<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2016:5522</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-15T14:57:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C18/168766 PR RK 16-294</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:5522">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:5522</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-12-15T14:57:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-12-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2016:5522 Rechtbank Noord-Nederland , 26-07-2016 / C18/168766 PR RK 16-294</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2016:5522:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Wraking omdat de rechter niet wil aangeven wat zijn hobby is.</para>
        <para>Verzoeker is niet ontvankelijk + misbruik van recht. Volgend verzoek wordt niet in behandeling genomen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2016:5522:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="8881701f-3562-43b6-a15a-f1ee24774468" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="60206643-2973-452b-af64-918a65afe0c6" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige wrakingskamer</para>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/18/168766 / PR RK 16-294</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 26 juli 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <parablock>
      <para>Op 19 juli 2016 heeft de meervoudige wrakingskamer, bestaande uit mrs. P.J. Duinkerken (voorzitter), J.W. Keuning en S. Dijkstra, het wrakingsverzoek van [A] te [woonplaats], strekkende tot wraking van mr. P.G. Wijtsma (zaaknummer C/l8/168429/ PR RK 16-258), behandelt.</para>
      <para>Op die zitting heeft [A] voornoemd mr. P.J. Duinkerken gewraakt. Het wrakingsverzoek is ter zitting in een akte van wraking vastgelegd en door [A] ondertekend. Deze akte van wraking is gehecht aan het proces-verbaal dat van het verhandelde ter zitting is opgemaakt.  </para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>
      <?linebreak?>2.	Beoordeling </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ingevolge artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening worden gehouden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit de wet (artikel 36 Rv en artikel 37 Rv) volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat aan het verzoek tot wraking van mr. Duinkerken voornoemd, geen concrete feiten of omstandigheden ten grondslag zijn gelegd waaruit vooringenomenheid van de rechter of zwaarwegende aanwijzingen voor objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor, kunnen worden afgeleid. <?linebreak?>De stelling van [A] dat mr. Duinkerken niet wilde antwoorden op de vraag van [A] wat zijn hobby is, omdat [A] wilde weten met wie hij te maken heeft, kan naar het oordeel van de rechtbank geen grond voor wraking zijn. Dat geldt evenzeer voor de andere door [A] in de akte van wraking vermelde wrakingsgronden.</para>
        <para>
          [A] zal dan ook aanstonds als kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek worden verklaard. Een mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking kan daarom achterwege blijven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Omdat door [A] het middel van wraking lichtvaardig, want zonder enige grondslag is ingezet, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik van recht. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter(s) belast met de behandeling van deze zaak (zaaknummer C/l8/168429/ PR RK 16-258) niet in behandeling wordt genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>
      <?linebreak?>3.	De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart [A] niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van mr. P.J. Duinkerken;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak (met zaaknummer C/l8/168429/ PR RK 16-258) wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan [A], aan mr. Duinkerken en aan mr. Wijtsma;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter(s) in de procedure met zaaknummer C/l8/168429/ PR RK 16-258 niet in behandeling wordt genomen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>
      <?linebreak?>Deze beslissing is gegeven door mr. E.M. Visser, voorzitter, mr. P. Molema en <?linebreak?>mr. M.A.B. Faber-Siermann en in het openbaar uitgesproken op 26 juli 2016.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>js</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>