<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2015:739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:15:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-02-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">3249045 CV EXPL 14-10397</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:739">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:739</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-03-26T11:09:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2015:739 Rechtbank Noord-Nederland , 11-02-2015 / 3249045 CV EXPL 14-10397</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2015:739:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eindafrekening nutsvoorzieningen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2015:739:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak\rolnummer:  3249045 CV EXPL 14-10397</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 11 februari 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid NDEA B.V.,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te Meppel,</para>
      <para>eiseres in conventie, verweerder in reconventie, hierna NDEA te noemen,</para>
      <para>gemachtigde GGN Tijhuis &amp; Partners, gerechtsdeurwaarders te Meppel,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te[adres],</para>
      <para>gedaagde in conventie, eiser in reconventie, hierna [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] te noemen,</para>
      <para>in persoon procederende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PROCESGANG</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de dagvaarding;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van antwoord in conventie tevens eis in reconventie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van repliek in conventie, conclusie van antwoord in reconventie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de conclusie van dupliek in conventie, repliek in reconventie</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>conclusie van dupliek in reconventie</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis is bepaald op heden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">OVERWEGINGEN </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In conventie en reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter gaat uit van de navolgende feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Partijen hebben een overeenkomst gesloten ingevolge waarvan Ndea nutsvoorzieningen alsmede het transport daarvan leverde aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] aan het adres [adres] te Groningen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De voorschotten werden maandelijks bij [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in rekening gebracht. Daarnaast heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] jaarlijks een jaarrekening ontvangen en na beëindiging van de overeenkomst een eindafrekening. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>Alle gefactureerde voorschotbedragen worden met het over dat jaar verschuldigde bedrag verrekend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4</nr>
      <para>Op 14 februari 2014 heeft NDEA [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] een eindafrekening gezonden ter hoogte van € 281,91.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft deze eindafrekening onbetaald gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>NDEA vordert bij dagvaarding - kort weergegeven - dat de kantonrechter [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling van € 326,92, vermeerderd met de wettelijke rente over € 281,91 vanaf 7 juli 2014, een en ander met veroordeling van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de proceskosten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>NDEA heeft haar vordering verminderd  met een bedrag van € 49,13.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <parablock>
        <para>De vordering is, na vermindering van eis, als volgt opgebouwd:<?linebreak?></para>
        <para>- hoofdsom 			€  281,91</para>
        <para>- rente tot 7 juli 2014		€      2,72</para>
        <para>- incassokosten		<emphasis role="underline">€    42,29</emphasis></para>
        <para> 				€  326,92</para>
        <para>- in mindering 		<emphasis role="underline">€    49,13</emphasis></para>
        <para> 				€  326,92</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het standpunt van NDEA</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>NDEA legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is in gebreke gebleven met betaling van de eindnota van 14 februari 2014 ter hoogte van € 281,91.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Op 31 januari 2014 heeft NDEA een nieuwe leveringsovereenkomst voor de levering van koude, warmte en warmtetapwater ontvangen van de nieuwe bewoner. Via deze bewoner heeft NDEA de meterstanden verkregen van 1 februari 2014. Aan de hand van deze meterstanden heeft NDEA de eindafrekening d.d. 14 februari 2014 kunnen opmaken. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft nimmer zelf de meterstanden doorgegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Bij conclusie van repliek heeft NDEA gesteld dat inmiddels is gebleken dat de door de nieuwe bewoner doorgegeven standen van de warmtemeter en de electrameter onjuist zijn geweest. NDEA heeft uit coulance een correctie aangebracht ter hoogte van € 49,13 incl. BTW. Als gevolg van deze nieuwe berekening vermindert [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] haar vordering met een bedrag van € 49,13.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Vanwege het betalingsverzuim van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] maakt NDEA aanspraak op rente en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>NDEA heeft de vordering in reconventie gemotiveerd betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Het standpunt van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie]</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para> betwist de vordering. Hij voert aan dat de eindafrekening niet klopt. Hij heeft de meterstanden op 10 januari 2014 via de internetsite van NDEA aan NDEA doorgegeven. De warmte eindstand op de eindafrekening vermeldt 4700 terwijl hij 4088,90 heeft doorgegeven aan NDEA. Ook de hoogte  van de elektriciteit klopt niet. Hij heeft een stand van 2962 doorgegeven in plaats van 2984,9. Het bedrag dat NDEA in rekening heeft gebracht klopt derhalve niet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] vordert in reconventie een bedrag van € 50.000,00 van NDEA omdat NDEA niet heeft geantwoord op zijn persoonlijk verhaal bij het doorgeven van zijn meterstanden op de internetsite van NDEA. Daarnaast vordert hij schade omdat NDEA onnodig een deurwaarder in de hand heeft genomen. Hij vordert eveneens in reconventie van de gerechtsdeurwaarder een bedrag van € 75.000,00 voor het beschadigen van familierelaties en onterechte intimidaties. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>5</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">In conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4 </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft in de eerste plaats formeel verweer gevoerd tegen de dagvaarding. Hij heeft aangevoerd dat NDEA bij het gebruiksadres [adres] heeft genoemd in plaats van [adres]. Door deze fout is naar zijn mening de dagvaarding ongeldig. De kantonrechter is van oordeel dat er sprake is van een kennelijke fout en heeft geen aanleiding om aan te nemen dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in het voeren van zijn verweer onredelijk is geschaad. Uit zijn verweer blijkt dat het hem duidelijk is geweest waarop de vordering in de dagvaarding betrekking op had. Voor zover [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] enig rechtsgevolg heeft willen verbinden aan zijn ter zake naar voren gebracht betoog, kan hij daarin dan ook niet worden ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>Voorts heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] het verweer gevoerd dat NDEA onjuiste meterstanden heeft gebruikt bij het opstellen van de eindafrekening. De kantonrechter stelt vast dat NDEA bij haar conclusie van repliek haar vordering heeft aangepast in die zin dat ze thans bij de berekening van de eindafrekening de meterstanden heeft gebruikt die [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in zijn conclusie van antwoord heeft genoemd. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft deze nieuwe berekening inhoudelijk niet betwist zodat van de juistheid hiervan uit moet worden gegaan. De vordering met betrekking tot de hoofdsom zal op grond van het voorgaande worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft aangevoerd dat hij deze meterstanden bij zijn verhuizing al heeft doorgegeven aan NDEA. Nu NDEA dit heeft betwist en [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zijn stelling niet nader heeft onderbouwd aan de hand van bewijsstukken gaat de kantonrechter er in rechte van uit dat hij deze niet heeft doorgegeven. Het komt derhalve voor het risico van [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] dat NDEA in eerst instantie niet de juiste meterstanden heeft gebruikt bij het opstellen van de eindafrekening. Gelet op het voorgaande stond het NDEA naar het oordeel van de kantonrechter vrij om, toen [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in gebreke bleef de eindafrekening te betalen, de vordering ter incasso over te dragen en uiteindelijk tot dagvaarding over te gaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>NDEA maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Aan [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] is een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van het bepaalde artikel 6:96 lid 6 Burgerlijk Wetboek. Het gevorderde bedrag ter zake van buitengerechtelijke incassokosten van € 42,29 komt overeen met het in het Besluit daarvoor voorgeschreven tarief. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] ook dit bedrag is verschuldigd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] meent aanspraak te kunnen maken op een schadevergoeding van 50.000,00 omdat hij onrechtmatig is behandeld door NDEA. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] niet aan de op hem rustende stelplicht voldaan. [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] heeft zijn vordering op geen enkele manier onderbouwd. Mede in het licht van de betwisting van NDEA, zal deze niet concreet gemaakte vordering derhalve worden afgewezen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>Voorts overweegt de kantonrechter dat de gemachtigde van NDEA geen partij is in de onderhavige procedure. Voor zover [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] bedoeld heeft een eis in reconventie in te stellen jegens de deurwaarder gaat de kantonrechter hier om die reden aan voorbij. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.8</nr>
      <para>
        [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in conventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] om tegen kwijting aan NDEA te betalen € 277,79 vermeerderd met de wettelijke rente over € 277,79 vanaf 7 juli 2014 tot de dag der algehele voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] tevens in de kosten van het geding, aan de zijde van NDEA tot aan deze uitspraak vastgesteld op € 115,00 aan griffierecht, € 79,15 aan explootkosten en € 120,00 voor salaris van de gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">in reconventie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>wijst de vordering af;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde in conventie, eiser in reconventie] in de kosten van deze procedure, welke tot op heden aan de zijde van NDEA worden vastgesteld € 60,00 aan gemachtigde salaris.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 11 februari 2015 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>typ: TvdB</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>