<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2016:2291</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-22T11:56:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2016-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.820033-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=57&amp;g=2011-01-01">Wetboek van Strafrecht 57</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=285&amp;g=2010-04-01">Wetboek van Strafrecht 285</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:2291">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2016:2291</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-05-13T11:22:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2016:2291 Rechtbank Noord-Nederland , 29-01-2016 / 18.820033-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2016:2291:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte is schuldig bevonden aan de bedreiging van 3 verbalisanten. Gelet op de specifieke omstandigheden van het geval en de blijvende gevolgen voor verdachte wordt aan verdachte geen straf of maatregel opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2016:2291:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Afdeling Strafrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Locatie Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>parketnummer 18/820033-15</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">29 januari 2016 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte] ,</emphasis>
    </para>
    <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
    <para>wonende te [woonadres] . </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
    <para>15 januari 2016. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W. Schoo, advocaat te Groningen. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door </para>
    <para>mr. dr. P.H.S. van Rest. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 november 2014 te [pleegplaats] , [slachtoffer 1] (hoofdagent</para>
      <para>van politie) en/of [slachtoffer 2] (brigadier van politie) en/of [slachtoffer 3]</para>
      <para>(hoofdagent van politie) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven</para>
      <para>gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk</para>
      <para>dreigend (op korte afstand) ten overstaan van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]</para>
      <para>en/of [slachtoffer 3] :</para>
    </parablock>
    <para>- een (groot) vlees/fileermes en/of een (op een) vuurwapen (gelijkend</para>
    <para>voorwerp) en/of een (kapot geslagen) fles getoond en/of</para>
    <para>- met voornoemd mes en/of (kapot geslagen) fles stekende en/of snijdende</para>
    <para>beweging(en) gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsvraag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft op grond van de aangiften in het dossier en de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft betoogd dat op grond van de stukken in het dossier en de verklaring van verdachte het ten laste gelegde kan worden bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beoordeling van het bewijs</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank past met betrekking tot het ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De bekennende verklaring van verdachte op de terechtzitting afgelegd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van aangifte d.d. 24 november 2014, opgenomen op pagina 26 e.v. van dossier nr. 2014159259 d.d. 30 december 2014, inhoudende de verklaring van </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">
          [slachtoffer 1] ;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van aangifte d.d. 23 november 2014, opgenomen op pagina 28 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2] ;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van aangifte d.d. 23 november 2014, opgenomen op pagina 30 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het   ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 23 november 2014 te [pleegplaats] , [slachtoffer 1] (hoofdagent van politie) en </para>
      <para>
        [slachtoffer 2] (brigadier van politie) en [slachtoffer 3] (hoofdagent van politie) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend op korte afstand ten overstaan van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] :</para>
    </parablock>
    <para>- een groot vlees/fileermes en een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een kapot geslagen fles getoond en</para>
    <para>- met voornoemd mes stekende bewegingen gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten opzichte van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 1 jaar zonder oplegging van bijzondere voorwaarden. Bij de formulering van de strafeis heeft de officier van justitie meegewogen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstige bedreiging van meerdere agenten. Tevens heeft de officier van justitie het trajectconsult </para>
      <para>d.d. 12 januari 2016 en het advies van de reclassering meegewogen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verzocht verdachte schuldig te verklaren zonder oplegging van straf of maatregel. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de afloop van deze zaak desastreuze gevolgen voor verdachte heeft gehad. Na 13 operaties is het maar de vraag of verdachte zijn been kan behouden. Daarnaast heeft de raadsman betoogd dat de politie in deze zaak niet geheel juist heeft gehandeld door geen psychiatrische hulp in te schakelen op het moment dat het niet lukte om verdachte te bewegen zijn wapens weg te leggen. Verdachte is door een lid van het arrestatieteam (hierna: AT) van korte afstand in zijn been geschoten. Waarom er door het AT is geschoten, blijkt niet uit het dossier. Deze manier van handelen is onbegrijpelijk mede gelet op het feit dat de politie al anderhalf uur met verdachte in gesprek was en er voor de agenten toen geen reden is geweest om op verdachte te schieten. Tevens heeft de raadsman betoogd dat er geen sprake is geweest van een persoonlijke bedreiging van de agenten nu verdachte zelfmoord wilde plegen. De raadsman heeft aangevoerd dat gelet op het voorgaande oplegging van een straf in deze zaak niet op zijn plaats is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beantwoording van de vraag of en zo ja welke straf en/of maatregel moet worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezen- en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de aangaande zijn persoon opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit het justitiële documentatieregister, alsmede de vordering van de officier van justitie en hetgeen de raadsman ter verdediging heeft aangevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft in de nacht van 22 op 23 november 2014 via WhatsApp zijn familie kenbaar gemaakt dat hij een eind wilde maken aan zijn leven. Hierop heeft de familie van verdachte de politie ingeschakeld. Ter plaatse heeft de politie zich de toegang tot de woning van verdachte verschaft waarna verdachte de agenten [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met  een vlees/fileer mes, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een kapot geslagen fles. </para>
      <para>De agenten hebben verdachte meerdere malen gesommeerd zijn wapens neer te leggen. Toen duidelijk werd dat verdachte niet wilde meewerken, heeft de politie het Aanhoudings- en Ondersteuningsteam ingeschakeld en is verdachte door een lid van voornoemd team van een korte afstand in zijn bovenbeen geschoten </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is de rechtbank gebleken dat verdachte  gebukt gaat onder de gevolgen van de schotwond in zijn been. Verdachte heeft in totaal 11 maanden in een ziekenhuis en een revalidatiecentrum doorgebracht en hij is binnen 1 jaar 12 keer aan zijn been geopereerd. Door het blijvende gevaar op infectie zal verdachte nog een onbekend aantal operaties moeten ondergaan en bestaat zelfs de kans dat zijn been moet worden geamputeerd. Het leven van verdachte is ingrijpend veranderd omdat hij niet meer kan lopen en hij zich alleen kan voortbewegen in een scootmobiel. Dit weegt de rechtbank zwaar mee bij het beantwoorden van de vraag of in de onderhavige zaak enige straf of maatregel moet worden opgelegd. </para>
      <para>Daarnaast overweegt de rechtbank dat de politie geen psychiatrische hulp of enige andere vorm van medische hulpverlening heeft ingeschakeld, terwijl hier, gelet op de (geestelijke) toestand van verdachte en het feit dat het om een zelfmoordmelding ging, naar het oordeel van de rechtbank wel degelijk reden toe was. Gelet op voornoemde specifieke omstandigheden en de blijvende gevolgen voor verdachte komt de rechtbank tot het oordeel dat het opleggen van een straf of maatregel in deze zaak passend noch geboden is. Verdachte zal daarom wel schuldig worden verklaard, maar er zal geen straf of maatregel worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inbeslaggenomen goederen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie is van mening dat de volgende goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- 1 vleesmes,</para>
    <para>- 1 huls,</para>
    <para>- 1 projectiel (munitie).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie is van mening dat de volgende goederen de volgende goederen dienen te worden teruggegeven aan [verdachte] :</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- 1 afscheidsbrief,</para>
    <para>- 1 knevel,</para>
    <para>- 1 T-shirt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman kan zich vinden in het standpunt van de officier van justitie. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Onttrekking aan het verkeer</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de aan verdachte toebehorende inbeslaggenomen voorwerpen, te weten </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- 1 vleesmes,</para>
    <para>- 1 huls,</para>
    <para>- 1 projectiel (munitie)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu zij bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten zijn aangetroffen en zij kunnen dienen tot het begaan van soortgelijke feiten terwijl het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of het algemeen belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Teruggave</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- 1 afscheidsbrief,</para>
    <para>- 1 knevel,</para>
    <para>- 1 T-shirt,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>moeten worden teruggegeven aan [verdachte] , nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vorderingen van de benadeelde partijen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [slachtoffer 2]
        </emphasis> heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van de door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering bestaat uit € 400,- aan immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [slachtoffer 3] </emphasis>heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van de door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust. De vordering bestaat uit € 400,- aan immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de vorderingen dienen te worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren. De raadsman heeft aangevoerd dat de onderbouwing van de vorderingen niet ziet op de ten laste gelegde bedreiging en dat bij de beoordeling van de vorderingen acht moet worden geslagen op de rol van de politie in het geheel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vorderingen zijn ter terechtzitting gemotiveerd bestreden door de raadsman. Gelet op de namens verdachte geponeerde opvattingen over de aard en inzet van de politie en de onderbouwing van de vorderingen, is de rechtbank van oordeel dat de behandeling van de vorderingen van de benadeelde partijen een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De rechtbank bepaalt, gelet op het bepaalde in artikel 361, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, dat de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk in hun vorderingen dienen te worden verklaard en dat de benadeelde partijen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9a, 36b, 36d, 57 en 285 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat ter zake van het bewezen verklaarde geen straf of maatregel wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Verklaart onttrokken aan het verkeer:</title>
    <para />
    <para>- 1 vleesmes,</para>
    <para>- 1 huls,</para>
    <para>- 1 projectiel (munitie).</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Gelast de teruggave van:</title>
    <para />
    <para>- 1 afscheidsbrief,</para>
    <para>- 1 knevel,</para>
    <para>- 1 T-shirt,</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>aan [verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] , in de vordering niet-ontvankelijk. </para>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] , in de vordering niet-ontvankelijk. </para>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</para>
      <para>Bepaalt dat de benadeelde partij en de veroordeelde ieder de eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mrs. M.J.B. Holsink, voorzitter, H.L. Stuiver en </para>
      <para>S. Zwarts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.C. Fennema als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 januari 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>