<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2015:1145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-06-04T06:39:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2015-03-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/17/135767/HA ZA 14-295</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860">Faillissementswet</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001860&amp;artikel=122">Faillissementswet 122</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289">Burgerlijk Wetboek Boek 6</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005289&amp;artikel=127">Burgerlijk Wetboek Boek 6 127</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>JOR 2015/183 met annotatie van prof. mr. N.E.D. Faber</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:1145">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2015:1145</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-03-12T15:49:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2015:1145 Rechtbank Noord-Nederland , 11-03-2015 / C/17/135767/HA ZA 14-295</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2015:1145:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Renvooiprocedure: onbehoorlijke taakvervulling eiser tot verificatie ontslaat de boedel niet zonder meer van haar betalingsverlichting. Berope curator op verrekening met aan de boedel te betalen schadevergoeding prematuur.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2015:1145:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ad0df63f-3735-4df5-baf0-1917efc05c6d" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3b1b5d28-4549-43e9-ad2d-a47f0496fa86" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/17/135767 / HA ZA 14-295</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 11 maart 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te Dieren,</para>
      <para>eiser tot verificatie,</para>
      <para>advocaat mr. M.J.W. van Ingen te 's-Hertogenbosch,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">MR. A.J.H. GEENSE,</emphasis>
      </para>
      <para>handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Betelgeuze B.V.,</para>
      <para>kantoorhoudende te Leeuwarden,</para>
      <para>verweerder tot verificatie,</para>
      <para>advocaat mr. C. Grondsma te Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eiser kort] en de curator genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van de verificatievergadering in het faillissement van Betelgeuze B.V. van 5 juni 2014;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de beslissing van de rechter-commissaris tot verwijzing van partijen naar de renvooiprocedure;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van eis houdende vordering tot verificatie van [eiser kort] van </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>23 juli 2014;</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord van de curator van 3 september 2014;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van repliek van [eiser kort] van 29 oktober 2014;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van dupliek van de curator van 24 december 2014.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij vonnis van 14 augustus 2006 is Betelgeuze B.V. in staat van faillissement verklaard. [eiser kort] vormde, samen met de heren [aaa] en [xxxx], de Raad van Commissarissen van Betelgeuze B.V.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Bij vonnis van 4 december 2013 heeft de onderhavige rechtbank de bestuurders en commissarissen van Betelgeuze B.V. hoofdelijk veroordeeld om aan de curator - een deel van - het bedrag van de schulden in het faillissement van Betelgeuze B.V. te betalen. De rechtbank heeft in het vonnis overwogen dat de onbehoorlijke taakvervulling van de bestuurders en de commissarissen een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiser kort] heeft hoger beroep ingesteld tegen voornoemd vonnis van 4 december 2013 (en het tussenvonnis van 11 augustus 2010).</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op de verificatievergadering van 5 juni 2014 heeft de curator de vordering van [eiser kort] ad € 3.000,00 ter zake een vergoeding voor zijn werkzaamheden als commissaris betwist.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser kort] vordert, verkort weergegeven, erkenning van zijn vordering in het faillissement van Betelgeuze B.V. tot een bedrag van € 3.000,00, met veroordeling van de curator in de proceskosten. Daartoe stelt [eiser kort], samengevat weergegeven, dat hij recht heeft op een vergoeding van € 4.500,00 per jaar voor zijn werkzaamheden als commissaris. Over het jaar 2006 heeft [eiser kort] geen vergoeding voor zijn werkzaamheden ontvangen. Gelet op het faillissement van Betelgeuze B.V. medio augustus 2006 heeft [eiser kort] een vordering op Betelgeuze B.V. van (8 maanden x € 375,00) € 3.000,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De curator voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser kort] in de proceskosten. Daartoe voert de curator aan, samengevat weergegeven, dat [eiser kort] zijn taak als commissaris kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld, zodat [eiser kort] toerekenbaar tekort is geschoten in de overeenkomst met Betelgeuze B.V. en de vordering op die grond behoort te worden afgewezen. Ook beroept de curator zich op verrekening met de door [eiser kort] aan de boedel te betalen schadevergoeding op grond van het vonnis  van 4 december 2013. Verder voert de curator aan dat de maand augustus 2006 niet moet worden meegeteld bij de berekening van de vergoeding omdat de surseance van betaling al op 8 augustus 2006 werd uitgesproken. Bij conclusie van dupliek beroept de curator zich op ontbinding van de overeenkomst tussen Betelgeuze B.V. en [eiser kort]. Ook voert de curator aan dat sprake is van een misbruik van bevoegdheid ex artikel 3:13 BW.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Partijen twisten over de vraag of de vordering die [eiser kort] op Betelgeuze B.V. stelt te hebben, in het faillissement van Betelgeuze B.V. dient te worden erkend. Ten aanzien van de in dit verband tussen partijen opgekomen geschilpunten overweegt de rechtbank als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Onweersproken is door [eiser kort] gesteld dat de vastgestelde bezoldiging van een individuele commissaris van de Raad van Commissarissen een bedrag van € 4.500,00 per jaar betreft en dat [eiser kort] over het jaar 2006 geen vergoeding heeft ontvangen. Het verweer van de curator dat de vergoeding normaliter aan het eind van het jaar werd uitgekeerd en niet periodiek per maand brengt zonder nadere toelichting, die de curator niet heeft gegeven, niet met zich dat [eiser kort] geen aanspraak kan maken op die vergoeding tot aan het moment van faillissement. De betwisting door de curator van de hoogte van de vergoeding, te weten zeven maanden x € 375,00 in plaats van acht, heeft [eiser kort] niet weersproken, zodat de rechtbank de eis tot verificatie in het faillissement van Betelgeuze B.V. voor een bedrag van € 2.625,00 toewijsbaar acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De onbehoorlijke taakvervulling van [eiser kort] - die wordt betwist door [eiser kort] - ontslaat de boedel niet zonder meer van haar betalingsverplichting. Het in dit verband door de curator gedane beroep op ontbinding van de overeenkomst tussen de failliet en [eiser kort] is pas bij conclusie van dupliek door de curator ingeroepen en zal de rechtbank als tardief passeren, nog daargelaten dat ontbinding geen terugwerkende kracht heeft. Ook het pas bij conclusie van dupliek gedane beroep op misbruik van bevoegdheid aan de kant van [eiser kort] kan de curator niet baten, omdat de curator aan dat beroep geen consequenties heeft verbonden die relevant zijn voor de beoordeling van de thans voorliggende eis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Rest de vraag of de curator de bezoldiging van [eiser kort] kan verrekenen met de in het vonnis van 4 december 2013 toegewezen hoofdelijke veroordeling van de bestuurders en commissarissen tot betaling van een deel van de schulden in het faillissement van Betelgeuze B.V. Dienaangaande wordt als volgt overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De renvooiprocedure is bedoeld om de verschuldigdheid, de hoogte en de voorrang van vorderingen door de rechter te doen vaststellen. Het door de curator gedane beroep op verrekening doet aan de hiervoor onder rechtsoverweging 4.2 vastgestelde hoogte en verschuldigdheid van de vordering niet af. Om die reden is de rechtbank van oordeel dat het beroep op verrekening pas op het moment van uitwinning van de boedel en eventuele uitkering van de vordering van [eiser kort] aan de orde dient te komen. De rechtbank zal het beroep op verrekening daarom als prematuur passeren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de rechtbank de eis tot verificatie in het faillissement van Betelgeuze B.V. zal toewijzen tot een bedrag van € 2.625,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De curator zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiser kort] worden vastgesteld op:</para>
      <para>- griffierecht		282,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	768,00</emphasis> (2 punten × tarief € 384,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	1.050,00.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <para>1. erkent de vordering van [eiser kort] tot verificatie in het faillissement van Betelgeuze B.V. tot een bedrag van € 2.625,00,</para>
    <para />
    <para>2. veroordeelt de curator in de proceskosten, aan de zijde van [eiser kort] tot op heden begroot op € 1.050,00,</para>
    <para />
    <para>3. verklaart dit vonnis voor wat betreft de onder 2. genoemde beslissing uitvoerbaar bij voorraad,</para>
    <para>4. wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Biesma en in het openbaar uitgesproken op </para>
      <para>11 maart 2015.<footnote-ref linkend="_e25a1f1a-8803-45e0-944b-6bd991a596a1" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_e25a1f1a-8803-45e0-944b-6bd991a596a1" label="1">
    <para>type: 698/ah</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>