<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2014:1339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T22:13:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-03-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2014-03-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2603665 CV EXPL 13-16445</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>WR 2015/12</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:1339">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2014:1339</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2014-04-09T09:48:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2014-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2014:1339 Rechtbank Noord-Nederland , 18-03-2014 / 2603665 CV EXPL 13-16445</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2014:1339:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>huurder heeft in beginsel geen recht op rente over waarborgsom</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2014:1339:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para>Afdeling Privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak\rolnummer: 2603665 CV EXPL 13-16445                                            </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 18 maart 2014</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">[naam],</emphasis></para>
      <para>gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam], gemeente [gemeente], mede kantoorhoudende te [plaatsnaam],</para>
      <para>eiseres, hierna te noemen [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde GGN Tijhuis &amp; Partners, gerechtsdeurwaarders,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para>1. <emphasis role="bold">[naam], </emphasis>vennoot van gedaagde sub 3, </para>
    <para>wonende te[plaatsnaam], [adres],</para>
    <para>2. <emphasis role="bold">[naam], </emphasis>vennoot van gedaagde 3,</para>
    <para>wonende te [plaatsnaam], [adres], ex artikel 1:14 BW woonplaats hebbende te [plaatsnaam], [adres],</para>
    <para>3. <emphasis role="bold">De vennootschap onder firma [naam], </emphasis>mede handelende onder de naam [naam], gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam], [adres],</para>
    <parablock>
      <para>gedaagden, hierna te noemen [A] en [B],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PROCESVERLOOP</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij inleidende dagvaarding heeft [eiseres] gevorderd om [A] en [B] ter zake van achterstallige huurpenningen, buitengerechtelijke kosten en verschenen rente  hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 7.018,58, kosten rechtens.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij conclusie van antwoord hebben [A] en [B] verweer gevoerd tegen de vordering en geconcludeerd tot afwijzing daarvan. Daarna hebben partijen een conclusie van repliek respectievelijk dupliek genomen, waarbij zij hebben gepersisteerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">OVERWEGINGEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Tussen partijen, [eiseres] als verhuurder en [A] en [B] als huurders, heeft een huurovereenkomst bestaan met betrekking tot een bedrijfspand aan de [adres] te [plaatsnaam]. Deze huurovereenkomst is geëindigd per 31 mei 2013. Op de huurovereenkomst zij de algemene bepalingen betreffende huur en verhuur van bedrijfsruimte van toepassing.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Bij aanvang van de huurovereenkomst in 1985 hebben [A] en [B] een waarborgsom van omgerekend € 3.907,05 aan [eiseres] betaald. Bij einde van de huurovereenkomst heeft [eiseres] de toen nog openstaande huur verrekend met de waarborgsom.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten van partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft, kort gezegd, betoogd dat [A] en [B] na verrekening nog een huurachterstand hebben van in hoofdsom € 5.771,18. Nu zij die huurachterstand ondanks herhaalde sommatie niet betaald hebben, meent [eiseres] naast de hoofdsom tevens aanspraak te kunnen maken op de contractuele boete, de incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [A] en [B] hebben in essentie aangevoerd dat het volgens [eiseres] nog openstaande bedrag aan huur reeds door hen is voldaan. Zij zijn van mening dat de renteopbrengst sedert 1985 over de waarborgsom het gevorderde bedrag ruimschoots overtreft.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Bij de beoordeling van dit geschil heeft het volgende als uitgangspunt te gelden. Door afstorting van de waarborgsom zijdens [A] en [B] is Vastgoed daarvan houder geworden. Ingevolge het bepaalde in artikel 3:120 BW juncto 3:124 BW behoren de opeisbaar geworden burgerlijke vruchten aan de bezitter te goeder trouw c.q. de houder toe. Rente moet worden aangemerkt als een burgerlijke vrucht als hiervoor bedoeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Vorenstaande uitgangspunt kan uitzondering lijden als partijen daarvan afwijkende contractuele afspraken maken. In casu is daarvan evenwel geen sprake. In het huurcontract is over de renteopbrengst op de waarborgsom ten gunste van [A] en [B] niets ter zake dienende opgenomen. Hetzelfde geldt voor de algemene voorwaarden. Het wettelijke uitgangspunt zal derhalve leidend dienen te zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal de vordering van [eiseres], welke vordering anders dan middels het zojuist verworpen verweer niet is betwist, integraal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Als in het ongelijk gestelde partijen zullen [A] en [B] ook in de proceskosten worden veroordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">De kantonrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [A] en [B] hoofdelijk, des dat de één betalende, de ander zal zijn bevrijd, om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen de somma van € 7.018,58, vermeerderd met de wettelijke rente over € 6.059,74 vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [A] en [B] hoofdelijk, des dat de één betalende, de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van de procedure welke worden vastgesteld op € 105,88 aan explootkosten, € 448,00 aan vastrecht en € 500,00 aan salaris van de gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en op  uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>typ:  AF</para>
        <para>coll: AvD</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>