<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2014:2243</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2022-03-10T16:15:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/18/135999 / HA ZA 12-294</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>ERF-Updates.nl 2014-0033</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:2243">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:2243</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-05-02T13:27:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2014:2243 Rechtbank Noord-Nederland , 05-03-2014 / C/18/135999 / HA ZA 12-294</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2014:2243:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De vereffenaar vordert van de erfgenaam, die aanvankelijk ook executeur was, schadevergoeding uit onrechtmatige daad. Schadevergoeding aan de nalatenschap wordt (deels) toegewezen omdat de erfgenaam/executeur aanzienlijke bedragen van de nalatenschap naar zijn eigen rekening heeft overgemaakt zonder daarover rekening en verantwoording af te leggen. De vereffenaar vordert tevens overdracht van roerende zaken, althans vergoeding van de waarde daarvan. De erfgenaam/executeur stelt dat hij de roerende zaken van de nalatenschap heeft gekocht. De vraag is of het in artikel 3:68 BW neergelegde verbod op "selbsteintritt" van toepassing is op de executeur. De wetgever heeft deze vraag aan wetenschap en rechtspraak overgelaten. In dit geval heeft een rechtsgeldige koop sowieso niet plaatsgevonden omdat de erfgenaam/executeur al op het moment van overlijden van de erflater door erfopvolging eigenaar van de roerende zaken was geworden. Vordering van vereffenaar tot overdracht van de roerende zaken op grond van revindicatie kan niet worden toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2014:2243:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6e6f6822-b3f5-4894-a630-f3e79a128513" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="56a8ab6d-e4c9-476c-a75a-f04c20f01989" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/18/135999 / HA ZA 12-294</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 5 maart 2014</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mede q.q. vereffenaar van de nalatenschap van [erflater],</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [plaatsnaam],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. R.M. Berendsen te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [plaatsnaam],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. C. van der Slikke te Groningen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 6 november 2013,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [eiser],</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de antwoordakte van [gedaagde].</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De verdere beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>In het vonnis van 6 november 2013, waarvan de rechtbank de overwegingen in dit vonnis overneemt, heeft de rechtbank geconcludeerd dat de vordering van [eiser] uit eigen hoofde niet voor toewijzing in aanmerking komt en de vordering van [eiser] als vereffenaar gedeeltelijk voor toewijzing in aanmerking komt. Wat betreft de uitkering van de reisverzekering van € 10.000,00 aan [gedaagde], heeft de rechtbank overwogen dat op [eiser] de bewijslast rust dat [gedaagde] deze uitkering zich ten onrechte heeft toegeëigend. De rechtbank heeft [eiser] in dat verband in de gelegenheid gesteld de polis van de overlijdensverzekering te overleggen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Door [eiser] is de polis overgelegd van de door [erflater] afgesloten reisverzekering. Volgens de artikelen 3 en 6 van de bijzondere voorwaarden van deze polis wordt in geval van overlijden van de verzekerde als rechtstreeks gevolg van een ongeval € 10.000,00 per verzekerde uitgekeerd aan de erfgenamen. De rechtbank merkt deze verzekering aan als een sommenverzekering als bedoeld in artikel 7:964 Burgerlijk Wetboek (BW), waarbij op grond van artikel 7:967, vierde lid, BW de erfgenamen als begunstigde zijn aangewezen. Nu [erflater] [gedaagde] tot zijn erfgenaam heeft benoemd, is [gedaagde] de begunstigde. Aanwijzing van de erfgenamen als begunstigde betekent dat de uitkering niet in de nalatenschap valt, maar aan de erfgenamen buiten de nalatenschap toekomt (vgl. het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 september 2011, ECLI:NL:GHAMS:2011:BT8650). Dit betekent dat [gedaagde], anders dan [eiser] stelt, deze uitkering zich niet ten onrechte heeft toegeëigend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank concludeert dat [gedaagde] – naast de veroordeling in het (deel)vonnis van 27 februari 2013 tot betaling van een schadevergoeding van € 12.550,40, vermeerderd met wettelijke rente – aan [eiser] in de hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflater], een schadevergoeding zal moeten betalen van € 5.885,15, te weten € 500,00 (gestelde kosten appartement Spanje), € 4.773,51 (nota [naam]), € 509,14 (reparatie laptop) en € 102,50 (nabetaling [naam]), vermeerderd met de wettelijke rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De rechtbank merkt daarbij op dat zij deze zaak niet zodanig bijzonder acht dat zij daarin reden ziet om af te wijken van het gangbare liquidatietarief. De kosten aan de zijde van [eiser] worden  begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 	90,64</para>
      <para>- griffierecht		821,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	4.023,00</emphasis> (4,5 punt × tarief € 894,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	4.934,64</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] in de hoedanigheid van vereffenaar van de nalatenschap van [erflater], van een schadevergoeding van € 5.885,15 (vijfduizend achthonderdenvijfentachtig euro en vijftien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over een bedrag van:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>€ 500,00 met ingang van 1 augustus 2010, </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 4.773,51 met ingang van 26 augustus 2010,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 509,14 met ingang van 30 augustus 2010</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>€ 102,50 met ingang van 21 oktober 2010,</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op € 4.934,64,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.M. Schothorst en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2014.<footnote-ref linkend="_20dd9f7e-5d2a-4c36-a745-2d12b0ab5188" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_20dd9f7e-5d2a-4c36-a745-2d12b0ab5188" label="1">
    <para>type: sms</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>