<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2014:4615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T08:42:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-09-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-09-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">LEE AWB - 13 _ 282</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2015:6779" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#bekrachtiging/bevestiging">Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2015:6779, Bekrachtiging/bevestiging</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2014/2152</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2015/2.2.1</rdf:li>
          <rdf:li>NTFR 2014/2619 met annotatie van dr. D. Molenaar</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2014-2501</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2014102202</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:4615">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:4615</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-10-22T09:49:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2014:4615 Rechtbank Noord-Nederland , 18-09-2014 / LEE AWB - 13 _ 282</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2014:4615:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verweerder heeft de ANBI-status terecht ingetrokken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2014:4615:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: LEE 13/282</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 18 september 2014 in de zaak tussen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde eiseres]),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De inspecteur van de Belastingdienst Oost-Brabant, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: [gemachtigde verweerder]).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft bij beschikking van 6 maart 2012 de status van eiseres als een algemeen nut beogende instelling (hierna: ANBI) als bedoeld in artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (tekst 2012) per 1 juli 2012 ingetrokken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak op bezwaar van 27 november 2012 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2014. Eiseres is daar vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder is daar vertegenwoordigd door zijn gemachtigde, bijgestaan door [bijstand].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>De rechtbank neemt de volgende, door partijen niet betwiste, feiten als vaststaand aan.</para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.1.</nr>
        <para>Eiseres is bij notariële akte van [datum] 1988 opgericht. </para>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.2.</nr>
        <parablock>
          <para>Volgens artikel 2 van de statuten van eiseres luidt haar doel:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“1. De stichting heeft ten doel: het scheppen van mogelijkheden voor minimaal vierhonderd personen om gezamenlijk tweemaal per dag het TM- </emphasis>(rechtbank: Transcendente Meditatie)<emphasis role="italic"> en TM-sidhiprogramma, zoals geleerd door Maharishi Mahesh Yogi, te beoefenen, om op deze wijze een zodanige invloed uit te oefenen op het collectieve bewustzijn van de Nederlandse bevolking, dat negatieve tendenzen gaan verdwijnen en worden omgebogen in positieve ontwikkelingen.</emphasis></para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	A)	projecten te ontwikkelen, die bovengenoemde doelstellingen doen realiseren, zoals:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">			a. woongelegenheid voor een dergelijke groep;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">			b. huisvesting om het gezamenlijke meditatieprogramma te beoefenen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">			c. werkgelegenheid;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	d. het voorwaarden scheppen voor onderwijs op basis van de systematische ontwikkeling van het bewustzijn voor de betrokkenen;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">			e. het voorwaarden scheppen voor mogelijkheden voor recreatie en </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">			gezondheidszorg.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	B)	Het verstrekken van informatie over de genoemde doelstelling.”.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>1.3</nr>
        <parablock>
          <para>In het beleidsplan van eiseres voor de periode 2011-2021 van oktober 2011 staat onder meer:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Er is derhalve alle reden om de activiteiten van de Stichting </emphasis>(rechtbank: eiseres)<emphasis role="italic"> uit te breiden, om te komen tot verdere groei van het aantal beoefenaars van de TM sidhi-techniek in Nederland. De Stichting zal hiertoe de komende jaren de volgende activiteiten ontplooien:</emphasis></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(1)	Publiciteit genereren over het nut van de transcendente meditatie en TM sidhi-techniek </emphasis>
            <emphasis role="italic">	voor de maatschappij</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(2)	Ondersteuning van de bouw van nieuwe huizen door de Stichting [stichting]</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(3) 	Professionalisering van beoefenaars van de TM sidhi-techniek</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(4) 	Ondersteuning voor de activiteiten in het huidige [woonwijk]”.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.4</nr>
        <parablock>
          <para>Eiseres schrijft in haar beroepschrift onder meer:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“In 1988 is [eiseres] </emphasis>(rechtbank: eiseres)<emphasis role="italic"> begonnen met het realiseren van [woonwijk]; een wijk in [woonplaats]. </emphasis></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">De huidige activiteiten van [eiseres] bestaan uit het onderhouden van [woonwijk] en haar voorzieningen door het verstrekken van subsidies aan de basisschool, de biologische winkel en het vegetarische restaurant. Daarnaast organiseert  en ondersteunt [eiseres] TM-activiteiten die ook vanuit het buitenland worden bezocht.”.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.5</nr>
        <parablock>
          <para>Verweerder heeft een brief overgelegd van ‘[X]’ van 4 februari 2008 inzake de inschrijving voor een woning. In deze brief staat onder meer:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Wij danken u voor uw aanvraag tot inschrijving en hopen op korte termijn aan uw woonwensen te kunnen voldoen. [woonwijk] huisvest momenteel ca. 300 huishoudens van merendeel mediterenden en sidha’s.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Voordat u zich bij ons inschrijft is het nodig dat u een overeenkomst hebt gesloten met [eiseres]. [eiseres] regelt, als bewonersorganisatie, de toelating tot [woonwijk].”.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>1.6</nr>
        <parablock>
          <para>Verweerder heeft een ‘Deelnemersovereenkomst [eiseres]’ overgelegd. Daarin staat onder meer:</para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Deze overeenkomst regelt de deelname van bewoners aan [woonwijk].</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Partijen</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>2.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Partijen in deze overeenkomst zijn: 1. de deelnemer inclusief de tot zijn/haar huishouden behorende leden en 2. [eiseres] (verder genoemd [eiseres]) of haar rechtsopvolgers.</emphasis>
        </para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Ingang van de overeenkomst</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">De overeenkomst gaat in op de dag dat, voor het huishouden waartoe de deelnemer behoort, een huurovereenkomst voor een woning in [woonwijk] ingaat, dan wel het eigendom van een woning in [woonwijk] wordt verkregen.</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Financiële bijdrage</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>6.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deelnemers en alle personen die tot zijn of haar huishouden behoren (als ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie) zijn een maandelijkse bijdrage verschuldigd aan [eiseres] voor de duur van deze overeenkomst.”.</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Geschil en beoordeling</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>In geschil is het antwoord op de vraag of verweerder de status van ANBI van eiseres terecht heeft ingetrokken. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiseres uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen belang beoogt en dient.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>Eiseres is van mening dat zij het algemeen belang beoogt en dient. Onder verwijzing naar de uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 juni 2011 (ECLI:NL:GHSHE: 2011:BT6822) en het arrest van de Hoge Raad van 22 juni 2012 (ECLI:NL:HR:2012: BW9055) onderscheidt zij de zogeheten ‘doelgroeptoets’ en de ‘quid-pro-quo toets’. Eiseres is van mening dat zij aannemelijk heeft gemaakt dat ze aan beide criteria voldoet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>Verweerder is van mening dat eiseres statutair wel het algemene belang dient (verweerder heeft dit standpunt ter zitting ingenomen in afwijking van zijn verweerschrift), maar dat zij feitelijk voor 100% particuliere belangen dient. Verweerder voert daartoe aan dat de Transcendente Meditatie (TM) primair is gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de beoefenaar van TM. Feitelijk is derhalve van een rechtstreeks uitsluitend of nagenoeg uitsluitend dienen van een algemeen belang niet gebleken. Overigens is verweerder van mening dat eiseres niet voldoet aan de in de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994 nader gestelde voorwaarden ter verkrijging of ter behoud van de ANBI-status.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet (meer) in geschil is dat eiseres volgens haar doelstelling het algemeen nut beoogt en derhalve aan de zogeheten ‘kwalitatieve toets’ voldoet. Deze gezamenlijke mening van partijen geeft naar het oordeel van de rechtbank geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dan blijft over de vraag of de activiteiten van de instelling voor 90% of meer op het realiseren van die doelstelling zijn gericht (hierna: de kwantitatieve toets; vergelijk Kamerstukken II, 2011/12, 33 006, nr. 6, blz. 10).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>Uit de activiteiten van eiseres, zoals blijkt uit het onder het 1.3 opgenomen gedeelte van het Beleidsplan 2011, uit hetgeen eiseres daarover zelf stelt (1.4) en uit de overgelegde stukken (1.5 en 1.6), leidt de rechtbank af dat eiseres’ activiteiten in hoofdzaak er op zien dat zoveel mogelijk mensen deelnemen aan TM en dat het aanbieden van huisvesting één van de ondersteunende activiteiten is. Gelet hierop worden, naar het oordeel van de rechtbank, met de activiteiten van eiseres in hoofdzaak de particuliere consumptieve belangen van de deelnemers gediend. Eiseres heeft niet, althans onvoldoende, aannemelijk gemaakt of en in welke mate andere belangen dan het persoonlijke welzijn en/of de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemers worden gediend. Weliswaar kan het persoonlijke welzijn en de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemers een gunstig effect hebben op hun omgeving, maar dat effect, wat daar overigens ook van zij, is, naar het oordeel van de rechtbank, indirect en ondergeschikt aan het individuele belang van de deelnemers. Derhalve is niet aannemelijk geworden dat met de activiteiten van eiseres het algemene belang voor 90% of meer wordt gediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is eiseres, naar het oordeel van de rechtbank, met hetgeen zij heeft gesteld en overgelegd niet geslaagd in haar bewijslast. Verweerder heeft eiseres daarom terecht niet langer als ANBI aangemerkt. Nu de rechtbank reeds op deze gronden tot deze conclusie komt, gaat zij voorbij aan de overigens door partijen aangevoerde standpunten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.</nr>
      <para>Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. G.B.A. Brummer, voorzitter, en mr. J.W. Keuning en </para>
      <para>mr. M. Chin-Oldenziel, leden, in aanwezigheid van mr. H.J. Haanstra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 september 2014.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>w.g. griffier	</para>
      <para>w.g.										voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>