<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2015:6259</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-17T14:27:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.830160-13</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:6259">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:6259</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-03-17T14:26:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2015:6259 Rechtbank Noord-Nederland , 05-11-2015 / 18.830160-13</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2015:6259:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Rechtbank spreekt verdachte vrij van uitkeringsfraude.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2015:6259:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/830160-13</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. </title>
    <bridgehead role="bold">5 november 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [land] ),</para>
      <para>zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M.I. Bloch, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. S. Zwarts.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 1 november 2007 tot en met 24 oktober 2011</para>
      <para>te gemeente Groningen en/of gemeente Amsterdam, in elk geval in Nederland, in</para>
      <para>strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde</para>
      <para>verplichting, te weten artikel 70 van de Wet Arbeidsongeschiktheidsverzekering</para>
      <para>Zelfstandigen en/of artikel 12 van de Toeslagenwet, opzettelijk heeft</para>
      <para>nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit</para>
      <para>kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte</para>
      <para>wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang</para>
      <para>waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een</para>
      <para>verstrekking of tegemoetkoming, te weten een WAZ-uitkering en/of een toeslag</para>
      <para>ingevolge de Toeslagenwet via het UWV Groningen en/of Amsterdam, dan wel voor</para>
      <para>de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft</para>
      <para>hij, verdachte, aan het UWV in het geheel niet gemeld dat hij in genoemde</para>
      <para>periode</para>
    </parablock>
    <para>- was geëmigreerd naar [land] , althans niet zijn hoofdverblijf op/aan de in</para>
    <parablock>
      <para>Nederland (bij het UWV) opgegeven adres(sen) heeft gehad</para>
      <para>en/of</para>
    </parablock>
    <para>- werkzaamheden (vanwege een winkel en/of een cafébedrijf) heeft verricht</para>
    <parablock>
      <para>en/of (uit die werkzaamheden) inkomsten heeft genoten en/of eigenaar is</para>
      <para>geworden, althans een zakelijk belang heeft gehad in een of meer bedrijven</para>
      <para>(in [land] ),</para>
      <para>zulks terwijl dat toen (telkens) wel het geval was.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Bewijsvraag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde kan worden bewezen, met dien verstande dat verdachte niet aan het UWV heeft gemeld dat hij niet zijn hoofdverblijf  op de in Nederland bij het UWV opgegeven adressen heeft gehad en dat hij eigenaar is geworden van twee bedrijven in [land] . Zij heeft aangevoerd dat verdachte wist dat deze gegevens van belang waren voor het recht op een uitkering en de hoogte daarvan. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij mondeling aan het UWV heeft doorgegeven dat het door hem opgegeven adres in Delfzijl een postadres was, maar het is een verplichting om dit schriftelijk door te geven. De verklaring die verdachte heeft gegeven omtrent het eigendom van de twee bedrijven in [land] acht de officier van justitie ongeloofwaardig. </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Standpunt van de verdediging</title>
    <para>De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat niet buiten gerede twijfel kan worden aangetoond dat verdachte in de ten laste gelegde periode naar [land] is geëmigreerd en in [land] uit een café en/of winkel inkomsten heeft gegenereerd. Er kan dus ook niet worden bewezen verklaard dat verdachte opzettelijk heeft nagelaten aan het UWV gegevens te verstrekken terwijl dit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander. In de zin van artikel 227b van het Wetboek van Strafrecht waren die gegevens ook niet van belang voor de vaststelling van zijn recht op een uitkering of toeslag.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft het ten laste gelegde betwist. Hij heeft verklaard dat hij mondeling aan het UWV heeft doorgegeven dat het door hem opgegeven adres in Delfzijl een postadres betrof. De rechtbank merkt op dat dit niet ongebruikelijk is en dat verdachte op dit adres dus wel bereikbaar was voor het UWV. Dit blijkt ook uit de verklaring van verdachte dat hij, na ontvangst van stukken van het UWV, meermalen op het kantoor van het UWV is geweest. Omtrent deze bezoeken van verdachte bevat het dossier geen stukken. </para>
      <para>Ook met betrekking tot het eigendom van de twee bedrijven in [land] heeft verdachte niet op voorhand onaannemelijke verklaringen afgelegd. Het strafdossier is gebaseerd op een onderzoek door het Internationale Bureau Fraude-informatie (IBF) van het UWV, welk onderzoek via een administratiefrechtelijke weg is gegaan. Op verzoek van de verdediging heeft de rechter-commissaris in deze rechtbank vragen aan het IBF voorgelegd, welke vragen grotendeels onbeantwoord zijn gebleven. Wel is komen vast te staan dat het onderzoek in [land] is verricht door vertrouwenspersonen die werkzaam zijn voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken. De onderzoeker is echter anoniem gebleven. Het onderzoek van het IBF is derhalve niet verifieerbaar.</para>
      <para>De rechtbank acht daarom het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.B. Holsink, voorzitter, mr. J.G.W. Lootsma en </para>
      <para>mr. P.H.M. Smeets, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 november 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Lootsma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>