<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2015:6181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-08-26T14:31:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-11-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.720098-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verstek">Verstek</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=22&amp;g=2002-04-01">Wetboek van Strafrecht 22</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001941&amp;artikel=3&amp;g=2003-03-17">Opiumwet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001941&amp;artikel=11&amp;g=2009-07-01">Opiumwet 11</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:6181">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:6181</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-14T10:30:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-03-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2015:6181 Rechtbank Noord-Nederland , 05-11-2015 / 18.720098-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2015:6181:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het professioneel telen van 432 hennepplanten in een korte periode en wordt veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand en een taakstraf van 120 uur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2015:6181:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Afdeling Strafrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Locatie Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>parketnummer 18/720098-15</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">5 november 2015</emphasis> i<emphasis role="bold">n de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>,</para>
    <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ( [land] ),</para>
    <para>wonende te [woonadres] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
    <para>22 oktober 2015.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. von Bartheld.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij (op een of meer tijdstippen gelegen)</para>
      <para>in of omstreeks de periode van 3 september 2014 tot en met 30 september 2014,</para>
      <para>te [pleegplaats] , (althans) in de gemeente Smallingerland,</para>
      <para>(telkens) opzettelijk,</para>
      <para>in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens)</para>
      <para>heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval</para>
      <para>opzettelijk aanwezig heeft gehad</para>
      <para>(in een woning en/of in een garage behorende bij die woning, gelegen aldaar</para>
      <para>aan [adres] )</para>
      <para>een hoeveelheid van (in totaal) 432 hennepplanten</para>
      <para>en/of delen daarvan, in elk geval (telkens) een grote hoeveelheid</para>
      <para>hennepplanten en/of delen daarvan,</para>
      <para>in elk geval (telkens) een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een</para>
      <para>materiaal bevattende hennep,</para>
      <para>zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,</para>
      <para>dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewijsvraag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde kan worden bewezen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beoordeling van het bewijs</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Een proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij d.d. 20 november 2014, opgenomen op pagina 19 e.v. van dossier nummer PL0200-2014089062 d.d. 20 november 2014 van Politie Eenheid Noord-Nederland, inhoudende de relatering van verbalisanten [verbalisant 1] , [verbalisant 2] en [verbalisant 3] :</emphasis>
      </para>
      <para>Op 30 september 2014 werd door ons in een woning aan [adres] te [pleegplaats] een (professionele) hennepkwekerij aangetroffen. Deze hennepkwekerij was opgedeeld in twee kweekruimtes. Kweekruimte A bevond zich in de garage die aan de oostzijde van de woning staat. Kweekruimte B bevond zich op de zolder van de woning. De hennepkwekerij bestond uit in totaal 432 hennepplanten (25 planten per m2). </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indicatoren professionaliteit </emphasis>
      </para>
      <para>In verband met de inwerkingtreding van de wet van 18 maart 1999 tot wijziging van de </para>
      <para>Opiumwet in verband met de invoering van een verhoogde strafmaat voor beroeps- en </para>
      <para>bedrijfsmatige hennepteelt, behoort onderscheid te worden gemaakt tussen teelt en beroeps- of bedrijfsmatige teelt. Bij de vaststelling van hetgeen beroeps- en bedrijfsmatige teelt is, spelen de volgende factoren (opgenomen in bijlage 1 van de Aanwijzing Opiumwet) een rol: </para>
    </parablock>
    <para>- de schaalgrootte van de teelt; in ieder geval meer dan 5 planten; </para>
    <para>- het soort materiaal waarop geteeld wordt; </para>
    <para>- indicatoren met betrekking tot belichting, verwarming, bevloeiing, enz.; </para>
    <para>- de rol van de verdachte: is er bijvoorbeeld sprake van het gedurende langere tijd investeren in het telen van hennep om geldelijk gewin te verkrijgen. </para>
    <parablock>
      <para>Indien wordt voldaan aan meer dan twee van de bovenstaande punten gaat de richtlijn </para>
      <para>voor strafvordering, softdrugs, uit van een hogere beboeting. </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Indicatoren m.b.t. hoge professionaliteit: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Schaalgrootte: </para>
    <para>Totaal aantal aangetroffen planten: 432 stuks. </para>
    <para>2. Voedingsschema's: </para>
    <parablock>
      <para>Zowel in kweekruimte A als B werd een uitgebreid -vermoedelijk door verdachte zelf gemaakt- voedingsschema aangetroffen, waarin per week de toe te dienen hoeveelheid voedingsmiddelen en de gewenste EC- en PH-waarden stonden aangegeven per kweekruimte. Uit het schema blijkt dat verdachte in ieder geval 5 verschillende </para>
      <para>voedingsmiddelen gebruikte gedurende de kweekcyclus. Alle verschillende in de schema's genoemde voedingsmiddelen zijn ook in de kweekruimtes aangetroffen. De verschillende jerrycans waren voorzien van lettercodering. Corresponderende lettercoderingen werden ook op de voedingsschema's aangetroffen. </para>
    </parablock>
    <para>3. Belichting: </para>
    <para>In beide kweekruimten werd gewerkt met kunstlicht (assimilatielampen 600 Watt) op tijdklokken. Daarnaast is vastgesteld dat in Kweekruimte A werd gewerkt met zogenaamde nachtverlichting van het merk 'Green Hornet'. Deze verlichting maakt het mogelijk om tijdens de 'nachtfase' van de kweekcyclus (d.w.z. wanneer de assimilatielampen uitgeschakeld zijn) toch werkzaamheden in de kwekerij te kunnen verrichten zonder het dag/nacht ritme van de hennepplanten te verstoren en derhalve de groei en bloei te optimaliseren. </para>
    <para>4. Ruimte: </para>
    <parablock>
      <para>De ruimtes waarin gekweekt werd, betroffen goed afgeschermde ruimtes, op zolder en in </para>
      <para>de garage. Er werd in beide kweekruimten gewerkt met licht- en warmte reflecterende folie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Afscherming: </para>
    <para>Beide kweekruimtes waren geïsoleerd m.b.t. daglicht en temperatuur. </para>
    <para>6. Ventilatie: </para>
    <para>In beide kweekruimten was sprake van afzuiging naar buiten. Opvallend was de inventieve wijze waarop in de aan- en afvoer van lucht was voorzien bij kweekruimte A. Deze waren namelijk weggewerkt achter dakpansgewijs geplaatste planken aan de zijgevel van de garage. </para>
    <para>7. Verwarming: </para>
    <para>De verwarming van in ieder geval kweekruimte A was thermostaat aangestuurd.  </para>
    <para>8. Bodem: </para>
    <para>Hennepteelt vond plaats op steenwol/hydrocultuur. </para>
    <para>9. Verwerking: </para>
    <parablock>
      <para>Op basis van de geconstateerde aanwezigheid van droognetten met hennepresten en een </para>
      <para>'cannacutter' met hennepresten, heeft de verwerking vermoedelijk ter plaatse en in eigen beheer plaatsgevonden. </para>
    </parablock>
    <para>10. Hoeveelheid reservemateriaal/voorraad: </para>
    <para>In de berging achter de woning zijn goederen aangetroffen, die gebruikt worden ten behoeve van de hennepteelt. Het ging hierbij om: </para>
    <para>- 5 dozen met nieuwe en ongebruikte steenwol stekblokjes van het merk 'Grodan', gelijk aan de gebruikte stekblokjes in beide kweekruimten. In totaal betroffen het 1726 nieuwe stekblokjes; </para>
    <para>- 2 koolstoffilters. </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie m.b.t. professionaliteit. </emphasis>
      </para>
      <para>Op basis van bovengenoemde indicatoren kan gesteld worden dat er sprake was van beroeps- of bedrijfsmatig, dan wel professioneel handelen met betrekking tot de teelt van hennep.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Een schriftelijk stuk, te weten een ruimlijst hennep, opgenomen op pagina 124 van voornoemd dossier, inhoudende:</emphasis>
      </para>
      <para>Plaats van inbeslagname: [pleegplaats]</para>
      <para>Datum: 30/09/2014</para>
      <para>			Ruimte A	Ruimte B</para>
      <para>			Schuur		Zolder</para>
      <para>Hennepplanten		325		107</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 1 oktober 2014, opgenomen op pagina 43 van voornoemd dossier, inhoudende de relatering van verbalisant [verbalisant 1] :</emphasis>
      </para>
      <para>Ik ontving het bericht van netbeheerder [bedrijf] dat er tussen 3 september 2014 en </para>
      <para>24 september 2014 een blokmeting was uitgevoerd op perceel [adres] te [pleegplaats] en dat er een afwijkend belastingspatroon waarneembaar was, met een duidelijk 12-uurs patroon. Het is mij ambtshalve bekend dat een dergelijke cyclus overeenkomt met de elektrische installatie van een hennepkwekerij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 30 september 2014, opgenomen op pagina 64 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte</emphasis>:</para>
      <para>Ik woon op [adres] te [pleegplaats] . Dit betreft een huurwoning. Ik vermoed dat ik hier een jaar of vijf woon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in de periode van 3 september 2014 tot en met 30 september 2014 te [pleegplaats] , in de gemeente Smallingerland, opzettelijk in de uitoefening van een beroep of bedrijf heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt in een woning en in een garage behorende bij die woning, gelegen aldaar aan [adres] , 432 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafoplegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 180 uur. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het professioneel telen van 432 hennepplanten in een korte periode. Verdachte heeft hierbij kennelijk uit louter financieel gewin gehandeld. De teelt en het gebruik van hennep leveren veel maatschappelijke overlast op. Daarbij komt dat deze softdrugs bij langdurig gebruik kunnen leiden tot schade voor de gezondheid. Verdachte heeft er door zijn handelen aan bijgedragen dat de verslavingsproblematiek met alle daarmee vaak gepaard gaande vormen van criminaliteit in stand wordt gehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor enig vergelijk heeft de rechtbank gekeken naar de landelijke oriëntatiepunten van het LOVS. Als uitgangspunt voor een hennepkwekerij tot 500 planten wordt daar een taakstraf van 120 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand gehanteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft tevens in aanmerking genomen dat verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende zal de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf opleggen van na te noemen duur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verklaart verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">een gevangenisstraf voor de duur van één maand</emphasis>. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op <emphasis role="bold">2 jaar</emphasis>, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- <emphasis role="bold">een taakstraf, bestaande uit het verrichten van 120 uren onbetaalde arbeid.</emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.B. Holsink, voorzitter, mr. J.G.W. Lootsma en </para>
      <para>mr. P.H.M. Smeets, rechters, bijgestaan door A.W. ten Have-Imminga, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 november 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Lootsma is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>