<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2013:6955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-22T19:29:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C18/143814/KG ZA 13-293</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:6955">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:6955</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-14T15:48:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2013:6955 Rechtbank Noord-Nederland , 25-10-2013 / C18/143814/KG ZA 13-293</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2013:6955:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Deurwaarders kort geding ex artikel 438 lid 4 Rv</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2013:6955:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="3b7fcdac-d935-408b-be46-b30a4f48af40" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="19ea8914-add9-439b-b542-10a321e986aa" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/18/143814 / KG ZA 13-293</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 25 oktober 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>eiser,</para>
      <para>advocaat mr. J.H. Mastenbroek,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. D. Kuijken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [A] en [B] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnota van [A].</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij vonnis d.d. 21 februari 2008 van de rechtbank Groningen, sector</para>
        <para>kanton, locatie Groningen heeft de kantonrechter onder meer het volgende beslist:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt [B] tot betaling van een bedrag groot € 31.700,40 bruto te vermeerderen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">met de wettelijke verhoging, gematigd tot 25 %, en de wettelijke rente over € 31.700,40 en</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het bedrag van de wettelijke verhoging vanaf 27 oktober 2005 tot aan de dag der algehele</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">voldoening;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt [B] om [A] voor tenminste 30 uren per week te werk te stellen in een passende functie en tot betaling van het bijpassende salaris;</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>’.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [B] heeft aan de inhoud van voormeld vonnis voldaan.</para>
        <para>Tegen dat vonnis is door beide partijen hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Leeuwarden. </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>2.3.	Op voormeld hoger beroep heeft het hof (inmiddels het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden) op 15 januari 2013 arrest gewezen.</para>
        <para>Daarbij is onder meer het volgende overwogen en beslist:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>‘<emphasis role="italic">(…)</emphasis></para>
      </parablock>
      <para>17. (…) <emphasis role="italic"> 17. (…) De slotsom is dat het bestreden vonnis niet onverkort in stand kan blijven, nu het door de kantonrechter vastgestelde bedrag aan achterstallig loon dient te worden herzien en het in eerste aanleg toegewezen bevel tot tewerkstelling in hoger beroep niet langer wordt gevorderd. Het bestreden vonnis zal in zoverre dan ook worden vernietigd.</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ligt de subsidiaire vordering van [A] tot een</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedrag van € 38.462,84, vermeerderd met een wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">20% voor toewijzing gereed. Ook de gevorderde afgifte van een bruto/netto specificatie van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de nabetaling van € 20 000,- is, nu daartegen geen verweer is gevoerd, toewijsbaar. Het hof</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zal in die zin opnieuw recht doen.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">18. Nu de loonvordering een andere inhoud heeft gekregen dan die waarover de kantonrechter</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">heeft moeten beslissen, en gelet op de aard van deze vordering, onder verwijzing naar</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">hetgeen daarover hiervoor is opgemerkt, niet eenvoudig momenten zijn aan te wijzen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">waarop [B] in concreto te weinig loon heeft betaald, zal het hof de ingangsdatum van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de wettelijke rente nader vaststellen op de datum van het einde van de arbeidsovereenkomst,</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">te weten 1 december 2010.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">19. Nu partijen in hoger beroep als over en weer in het ongelijk gesteld zijn aan te merken, ziet</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">het hof aanleiding de proceskosten, de kosten va het deskundigen bericht daaronder</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">begrepen, in appel te compenseren. Aangezien [A] de kosten van de deskundige ad</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 6.675,90 bij wijze van voorschot heeft voldaan, dient [B] hem de helft hiervan</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">oftewel € 3.337,95 te vergoeden, als hierna in het dictum vermeld.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="bold italic">De beslissing</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het gerechtshof:</emphasis>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">in principaal en in incidenteel hoger beroep:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">vernietigt het bestreden vonnis van 21 februari 2008 voor zover [B] daarbij in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">conventie tot tewerkstelling van [A] en tot betaling aan [A] van een bedrag van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 31.700,40 bruto te vermeerderen met de wettelijke verhoging, gematigd tot 25% en de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wettelijke rente over € 31.700,40 en het bedrag van de wettelijke verhoging vanaf</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">27 oktober 2005 tot aan de dag der algehele voldoening werd veroordeeld;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">en in zoverre opnieuw rechtdoende:</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">veroordeelt [B] tot betaling aan [A] van € 38.462,84 aan achterstallig loon, te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vermeerderen met de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW te stellen op 20%, te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">vermeerderen met wettelijke rente over beide bedragen vanaf 1 december 2010;</emphasis>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">beveelt [B] om aan [A] een bruto/netto specificatie van de eind 2006/begin 2007</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">gedane nabetaling van € 20.000,- te verstrekken;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">compenseert de proceskosten in hoger beroep in dier voege dat iedere partij haar eigen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kosten draagt;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt [B] om aan [A] terzake van de kosten van de deskundige</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">€ 3.337,95 te voldoen;</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">(…)</emphasis>.’</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [B] heeft het verschil in de bedragen tussen het vonnis in eerste aanleg en het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden aan [A] voldaan.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <parablock>
        <para>
          <?linebreak?>2.5.	Bij exploot d.d. 8 maart 2013 heeft [A] aan [B] het arrest van het hof betekend en bevel gedaan een bedrag te betalen van in totaal € 49.160,63 (zijnde </para>
        <para>€ 38.462,84 bruto, te verhogen met de wettelijke verhoging, de wettelijke rente, de kosten deskundige en de kosten van het exploot minus een betaling van de zijde van [B] ad </para>
        <para>€ 4.022,18).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [A] heeft op de voet van artikel 31 Rv het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,</para>
        <para>locatie Leeuwarden verzocht om een kennelijke schrijffout/rekenfout te verbeteren aangezien [A] de mening was toegedaan dat het gerechtshof hem een additioneel bedrag had willen toekennen. Het gerechtshof heeft bij beslissing d.d. 16 april 2013 het verzoek van [A] geweigerd, daartoe onder meer het volgende overwegend:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>'<emphasis role="italic">Het hof is van oordeel dat er geen sprake is van een kennelijke schrijf- of rekenfout.</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zoals zonneklaar uit het arrest blijkt heeft het hof in zijn arrest berekend wat het totale</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bedrag aan achterstallig salaris is waar [A] jegens [B] aanspraak op heeft, door vast te stellen welk loon hem de jure toekwam en daarvan het loonbedrag af te trekken dat in werkelijkheid aan hem was betaald. Het resultaat komt hoger uit dan het bedrag dat in eerste aanleg was toegewezen. In het dictum van het arrest heeft het hof daarom die veroordeling in eerste aanleg vernietigd en [B], opnieuw rechtdoende, veroordeeld tot betaling van het aldus door het hof berekende totaalbedrag.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Van een kennelijke misslag is geen sprake.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het hof wijst het verzoek daarom af.</emphasis>'<?linebreak?><?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>Na de betekening op 8 maart 2013 van voormeld arrest d.d. 15 januari 2013 van het</para>
        <para>Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden en gelijktijdig bevel tot</para>
        <para>betaling, heeft [B] in kort geding schorsing van de tenuitvoerlegging van het arrest d.d. 15 januari 2013 van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden  gevorderd. De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland, locatie Groningen heeft [B] bij vonnis d.d. 29 maart 2013 in het gelijk gesteld en de tenuitvoerlegging voor onbepaalde tijd geschorst.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [A] is daarvan in hoger beroep gekomen, waarop het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden bij arrest d.d. 2 juli 2013 het vonnis van de voorzieningenrechter d.d. 29 maart 2013 heeft vernietigd en de vorderingen van [B], strekkende tot schorsing van de tenuitvoerlegging, alsnog heeft afgewezen.</para>
        <para>Daartoe heeft het hof onder meer het volgende overwogen:<?linebreak?><?linebreak?></para>
        <para>'<emphasis role="italic">Het door het hof geformuleerde dictum is niet met het voorgaande in tegenspraak. Het</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dictum behelst een vernietiging van de in eerste aanleg uitgesproken veroordeling en stelt, in</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">plaats daarvan, vast welk bedrag [B] per datum arrest aan [A] verschuldigd is.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zoals uit het voorgaande volgt, is dit in harmonie met hetgeen in het lichaam van het arrest is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">overwogen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De conclusie moet dan ook zijn dat [B] het in het dictum van het arrest van 15 januari</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">2013 genoemde bedrag van € 38.462,84 alsmede de wettelijke verhoging van 20% (en de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">rente vanaf 1 december 2010) naast hetgeen hij alstoen reeds had voldaan is verschuldigd.</emphasis>'</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Bij exploot d.d. 15 april 2013 is [A] in cassatieberoep gekomen tegen het arrest d.d. 15 januari 2013 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden. [A] heeft [B] gedagvaard tegen de zitting van 11 april 2014.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Op 30 september 2013 heeft de deurwaarder die met de executie van het arrest d.d.  15 januari 2013 is belast, Marco de Jong, gerechtsdeurwaarder te Zuidbroek, zich met een proces-verbaal bij de voorzieningenrechter gevoegd waarin hij heeft vermeld dat hij op een bezwaar tegen de verdere executie is gestuit die een onverwijlde voorziening ex artikel 438 lid 4 Rv nodig maakt. De deurwaarder heeft aan de voorzieningenrechter verzocht aan te geven of hij de aan hem gegeven opdracht van [A] jegens [B] dient uit te voeren en, zo ja, of dit onder eventuele voorwaarden dient plaats te vinden.<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Te dien aanzien heeft de deurwaarder onder meer het volgende aangevoerd:</para>
      <paragroup>
        <para>
          <?linebreak?>3.2.1.	Door de deurwaarder is zowel met (de advocaten van) [B] als [A] gecorrespondeerd met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de executoriale titels hetgeen tot onduidelijkheden en bezwaren bij de deurwaarder heeft geleid.</para>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            [A] heeft de deurwaarder opgedragen het arrest d.d. 15 januari 2013 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, ten uitvoer te leggen.</para>
          <para>
            [B] heeft zich hiertegen verzet, stellende dat executie niet mogelijk zou zijn.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.3.</nr>
        <parablock>
          <para>In het arrest in spoed kort geding d.d. 2 juli 2013 heeft het gerechtshof</para>
          <para>Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden, in de rechtsoverwegingen 5.5 en 5.6 vermeld dat het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden in het arrest d.d. 15 januari</para>
          <para>2013 heeft bedoeld om [B] te veroordelen een additioneel bedrag aan [A] te betalen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.4.</nr>
        <parablock>
          <para>Volgens het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden is het arrest d.d. <?linebreak?><?linebreak?>15 januari 2013 dus niet juist en is er dus ten onrechte een bedrag toegekend onder</para>
          <para>vernietiging van het vonnis in eerste aanleg. Feitelijk had de vernietiging van het vonnis in eerste aanleg achterwege moeten blijven zodat met de additionele veroordeling in hoger beroep dan een volledig additioneel bedrag aan [A] had moeten toekomen.<?linebreak?><?linebreak?></para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.2.5.</nr>
        <parablock>
          <para>
            [A] wenst nu dat de deurwaarder, met uitleg van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden in kort geding d.d. 2 juli 2013 de titel van 15 januari 2013 ten uitvoer zal leggen.</para>
          <para>De titel (het dictum) is zelf echter niet veranderd en ook blijkt uit de titel niet dat er</para>
          <para>sprake is van een kennelijk misslag, hetgeen het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,</para>
          <para>locatie Leeuwarden in de beschikking ex artikel 31 Rv van 16 april 2013 ook heeft aangegeven.</para>
          <para>Desondanks meent [A] dat het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden,</para>
          <para>locatie Leeuwarden van 15 januari 2013 voldoende grondslag biedt om tot executie</para>
          <para>over te gaan.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Zoals hiervoor onder 2.7. is vermeld heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden bij arrest d.d. 2 juli 2013 het vonnis van 29 maart 2013 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank vernietigd en de vorderingen van [B], strekkende tot schorsing van de tenuitvoerlegging, alsnog afgewezen.</para>
        <para>Deze beslissing brengt met zich dat [A] gerechtigd is tot (verdere) executie van het arrest d.d. 15 januari 2013 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>Bij deze executie moet worden meegenomen hetgeen het hof bij het arrest d.d. </para>
        <para>2 juli 2013 heeft overwogen, te weten: </para>
        <para>'<emphasis role="italic">(…)De conclusie moet dan ook zijn dat [B] het in het dictum van het arrest van 15	 januari 2013 genoemde bedrag van € 38.462,84 alsmede de wettelijke verhoging van 20% (en de rente vanaf 1 december 2010) naast hetgeen hij alstoen reeds had voldaan is verschuldigd.(…)</emphasis>'.</para>
        <para>Uit deze (nadere) uitleg van het arrest d.d. 15 januari 2013 volgt dat de vernietiging van het vonnis d.d. 21 februari 2008 van de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen niet betekent dat hetgeen op grond van dit vonnis door [B] betaalde onverschuldigd is betaald. Met die betaling heeft het hof juist rekening gehouden bij vaststelling van hetgeen [B] nog dient te betalen per datum van het arrest van 15 januari 2013. [B] kan zich ter zake dan ook niet beroepen op verrekening.</para>
        <para>Van een omissie in het dictum van het arrest van het Hof is anders dan [B] en de deurwaarder menen dan ook geen sprake. </para>
        <para>Er is niet alleen sprake van een door het Hof “bedoelde” toewijzing van een verschuldigd bedrag per datum van het arrest, maar het Hof heeft ook daadwerkelijk in het dictum vermeld welk bedrag per die datum nog verschuldigd is door [B]. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>Evenmin kan [B] worden gevolgd in zijn stelling dat het Hof bij arrest van </para>
        <para>2 juli 2013 ten onrechte een nadere uitleg heeft gegeven van zijn eerdere arrest van</para>
        <para>15 januari 2013. In een executiegeschil ligt niet zelden ter beoordeling voor op welke wijze de te executeren uitspraak moet worden uitgelegd en dat is ten deze niet anders.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>
        <?linebreak?>4.4	Gelet op het vorenoverwogene dient de gerechtsdeurwaarder Marco de Jong de opdracht van [A] tot (verdere) executie van het arrest d.d. 15 januari 2013 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden zonder nadere voorwaarden en onverkort uit te voeren. De bezwaren daartegen van [B] en de deurwaarder zijn ongegrond. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5</nr>
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter overweegt dat de deurwaarder de bevoegdheid ex artikel 438 Rv niet nodeloos heeft uitgeoefend, zodat geen aanleiding bestaat hem persoonlijk in de kosten te verwijzen.</para>
        <para>Gelet op de aard van deze procedure ziet de voorzieningenrechter verder geen grond [B] te veroordelen in de proceskosten van [A].<?linebreak?><?linebreak?></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de gerechtsdeurwaarder Marco de Jong de opdracht van [A] tot (verdere) executie van het arrest d.d. 15 januari 2013 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden zonder nadere voorwaarden dient uit te voeren;<?linebreak?><?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Vroome en in het openbaar uitgesproken op 25 oktober 2013.<footnote-ref linkend="_a9191cf5-7a79-4a72-82ab-1fbd00b1a332" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_a9191cf5-7a79-4a72-82ab-1fbd00b1a332" label="1">
    <para>type: js </para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>