<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2016:4830</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-17T09:21:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-11-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">5450837  VV EXPL 16-119</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:4830">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:4830</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-04-17T09:20:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-04-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2016:4830 Rechtbank Noord-Nederland , 01-11-2016 / 5450837  VV EXPL 16-119</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2016:4830:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kort geding; woningruil; vordering afgewezen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2016:4830:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak\rolnummer: 5450837 VV EXPL 16-119                                           </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de kantonrechter van 1 november 2016 </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>eiseres, hierna [eiser] te noemen,</para>
      <para>gemachtigde mr. J.C. Gillese, advocaat te ’s-Hertogenbosch (postbus 1602, 5200 BR),</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
      <para>gedaagde, hierna [gedaagde] te noemen,</para>
      <para>gemachtigde mr. I.C. Nijenhuis, advocaat te Nijmegen (postbus 1094, 6501 BB).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PROCESGANG</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de in de inleidende dagvaarding genoemde gronden heeft [eiser] gevorderd [gedaagde] te veroordelen om de feitelijke tenuitvoerlegging van de woningruil te gehengen en te gedogen in afwachting van een in deze te wijzen onherroepelijke beslissing door de bodemrechter dan wel [gedaagde] te veroordelen in de verzochte woningruil te bewilligen, een en ander met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van dit geding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen hebben producties in het geding gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 oktober 2015. [eiser] , haar gemachtigde en de gemachtigde van [gedaagde] zijn ter zitting verschenen, waar zij hun wederzijdse standpunten (nader) uiteen hebben gezet, mede aan de hand van de door de gemachtigden opgestelde pleitaantekeningen. Van het verhandelde is door de griffier aantekening gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nadat partijen er niet in waren geslaagd een minnelijke schikking te bereiken is de behandeling gesloten en uitspraak bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">OVERWEGINGEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het volgende staat tussen partijen vast en acht de kantonrechter van belang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [eiser] huurt een woning van [eiser] , staande en gelegen aan [adres] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>
        [eiser] ontvangt een bijstandsuitkering en heeft per 1 oktober 2016 werk gevonden in Amsterdam.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Belanghebbende [belanghebbende] (hierna: [belanghebbende] ) huurt in Amsterdam van woningbouwvereniging Ymere een woning aan [adres] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>
        [eiser] en [belanghebbende] hebben een verzoek tot woningruil ingediend. [gedaagde] heeft dit verzoek afgewezen.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Standpunten van partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft, samengevat, aangevoerd dat zij een zwaarwegend belang heeft bij de totstandkoming van de door haar verzochte woningruil en dat haar belang zwaarder moet wegen dan het belang van [eiser] . De vorderingen moeten daarom worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert, samengevat, als verweer dat van hem niet verlangd kan worden dat hij [belanghebbende] accepteert als huurder (ook niet tijdelijk) en dat de belangenafweging daarom in zijn voordeel moet uitvallen. De vorderingen moeten daarom worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De standpunten van partijen zullen hierna bij de beoordeling, voor zover van belang voor de uitkomst van deze zaak, nader worden uitgewerkt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorzieningen, zodat zij in zoverre ontvankelijk is in haar vorderingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Anders dan [gedaagde] heeft doen betogen leidt een eventuele toewijzing van de onderhavige vordering naar het oordeel van de kantonrechter niet tot een onomkeerbare situatie. De kantonrechter verwijst in dit kader naar het arrest van het Gerechtshof te Den Bosch van 29 augustus 2006 (Prg. 2007/48). De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer voorbij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>In dit kort geding moet aan de hand van de door partijen gepresenteerde feiten, zonder nader onderzoek, worden beoordeeld of de vordering in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing nu al gerechtvaardigd is. De kantonrechter overweegt daarover als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Vooralsnog heeft [eiser] voldoende aannemelijk gemaakt dat zij een zwaarwegend belang heeft bij de door haar gewenste woningruil. Niet in geschil is dat zij in Amsterdam werk heeft gevonden, waar dat in Groningen niet is gelukt. Zij heeft er daarom belang bij om dicht(er) bij haar werk te gaan wonen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>Voorts acht de kantonrechter het vooralsnog voldoende aannemelijk dat [belanghebbende] de huur van de woning aan [adres] kan betalen nu hij, zoals onweersproken is gesteld, de huidige – en hogere – huur in Amsterdam ook kan betalen. Aan het verweer van [gedaagde] dat het inkomen van [belanghebbende] te laag is om de aan hem verschuldigde huurprijs te betalen gaat de kantonrechter daarom voorbij.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>Echter, in gevallen als deze dienen alle omstandigheden van het geval te worden meegewogen, waaronder het belang van de verhuurder, in casu [gedaagde] . De kantonrechter is van oordeel dat deze belangenafweging vooralsnog in het nadeel van [eiser] dient uit te vallen. Op basis van de door [gedaagde] overgelegde stukken met betrekking tot het gedrag van [belanghebbende] in zijn woning te Amsterdam kan naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter van [gedaagde] namelijk niet verlangd worden dat hij akkoord gaat met de woningruil. [belanghebbende] heeft blijkens die stukken sinds 2012 voor ernstige overlast gezorgd bij zijn buren in Amsterdam, hetgeen er uiteindelijk toe heeft geleid dat hij akkoord is gegaan met een vertrek uit die woning per 31 oktober 2016. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is ook de verhuurder van de woning boven [adres] . Het risico dat de huurders van die woning hinder gaan ondervinden van [belanghebbende] kan vooralsnog niet bij [gedaagde] worden gelegd. Dat de overlast – zoals gesteld – het gevolg is van psychische problemen die [belanghebbende] ondervindt doet daaraan naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter niet af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>Uit de voorgaande overwegingen vloeit voort dat de vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>
        [eiser] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding. Deze zullen worden begroot op € 600,00 aan salaris gemachtigde.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING IN KORT GEDING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wijst de vorderingen af;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, aan de zijde van [gedaagde] tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 600,00 voor salaris van de gemachtigde.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 1 november 2016 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>typ: 692</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>