aan de [straatnaam].<?linebreak?>Actie: Inbeslaggenomen omdat het framenummer verwijderd was en geen kentekenplaat bij de motor aanwezig was.<?linebreak?>Waarde: 350-500 euro</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht het onder subsidiair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 april 2016 tot en met 21 mei 2016 te Assen<?linebreak?>meermalen goederen, te weten:<?linebreak?>- een Piaggo Vespa (toebehorende aan [slachtoffer 1]) en<?linebreak?>- een Vespa Primavera (toebehorende aan [slachtoffer 2]) en<?linebreak?>- een Vespa Sprint (snorscooter, toebehorende aan [slachtoffer 3]) en<?linebreak?>- een Honda CB500 (motor, toebehorende aan [slachtoffer 4]) </para>
      <para>heeft voorhanden gehad, terwijl hij telkens ten tijde het voorhanden krijgen van deze goederen<?linebreak?>redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde </title>
    <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>schuldheling, meermalen gepleegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte </title>
    <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Strafmotivering</title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het subsidiair ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 80 uur te vervangen door 40 dagen jeugddetentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft, in het geval van een veroordeling, gepleit voor een voorwaardelijke werkstraf gelet op de (geringe) ernst van de zaak, het tijdsverloop en het feit dat verdachte serieuze geldbedragen voor de voertuigen heeft betaald.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft in een tijdsbestek van nog geen twee maanden viermaal een voertuig voorhanden gehad waarvan hij had moeten vermoeden dat deze van diefstal afkomstig was. Voor het economisch en maatschappelijk verkeer zijn dit hinderlijke feiten waarbij in dit geval met name jeugdige personen zijn gedupeerd en die nadelige financiële gevolgen met zich meebrengen. De rechtbank kan de stelling van de verdediging dat het zou gaan om strafbare feiten van geringe aard bepaald niet volgen. De rechtbank wijst daarbij op het adagium “zonder heler geen steler”; mede door strafbare feiten als door verdachte gepleegd, is de diefstal van onder andere brommers en scooters lonend en wordt deze daarmee in stand gehouden. De rechtbank acht de eis van de officier van justitie passend en geboden en zal verdachte conform veroordelen tot een werkstraf van 80 uur te vervangen door 40 dagen jeugddetentie. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Benadeelde partij</title>
    <para>
      [slachtoffer 1] heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door de hem geleden schade ter hoogte van € 1.483,05 ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. Het betreft materiële schade vanwege ontbrekende dan wel kapotte scooteronderdelen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat het geen rechtstreekse schade betreft. Verdachte is immers niet de steler, maar de heler. Ingevolge de heersende leer is in dat geval de heler niet aansprakelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman is om dezelfde reden met de officier van justitie van mening dat de benadeelde partij in zijn vordering niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank overweegt dat in het geval is komen vast te staan dat de heler zelf beschadigingen heeft aangebracht aan het voorwerp, hij wel aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade. In dit geval heeft verdachte ter terechtzitting bekend dat hij onderdelen van de scooter heeft afgehaald.  Veroordeelde heeft ten overstaan van de politie specifieker verklaard (dossier p. 312/313): “<emphasis role="italic">Zoals ik al aangaf heb ik wat onderdelen gebruikt van de scooter, zoals een contactslot, knipperlichten en de koplamp. Een vriend van mij heeft er nog mee lopen joyriden. Het was de bedoeling om de brommer voor onderdelen te gebruiken.</emphasis>” </para>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de gestelde schade in zijn algemeenheid voldoende aannemelijk is geworden en dat een deel van de gestelde schade in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht echter de schade voor elk opgevoerd scooteronderdeel onvoldoende onderbouwd, zodat de rechtbank op grond van de redelijkheid en billijkheid de toe te rekenen schade schat op € 500,- te vermeerderen met de wettelijke rente.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 77a, 77g, 77m, 77n, 77gg, 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis>, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van <emphasis role="bold">80 uren</emphasis> onbetaalde arbeid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, <emphasis role="bold">vervangende jeugddetentie</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">40 dagen</emphasis> zal worden toegepast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis> toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 500,--</emphasis> (zegge: vijfhonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf <emphasis role="bold">27 april 2016</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige dient te worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], te betalen een bedrag van € 500,-- (zegge: vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 0 dagen. Dit bedrag bestaat uit materiële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. de Bock, voorzitter, tevens kinderrechter, mr B.I. Klaassens, tevens kinderrechter en mr. S. Zwarts rechter, bijgestaan door mr. M.M. Broeks, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 juli 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. J.G. de Bock is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>