<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2016:725</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-08-16T15:34:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBNNE:2016:686</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LEE 16/591</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:725">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:725</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-25T12:04:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2016:725 Rechtbank Noord-Nederland , 25-02-2016 / LEE 16/591</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2016:725:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ter zitting heeft verweerder erkend dat het primaire besluit onzorgvuldig is voorbereid. Zo heeft verweerder niet onderzocht of er alternatieven zijn voor kap van de bomen en of onderhoud aan de bomen kan leiden tot behoud, conform de voorschriften in verweerders Algemene Plaatselijke Verordening. De voorzieningenrechter is niet op voorhand overtuigd van de houdbaarheid in rechte van het primaire besluit nu, zoals ook ter zitting door verweerder erkend, niet alle betrokken belangen ten volle zijn meegewogen. Op dit moment is niet te overzien hoe de heroverweging zal uitpakken. Ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen wordt het verzoek om voorlopige voorziening dan ook toegewezen in die zin dat het bestreden besluit hangende de bezwaarprocedure wordt geschorst.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2016:725:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: LEE 16/591</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 februari 2016 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker], te [plaats], verzoeker</para>
      <para>(gemachtigde: mr. H. Martens),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ooststellingwerf, verweerder</para>
      <para>(gemachtigden: P.J. Daling en L. Buren).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: <emphasis role="bold">Bouwbedrijf Buiteveld B.V.</emphasis>, te Oosterwolde (gemachtigde: J. Koopmans).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 december 2015, verzonden op 28 december 2015, (het primaire besluit) heeft verweerder Bouwbedrijf Buiteveld B.V. (het Bouwbedrijf) een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van vijf bomen (esdoorns) op de locatie Bruggelaan 37 te Appelscha. De gekapte bomen moeten worden vervangen door vijf lindebomen met een stam van minimaal 20-25 cm van de soort Tilia cordata ‘Roelvo’ (met draadkluit). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 februari 2016. Verzoeker is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden. Het Bouwbedrijf is niet verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.		Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), kan, indien tegen een besluit bij de bestuursrechter voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Aangezien vergunninghouder gebruik kan maken van de verleende omgevingsvergunning, wordt het spoedeisende belang aanwezig geacht.</para>
      <para />
      <para>2. Bij het primaire besluit heeft verweerder het Bouwbedrijf een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van vijf bomen (esdoorns) op de locatie Bruggelaan 37 te Appelscha. De gekapte bomen moeten worden vervangen door vijf lindebomen met een stam van minimaal 20-25 cm van de soort Tilia cordata ‘Roelvo’ (met draadkluit). </para>
      <para />
      <para>3. Ter zitting heeft verweerder erkend dat het primaire besluit onzorgvuldig is voorbereid. Zo heeft verweerder niet onderzocht of er alternatieven zijn voor kap van de bomen en of onderhoud aan de bomen kan leiden tot behoud, conform de voorschriften in verweerders Algemene Plaatselijke Verordening. De voorzieningenrechter is niet op voorhand overtuigd van de houdbaarheid in rechte van het primaire besluit nu, zoals ook ter zitting door verweerder erkend, niet alle betrokken belangen ten volle zijn meegewogen. Op dit moment is niet te overzien hoe de heroverweging zal uitpakken. Ter voorkoming van onomkeerbare gevolgen wordt het verzoek om voorlopige voorziening dan ook toegewezen in die zin dat het bestreden besluit hangende de bezwaarprocedure wordt geschorst. </para>
      <para />
      <para>4. Er bestaat aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. De voorzieningenrechter stelt de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken, overeenkomstig het Besluit proceskosten bestuursrecht, vast op € 992, - aan kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tevens zal verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 168, - dienen te vergoeden.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening toe;</para>
    <para />
    <para>- schorst het besluit van verweerder van 22 december 2015 tot zes weken nadat verweerder op het bezwaarschrift van verzoeker heeft beslist;</para>
    <para />
    <para>- veroordeelt verweerder in de kosten van de procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op € 992,-;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht ad € 168,- aan hem dient te vergoeden.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W. de Jonge, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C.T. Hofman, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>25 februari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier											voorzieningenrechter 		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. </para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>