<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2016:2878</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-26T16:10:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-06-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C18/166782 KG ZA 16-108</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_intellectueeleigendomsrecht">Civiel recht; Intellectueel-eigendomsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:2878">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:2878</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-06-17T10:04:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2016:2878 Rechtbank Noord-Nederland , 17-06-2016 / C18/166782 KG ZA 16-108</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2016:2878:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>843 a - verzoek afgewezen.</para>
        <para>Tussenvonnis: ECLI:NL:RBNNE:2016:2521</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2016:2878:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6c09064c-26b4-4339-b495-d8406313e631" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="65ee08db-6a25-4c9d-87df-011f1421d7a0" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/18/166782 / KG ZA 16-108</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 17 juni 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. Y. Moszkowicz,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [B] ,</title>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[C]</emphasis>,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
    <para>3. de vennootschap onder firma <?linebreak?><emphasis role="bold">RAAF</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Kloosterburen,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. J.W. Versteeg te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Overwegingen en beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 27 mei 2016 (die hierbij aangehecht wordt en als ingelast wordt beschouwd) is DigiJuris opgedragen te onderzoeken of in de laatste versie van het in beslaggenomen scenario is opgenomen dat de persoon die [A] in de serie speelt ( [F] ) in een slaapkamer heroïne krijgt aangeboden door zijn vriendin/vrouw. DigiJuris is daarbij opgedragen binnen twee weken haar onderzoek te verrichten, waarna zij haar bevindingen en de relevante stukken dienaangaande aan de voorzieningenrechter zou moeten doen toekomen. De voorzieningenrechter zou vervolgens een nadere beslissing nemen omtrent het gevorderde, alsmede omtrent de kosten van de deskundige.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij deskundigenbericht van 10 juni 2016 heeft DigiJuris de uitkomst van haar hiervoor bedoelde onderzoek aan de voorzieningenrechter doen weten.<?linebreak?></para>
        <para>In dat deskundigenbericht is terzake van de werkwijze onder meer het volgende opgenomen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="italic">Om te kunnen beoordelen of de onder 4.11.2 </emphasis>(van het vonnis van 27 mei 2016, vzr)<emphasis role="italic"> beschreven scene/gebeurtenis voorkomt in het scenario c.q. de deelscenario’s, heeft DigiJuris de scenario’s van de vier afleveringen doorgelezen en beoordeeld op de gestelde vraag. Daarbij is er door ons geen scene aangetroffen waarin de persoon die [A] in de serie speelt in een slaapkamer heroïne krijgt aangeboden door zijn vriendin/vrouw.</emphasis><?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Naast visuele controle is als additionele controle de tekst van de scenario’s van de vier afleveringen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">met zoekwoorden op gelijkenis doorzocht. De woorden heroïne en/of slaapkamer en/of [A] en/of</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Theo’ gaven geen aanleiding onze bevinding aan te passen.</emphasis>’<?linebreak?></para>
        <para>De conclusie van het deskundigenbericht is de volgende:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="italic">In de laatste versie van het scenario c.q. de deelscenario’s is door ons geen scene aangetroffen waarin de persoon die [A] in de serie speelt in een slaapkamer heroïne krijgt aangeboden door zijn vriendin/vrouw.</emphasis>’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter neemt het deskundigenbericht over en maakt de daarin opgenomen overwegingen tot de zijne.</para>
        <para>Gelet op dit deskundigenbericht – met inachtneming van het onder 4.10. van het vonnis van 27 mei 2016 overwogene – heeft eiser in het kader van artikel 1019a Rv niet voldoende aannemelijk gemaakt dat hij mogelijk een onderliggende vordering heeft op gedaagden uit hoofde van (een dreigende) schending van het auteursrecht van eiser. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De vordering wordt dan ook afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [A] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Voor de bepaling van de hoogte daarvan zal de voorzieningenrechter aansluiting zoeken bij de zogenaamde indicatietarieven. Met inachtneming van maatstaven van redelijkheid en billijkheid zullen de kosten nader worden vastgesteld op € 10.000,00.</para>
        <para>De kosten aan de zijde van [B] c.s. worden begroot op:</para>
      </parablock>
      <para>- griffierecht	€ 	288,00</para>
      <para>- salaris advocaat		<emphasis role="underline">10.000,00</emphasis></para>
      <para>Totaal	€ 	10.288,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Tevens zal [A] als de in het ongelijk gestelde partij worden opgedragen de niet onredelijk voorkomende kosten van de deskundige ad € 2.115,25 aan DigiJuris te voldoen (de kostenspecificatie van DigiJuris zal met het afschrift van het vonnis worden meegezonden). </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>wijst de vorderingen af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>veroordeelt [A] in de proceskosten, aan de zijde van [B] c.s. tot op heden begroot op € 10.288,00;</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>draagt [A] op de kosten van de deskundige ad € 2.115,25 aan DigiJuris te voldoen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.B. van Baalen en in het openbaar uitgesproken op <?linebreak?>17 juni 2016.<footnote-ref linkend="_1f80d3e0-633e-441b-b0d2-4b13b4c6dbfd" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_1f80d3e0-633e-441b-b0d2-4b13b4c6dbfd" label="1">
    <para />
    <para>coll: js</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>