<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2015:4071</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T18:27:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-08-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">18.930022-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001854&amp;artikel=57, 157, 285&amp;g=2015-08-25">Wetboek van Strafrecht 57, 157, 285</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:4071">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:4071</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-08-25T10:43:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-08-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2015:4071 Rechtbank Noord-Nederland , 25-08-2015 / 18.930022-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2015:4071:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Opzettelijke brandstichting in een woning, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor lichamelijk letsel voor een ander te duchten is. </para>
        <para>Verdachte is wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet strafbaar en wordt ontslagen van alle rechtsvervolging. </para>
        <para>Plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis voor een termijn van een jaar.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2015:4071:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 18/930022-15</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 25 augustus 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte] , </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , thans verblijvende in [verblijfplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 augustus 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. W.J.P. Suringar, advocaat te Assen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.M. de Vries.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 2 februari 2015 te [pleegplaats] , in de gemeente Noordenveld,<?linebreak?>opzettelijk brand heeft gesticht in een woning (gelegen aan de [pleegadres] aldaar)<?linebreak?>door in een ruimte van voornoemde woning een hoeveelheid benzine en/of<?linebreak?>terpentine, althans een brandbare stof, te sprenkelen en/of (vervolgens) vuur<?linebreak?>in aanraking te brengen en/of te laten komen met voornoemde hoeveelheid<?linebreak?>benzine en/of terpentine, althans brandbare stof,<?linebreak?>althans vuur in aanraking heeft gebracht met enig in die ruimte aanwezig<?linebreak?>brandbaar materiaal en/of brandbare stof,<?linebreak?>ten gevolge waarvan die woning geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk<?linebreak?>geval brand is ontstaan,<?linebreak?>terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en/of voor een of meer<?linebreak?>belendende woningen en/of voor de inboedel van die belendende woning(en), in<?linebreak?>elk geval gemeen gevaar voor goederen,<?linebreak?>en/of</para>
      <para>levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer in<?linebreak?>die belendende woning(en) aanwezige personen, in elk geval levensgevaar en/of<?linebreak?>gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;<?linebreak?>art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht<?linebreak?>art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht</para>
      <para>2.</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 27 december 2014 te [pleegplaats] , in de gemeente Noordenveld,<?linebreak?>[slachtoffer 1] heeft mishandeld door haar in het gezicht, althans tegen het<?linebreak?>hoofd, te stompen en/of te slaan;<?linebreak?>art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht<?linebreak?>3.</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op of omstreeks 24 september 2014 te [pleegplaats] , in de gemeente Noordenveld,<?linebreak?>[slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het<?linebreak?>leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte<?linebreak?>opzettelijk dreigend:<?linebreak?>-  (op korte afstand) ten overstaan van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] een mes<?linebreak?>getoond en/of uitgeklapt en/of<?linebreak?>- met voornoemd mes (een) zwaaiende beweging(en) gemaakt en/of<?linebreak?>- daarbij gezegd "Dit is mijn mes";<?linebreak?>art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Vordering officier van justitie</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:</para>
    </parablock>
    <para>- vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde;</para>
    <para>- veroordeling voor het onder 1 en 3 ten laste gelegde;</para>
    <para>- ontslag van alle rechtsvervolging;</para>
    <para>- plaatsing van verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis voor een termijn van een  jaar;</para>
    <para>- toewijzing van de vordering van de [benadeelde partij 1] tot een bedrag van </para>
    <para>  € 295,00, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;</para>
    <para>- toewijzing van de vordering van de [benadeelde partij 2] tot een bedrag van </para>
    <para>  € 305,00, alsmede oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte, het <emphasis role="underline">onder 2</emphasis> ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt met betrekking tot hetgeen aan verdachte <emphasis role="underline">onder 1</emphasis> is ten laste gelegd het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en de raadsman van verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht in zijn woning. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank past met betrekking tot het ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:</para>
    </parablock>
    <para>1. de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 augustus 2015;</para>
    <para>2. het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie Noord-Nederland registratienummer: PL0100-2015059109, inhoudende:</para>
    <para>- de aangifte van [aangever]<footnote-ref linkend="_1016cae0-2b49-4fc7-8bbd-77bc9db744eb" />;</para>
    <para>- de verklaring van [verbalisant 1]<footnote-ref linkend="_99b8826d-260c-4135-ba43-bcf27a52b5bd" />;</para>
    <para>- de verklaring van [verbalisant 2]<footnote-ref linkend="_9a0ea6cc-80c1-4dd9-acaf-e88bf3983d00" />;</para>
    <para>- de verklaring van [verbalisant 3]<footnote-ref linkend="_0d74d21d-f3e6-4314-b212-b092964b941b" />;</para>
    <para>- de verklaring van [verbalisant 4] en [verbalisant 5]<footnote-ref linkend="_00918ee1-412d-4e85-8565-5807d09a269b" />;</para>
    <para>- de verklaring van [getuige]<footnote-ref linkend="_950471d0-5cc8-4aac-8270-3a2e163b1cd3" />;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt met betrekking tot hetgeen aan verdachte <emphasis role="underline">onder 3</emphasis> is ten laste gelegd het volgende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht, evenals de officier van justitie en anders dan verdachte, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de aangeefsters heeft bedreigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank past bij de beoordeling van het ten laste gelegde de volgende bewijsmiddelen toe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangeefster [slachtoffer 2] verklaart -zakelijk weergegeven-<footnote-ref linkend="_712b0407-aa33-4937-b573-9ac1f1b3c481" />: Op 24 september 2014 was ik op het feestterrein te [pleegplaats] in de gemeente Noordenveld. Op een gegeven moment zat [slachtoffer 3] achter de tafel in het kassahokje van het toiletgebouw en ik stond naast dit hokje. Een man stapte het kassahokje binnen. Hij stond toen met zijn lichaam en gezicht in mijn en in [slachtoffer 3] richting gekeerd. Toen zag ik dat de man een op een zakmesgelijkend voorwerp uit zijn zak haalde. Ik zag toen dat hij dit mes in zijn rechterhand vasthield en het lemmet met zijn linkerhand uit het handvat trok. Het lemmet was breed. Ik schat dat het ongeveer 4 centimeter breed was. Ik hoorde dat de man op dat moment tegen ons riep: ”Dit is mijn mes” Ik zag op dat moment dat hij zijn rechterhand naar vorenstak in de richting van [slachtoffer 3] en mij. Ik zag toen dat hij zijn rechterhand heen en weer bewoog van links naar rechts. Hij stond erg dreigend met het mes in zijn rechterhand in onze richting. Met name de manier waarop hij ons aansprak met de woorden :”Dit is mijn mes” kwamen bij mij als erg bedreigend over. Toen we de feesttent binnenliepen zag ik dat de man die mij en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met een mes in het midden van de zaal stond. Ik heb de man van de Security de bedoelde man aangewezen waarop deze de man aansprak en hem meenam.</para>
      <para>Tonen: Aan aangeefster wordt het bij de aangehouden verdachte aangetroffen mes getoond<footnote-ref linkend="_151f6b17-3996-4f4f-abb4-3db5b0a6a66c" />. Zij verklaarde vervolgens: Het mes was dat u mij nu toont is het mes waarmee de man mij en [slachtoffer 3] heeft bedreigd. Ik herken het aan de zwarte kleur en het kleine uitklapbare lemmet.”</para>
      <para>Aangeefster [slachtoffer 3] verklaart -zakelijk weergegeven-<footnote-ref linkend="_afac30ed-ef18-448e-a3b7-ef42c474552a" />: Op 24 september 2014 was ik aan het werk als toiletjuffrouw, op het feestterrein te [pleegplaats] . Bij mij aanwezig was de moeder van mijn collega. Er kwam een man naar mij toe. De man haalde een mes uit zijn broekzak. Ik zag dat de man het mes pakte en uitklapte. Hij stond naast mij, inmiddels naast de tafel, ik zag dat hij het mes horizontaal, heen en weer bewoog. Ik voelde mij erg bedreigd. Ik was bang dat hij mij iets aan zou doen met dit mes. De moeder van mijn collega is met de beveiliging meegelopen en heeft de man aangewezen. De man is daarna door de politie meegenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte verklaart -zakelijk weergegeven-<footnote-ref linkend="_29208270-2a8a-4c15-9031-04d4b945b6c8" />: Ik was op de jaarbeurs. Ik liep naar achter en daar werd ik ineens gefouilleerd. Ik ben daarna gelijk aangehouden. Ik had een stanleymes bij mij die je in kunt uitvouwen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het onder 1 en 3 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op 2 februari 2015 te [pleegplaats] , in de gemeente Noordenveld, opzettelijk brand heeft gesticht in een woning gelegen aan de [pleegadres] aldaar, door in een ruimte van voornoemde woning een hoeveelheid benzine of terpentine te sprenkelen en vervolgens vuur in aanraking te brengen met voornoemde hoeveelheid benzine of terpentine,  ten gevolge waarvan die woning geheel is verbrand, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die woning en voor <?linebreak?>belendende woningen en voor de inboedel van die belendende woningen en levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor in die belendende woningen aanwezige personen,  te duchten was;<?linebreak?>3.</para>
      <para>
        <?linebreak?>hij op 24 september 2014 te [pleegplaats] , in de gemeente Noordenveld, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte<?linebreak?>opzettelijk dreigend:<?linebreak?>-  op korte afstand ten overstaan van die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] een mes getoond en uitgeklapt en<?linebreak?>- met voornoemd mes zwaaiende bewegingen gemaakt en<?linebreak?>- daarbij gezegd "Dit is mijn mes".<?linebreak?></para>
      <para>De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Redengeving bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht de in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden redengevend voor hetgeen bewezen is verklaard en op grond daarvan heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezen verklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1) Opzettelijk brand stichten terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is</para>
      <para>en</para>
      <para>    Opzettelijk brand stichten terwijl daarvan levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk  </para>
      <para>    letsel voor een ander te duchten is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3) Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de strafbaarheid van verdachte heeft de rechtbank gelet op de onderzoeksrapportage van het Pieter Baan Centrum naar de geestvermogens van verdachte, d.d. 29 juli 2015 opgemaakt door M. van Berkel, psychiater en P.E. Geurkink, GZ-psycholoog.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De conclusies van dit rapport luiden, zakelijk weergegeven, dat verdachte lijdt aan schizofrenie, paranoide type en dat er sprake is van alcoholmisbruik. Er wordt geadviseerd verdachte als ontoerekeningsvatbaar te beschouwen ondanks dat de dynamiek rond de tenlastegelegde feiten niet helemaal te doorgronden valt. Dit advies komt vooral voort uit de ernst van het toestandsbeeld waarbij inadequaat handelen door verdachte op de voorgrond staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan zich met deze conclusies verenigen en neemt deze over en concludeert met betrekking tot de toerekeningsvatbaarheid van verdachte dat het bewezen verklaarde aan verdachte niet kan worden toegerekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht verdachte derhalve niet strafbaar en zal verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Motivering van de maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat het bewezen verklaarde niet aan verdachte kan worden toegerekend wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Omdat verdachte gevaarlijk is voor de algemene veiligheid van personen of goederen, zal de rechtbank gelasten dat verdachte in een psychiatrisch ziekenhuis wordt geplaatst voor de termijn van een jaar.<?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank heeft haar oordeel gegrond op het voormeld advies van de voornoemde gedragsdeskundigen.</para>
      <para>Het advies van deze deskundigen houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:</para>
      <para>Om het risico op recidive zoveel mogelijk in te perken is het allereerst belangrijk dat</para>
      <para>betrokkene behandeld gaat worden met medicatie. Daarnaast is het van belang dat hij</para>
      <para>ondersteund gaat worden bij praktische zaken zoals huisvesting, dagbesteding in de vorm</para>
      <para>van (vrijwilligers)werk en sociale contacten. Wanneer betrokkene in een stabiele</para>
      <para>omgeving functioneert, wordt de kans dat hij psychotisch decompenseert zoveel mogelijk verkleind. In eerste instantie zal betrokkene hiervoor klinisch opgenomen moeten worden binnen een forensische afdeling binnen een GGZ kliniek (FPA). Naast ondersteuning bij praktische zaken is er binnen een dergelijke woonvorm voldoende toezicht aanwezig om snel in te grijpen indien betrokkene alsnog psychotische symptomen ontwikkelt. Geadviseerd wordt om aan betrokkene artikel 37 (Wetboek van Strafrecht) op te leggen. Ingeschat wordt dat de beveiliging die binnen deze maatregel geboden kan worden en de duur van deze maatregel voldoende moeten zijn om het risico op recidive tot een verantwoord niveau in te perken. Binnen deze maatregel kan betrokkene toewerken naar een begeleide woonvorm. Geadviseerd wordt om aan het einde van deze maatregel voor betrokkene een BOPZ-maatregel aan te vragen in de vorm van een voorwaardelijke rechterlijke machtiging. Met behulp van een dergelijke machtiging kan namelijk ook na het aflopen van de maatregel voorkomen worden dat betrokkene zich onttrekt aan (medicamenteuze) behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank kan zich met de inhoud en de conclusies van de adviezen verenigen en neemt deze over.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [benadeelde partij 2]
    </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [benadeelde partij 1]
    </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hem geleden schade ten gevolge van het aan verdachte onder 1 ten laste gelegde en bewezen verklaarde feit alsmede de gronden waarop deze berust.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met het door verdachte gepleegde strafbare feit, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht de vordering, die niet door verdachte en diens raadsman is weersproken, derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Benadeelde partij [slachtoffer 1]</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 37, 57, 157 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld, maar verdachte daarvoor niet strafbaar.</para>
      <para>Ontslaat verdachte ter zake van alle rechtsvervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast <emphasis role="bold">plaatsing </emphasis>van verdachte <emphasis role="bold">in een psychiatrisch ziekenhuis</emphasis> voor een termijn van een  jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de [benadeelde partij 2] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 305,00.</para>
      <para>Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het [benadeelde partij 2] te betalen een bedrag van € 305,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst de vordering van de [benadeelde partij 1] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 295,00.</para>
      <para>Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van [benadeelde partij 1] , te betalen een bedrag van € 295,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 1 dag, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit materiële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.</para>
      <para>Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, </para>
      <para>mr. J.G. de Bock en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, </para>
      <para>bijgestaan door J. Hoogeveen, griffier, </para>
      <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 augustus 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1016cae0-2b49-4fc7-8bbd-77bc9db744eb" label="1">
    <para>op pagina 63ev</para>
  </footnote>
  <footnote id="_99b8826d-260c-4135-ba43-bcf27a52b5bd" label="2">
    <para>op pagina 70/71</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9a0ea6cc-80c1-4dd9-acaf-e88bf3983d00" label="3">
    <para>op pagina 74</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d74d21d-f3e6-4314-b212-b092964b941b" label="4">
    <para>op pagina 72/73</para>
  </footnote>
  <footnote id="_00918ee1-412d-4e85-8565-5807d09a269b" label="5">
    <para>op pagina 85ev</para>
  </footnote>
  <footnote id="_950471d0-5cc8-4aac-8270-3a2e163b1cd3" label="6">
    <para>op pagina 95ev</para>
  </footnote>
  <footnote id="_712b0407-aa33-4937-b573-9ac1f1b3c481" label="7">
    <para>op pagina 14ev van het proces-verbaal van politie Noord-Nederland registratienummer: PL0300-2015000021 (PV2)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_151f6b17-3996-4f4f-abb4-3db5b0a6a66c" label="8">
    <para>Pagina 23, foto mes</para>
  </footnote>
  <footnote id="_afac30ed-ef18-448e-a3b7-ef42c474552a" label="9">
    <para>op pagina 18ev van PV2</para>
  </footnote>
  <footnote id="_29208270-2a8a-4c15-9031-04d4b945b6c8" label="10">
    <para>op pagina 27ev van PV2</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>