<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2015:6130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-02-17T16:41:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-01-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-09-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.930098-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=23, 24&amp;g=2016-01-06">Wetboek van Strafrecht 23, 24</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001941&amp;artikel=5, 177&amp;g=2016-01-06">Opiumwet 5, 177</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:6130">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:6130</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2016-01-06T09:57:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2016-02-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2015:6130 Rechtbank Noord-Nederland , 28-09-2015 / 18.930098-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2015:6130:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Inrijden met vrachtwagen op file; vrijspraak art. 6 WVW94, veroordeling voor art. 5 WVW94.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2015:6130:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Afdeling strafrecht</para>
  <parablock>
    <para>Locatie Groningen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>parketnummer 18/930098-15</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. </emphasis>
    </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">28 september 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte] , </emphasis>
    </para>
    <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
    <para>wonende te [woonplaats] , [woonadres] .</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van </para>
    <para>28 september 2015.</para>
    <para>De verdachte is verschenen.</para>
    <para>Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. B. van Bartheld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Tenlastelegging</emphasis>
    </para>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>hij op of omstreeks 25 februari 2015 te [pleegplaats] , gemeente Midden-Drenthe, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), daarmede rijdende over rechter rijstrook van de uit 2 rijstroken bestaande weg, de A28, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, terwijl hij, verdachte, op korte afstand een stilstaande, althans langzaam rijdende file, was genaderd, niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of met een snelheid van ongeveer 50 kilometer per uur tegen een voor hem, verdachte over die rechter rijstrook rijdend motorrijtuig (personenauto) is gebotst, in elk geval is aangereden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een op twee plaatsen gebroken schouder (rechts) en/of een gekneusde borst en/of een gekneusde kuit en/of een gekneusde hak en/of gekneusde tenen en/of een gekneusde arm en/of een gekneusde rug, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>hij op of omstreeks 25 februari 2015 te [pleegplaats] , gemeente Midden-Drenthe, als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), daarmee rijdende op de weg, de A28, terwijl hij, verdachte, op korte afstand een stilstaande, althans langzaam rijdende, file was genaderd, niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de</para>
    <para>afstand waarover hij, verdachte, die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of (aldus) met een snelheid van ongeveer 50 kilometer per uur tegen een voor hem, verdachte, rijdend motorrijtuig is gebotst, althans is aangereden, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>Bewijsvraag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het primair ten laste gelegde en tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft aangegeven zich in het standpunt van de officier van justitie te kunnen vinden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vrijspraak  </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht het primair ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hierbij dat uit de hierna te noemen bewijsmiddelen niet is gebleken dat er sprake is geweest van roekeloos dan wel zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig of onoplettend rijgedrag door verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beoordeling van het bewijs</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de beoordeling van het subsidiair ten laste gelegde acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, in de wettelijke vorm opgemaakt, zakelijk weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting;</para>
    <para>- een verkort proces-verbaal VerkeersOngevalsAnalyse, nummer 25021417301112, d.d. </para>
    <para>23 maart 2015, inhoudende de relatering van verbalisanten;</para>
    <para>- een proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 februari 2015, opgenomen op pagina 2 van dossier, nummer PL0100-2015056694-1, d.d. 25 februari 2015, inhoudende de relatering van verbalisant.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op 25 februari 2015 te [pleegplaats] , gemeente Midden-Drenthe, als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto), daarmee rijdende op de weg, de A28, terwijl hij, verdachte, op korte afstand een langzaam rijdende file was genaderd, niet de snelheid van dat door hem bestuurde motorrijtuig zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was dat door hem bestuurde motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte, die weg kon overzien en waarover deze vrij was en aldus met een snelheid van ongeveer 50 kilometer per uur tegen een voor hem, verdachte, rijdend motorrijtuig is gebotst, door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">subsidiair	: Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafoplegging </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vordering van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft aangegeven dat hij in plaats van een werkstraf de voorkeur geeft aan een geldboete.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft door te handelen als bewezenverklaard gevaar op de weg veroorzaakt waardoor hij achter op een personenauto is gebotst en de bestuurder van die personenauto  zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.</para>
      <para>De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder voor het plegen van strafbare feiten, in het bijzonder verkeersovertredingen, is veroordeeld.</para>
      <para>Gelet verder op de aard en ernst van het feit acht de rechtbank een geldboete passend.</para>
      <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij sinds het ongeval nog voorzichtiger is gaan rijden dan hij voordien al deed. Om verdachte te stimuleren zijn sindsdien gewijzigde rijgedrag voort te zetten, zal zij een deel van de geldboete voorwaardelijk opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Toepassing van wetsartikelen</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Betaling van een geldboete ten bedrage van € 1.000,00 bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat van deze geldboete een gedeelte, groot € 500,00, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.H.A.M. Voncken, voorzitter, mr. M.J.B. Holsink en </para>
      <para>mr. M. Haisma, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>