<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2014:5226</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T18:49:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C18/150553/PR RK 14-301</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:5226">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:5226</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-24T12:47:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2014:5226 Rechtbank Noord-Nederland , 10-09-2014 / C18/150553/PR RK 14-301</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2014:5226:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wraking terwijl er nog geen rechtszaak aanhangig is.</para>
      <para />
      <para>Verzoeker is niet-ontvankelijk</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2014:5226:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 150553 PR RK14-301</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum beslissing: 10 september 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het verzoek van[naam], wonende te [woonplaats], [adres], verder te noemen verzoeker, tot wraking ingevolge artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <paragroup>
      <para>
        <?linebreak?>1.1.		Verzoeker heeft op 12 augustus 2014 een brief gestuurd aan “De Rechtbank te Noord-Nederland t.a.v. de rechter-commissaris/kabinet rechter-commissaris” met het verzoek onderzoek te doen in een tegen hem lopende strafzaak, de mededeling dat hij aangifte wil doen tegen [naam] en het verzoek om in dat verband onderzoek te doen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Die brief is beantwoord door mr. H. van der Werff, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank, bij brief van 19 augustus 2014. Daarin heeft zij verzoeker voor de aangifte naar de politie verwezen en hem meegedeeld dat zij zijn brief aldus begrijpt dat hij gehoord wil worden, dat dat verzoek wordt afgewezen, dat verzoeker te zijner tijd bij de behandeling van zijn strafzaak gelegenheid krijgt om zijn verhaal te doen en dat zij geen aanleiding ziet om andere onderzoekshandelingen te doen. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij e-mail van 22 augustus 2014 heeft verzoeker een verzoek tot wraking ingediend van mr. H. van der Werff, rechter-commissaris werkzaam bij deze rechtbank (hierna: de rechter-commissaris) op grond van haar brief van 19 augustus 2014. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>De rechter-commissaris heeft bij brief van 26 augustus 2014 te kennen gegeven niet in de wraking te berusten.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>1</nr>Overwegingen</title>
    <paragroup>
      <para>
        <?linebreak?>2.1.		Verzoeker verzoekt om wraking van de rechter-commissaris op subjectieve gronden en voert daartoe aan dat hij de rechter-commissaris wraakt omdat zij aan verzoeker in de brief van 19 augustus 2014 heeft aangegeven dat hij alles ter rechtszitting bij de meervoudige strafkamer mag vertellen en aanhalen. Hiermee veronderstelt de rechter-commissaris en doet aannames, hetgeen niet mag, aldus verzoeker.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Artikel 512 van het Wetboek voor Strafvordering (Sv) luidt:<?linebreak?>Op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zal kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank stelt vast dat in casu geen gerechtelijk vooronderzoek is ingesteld. Voorts stelt de rechtbank vast dat de rechter-commissaris geen rechter is die gewraakt kan worden in de zin van artikel 512 Sv, nu zij thans geen zaak van verzoeker in behandeling heeft. Het verzoek tot wraking is dan ook kennelijk niet-ontvankelijk. Onder die omstandigheden kan een mondelinge behandeling achterwege blijven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. <?linebreak?><?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mr. P.J. Duinkerken, voorzitter, mr. P. Molema en <?linebreak?>mr. B.R. Tromp, leden. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 september 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier											voorzitter		</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
      </para>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen voorziening open. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>