<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2016:4559</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-10-02T13:14:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-07-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">4514881 CV EXPL 15-13785</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2016-1134</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2016-1134</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:4559">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:4559</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-10-14T10:22:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2016:4559 Rechtbank Noord-Nederland , 05-07-2016 / 4514881 CV EXPL 15-13785</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2016:4559:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>herstelvonnis van: ECLI:NL:RBNNE:2016:2560</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2016:4559:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para>Locatie Groningen</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaak-/rolnummer: 4514881 \ CV EXPL  15-13785</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">aanvullend vonnis van de kantonrechter d.d. 5 juli 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de procedure die bij de locatie Groningen van de sector kanton </para>
      <para>van de rechtbank Noord-Nederland aanhangig is geweest tussen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaats] ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>gemachtigde: mr. J.M. Jansen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De stichting </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING ARBEIDSLOKET,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Hoogezand,</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>gemachtigde: mr. D. Kneppel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [Eiseres] en De Stichting worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Procesverloop</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot aanvulling </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 7 juni 2016 heeft de gemachtigde van De Stichting aan de griffier van de rechtbank, afdeling privaatrecht, kamer van kantonzaken, verzocht om aanvulling van het tussen partijen gewezen vonnis van 24 mei 2016, in die zin dat de in rechtsoverweging 5.1. toegewezen vergoeding wordt aangevuld met de vermelding dat dit bedrag <emphasis role="underline">bruto</emphasis> betaald moet worden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De kantonrechter heeft [Eiseres] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij brief d.d. 9 juni 2016 heeft de gemachtigde van [Eiseres] namens deze aangegeven niet in te stemmen met de verzochte aanvulling, stellende dat geen sprake is van een verzuim om te beslissen over een onderdeel van het gevorderde in de zin van artikel 23 Rv, nu een schadevergoeding is gevorderd en toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij brief van 14 juni 2016 heeft de griffier partijen namens de kantonrechter bericht dat het bij vonnis van 24 mei 2016 aan [Eiseres] toegewezen bedrag een brutobedrag betrof. Ook is in deze brief aangegeven dat dit op verzoek in een beslissing kan worden vastgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Bij brief van 17 juni 2016 is namens [Eiseres] om een uitspraak gevraagd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt vast dat bij vonnis van 24 mei 2016 aan [Eiseres] ten laste van De Stichting is toegewezen een schadevergoeding ex artikel 7:681 BW van € 15.000,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Gelet op de wijze waarop de schadevergoeding is berekend, kan er geen twijfel over bestaan dat daarmee een brutobedrag is bedoeld. Waar ook de gevorderde schadevergoeding is berekend op basis van de "oude kantonrechtersformule" wordt er van uitgegaan dat veroordeling van een brutobedrag is gevorderd.  </para>
        <para>Aldus is verzuimd om op dit onderdeel van de vordering expliciet te beslissen en wordt dit alsnog gedaan  in de zin zoals hiervoor aangegeven.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De kantonrechter zal het verzoek ex artikel 32 Rv dan ook toewijzen als volgt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De kantonrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat in het dictum sub. 5.1 na € 15.000,00 van het vonnis op 24 mei 2016  tussen [Eiseres] en De Stichting  gewezen dient te worden toegevoegd: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“bruto”,</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat een afschrift van dit vonnis wordt gehecht aan de minuut van het vonnis van 24 mei 2016,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat aan ieder der partijen een grosse/afschrift van het gewijzigde vonnis wordt verstrekt;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 24 mei 2016 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank, kamer voor kantonzaken, locatie Groningen te retourneren.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gewezen door mr. E.J. Oostdijk, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>c [ejo]</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>