<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2014:6657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T08:49:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-12-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C18/152746/PR RK 14-437</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:6657">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:6657</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-12-30T11:15:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-12-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2014:6657 Rechtbank Noord-Nederland , 08-12-2014 / C18/152746/PR RK 14-437</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2014:6657:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking van alle rechters werkzaam bij de rechtbank Noord-Nederland</para>
      <para />
      <para>Verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2014:6657:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7a5e33cb-d484-4ecc-b2a2-39b7d67984b3" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="e38a4bd1-8c7a-4828-adae-3d7870d0d54d" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <emphasis role="bold">beslissing</emphasis>
    </para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: C18/152746/PR RK 14/437</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum beslissing:  8 december 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te[woonplaats],</para>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Verzoeker is gedaagde in de (civiele) kort gedingprocedure van  [naam] en verzoeker. De zaak is bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen, bekend onder zaak-/rolnummer C18/152262/KG ZA 14-326. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Voorafgaand aan de zitting van de voorzieningenrechter in kort geding van 9 december 2014, heeft verzoeker bij brief van 5 december 2014 de gehele rechtbank gewraakt.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Rechtsoverwegingen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt dat voor de beoordeling van wrakingsverzoeken de toepasselijke norm is gegeven in artikel 36 Rv en artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM), in samenhang met de door de Hoge Raad en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens daaromtrent ontwikkelde criteria.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Artikel 36 Rv bepaalt dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 36 Rv/artikel 6 EVRM dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.<?linebreak?><?linebreak?></para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Nu het wrakingsverzoek van verzoeker niet is gericht tegen de rechter die zijn zaak behandelt, maar tegen alle rechters die werkzaam zijn bij de rechtbank Noord-Nederland, is niet aan de formele vereisten voor een wrakingsverzoek als bedoeld in artikel 36 Rv voldaan, zodat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn wrakingsverzoek. Tot een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek wordt daarom niet overgegaan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Beslissing </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat de procedure in de zaak met zaak-/rolnummer C18/152262/KG ZA 14-326 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek tot wraking;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan partijen.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is vastgesteld en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2014 door<?linebreak?>mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mr. M.W. de Jonge en mr. M. Griffioen, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>