<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2013:6625</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T13:12:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-09-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-19-100351 - HA RK 13-60</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Assen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:6625">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:6625</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-06T13:59:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2013:6625 Rechtbank Noord-Nederland , 26-09-2013 / C-19-100351 - HA RK 13-60</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2013:6625:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Welwillendheidsoordeel? De rechter wordt op grond van een contractuele bepaling verzocht om een bindend adviseur te benoemen. </para>
        <para>Het verzoek wordt afgewezen omdat voor toewijzing van het verzoek geen wettelijke basis bestaat en daarnaast verweer wordt gevoerd tegen het verzoek zodat evenmin ruimte bestaat om op basis van welwillendheid tot benoeming over te gaan.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2013:6625:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="6a151e00-4dae-4318-9691-5f9ee068e0e3" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="28822a33-d3bb-4855-9c33-9316b8118a2c" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Locatie Assen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/19/100351 / HA RK 13-60</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 26 september 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [X] LETSELSCHADE B.V.</emphasis>,</para>
      <para>die woonplaats kiest in [woonplaats], </para>
      <para>verzoekster,</para>
      <para>advocaat mr. G.M. Volkerink, die kantoor houdt in Kampen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">PRANGER INCASSO OVERIJSSEL B.V.</emphasis>,</para>
      <para>die statutair gevestigd is in Assen,</para>
      <para>verweerster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [X] en Pranger genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het verzoekschrift van 2 augustus 2013;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de brief van 6 september 2013 van Pranger Beheer B.V.;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling van 12 september 2013. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [X] heeft via cessie een vordering op Pranger verkregen. Die vordering ontspruit aan een overeenkomst die is neergelegd in een akte d.d. 27 december 2005 en die de volgende bepaling bevat: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Geschillen - Artikel 9</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1. Alle geschillen welke mochten ontstaan naar aanleiding van de onderhavige overeenkomst, dan wel van de overeenkomsten die in verband met deze overeenkomst worden gesloten, zullen ten finale kwijting van het verkrijgen van bindend advies worden voorgelegd aan twee personen, waarvan er een zal worden aangewezen en betaald door verkoper en op gelijke wijze een door koper aan te wijzen, binnen drie (3) weken nadat de meest gerede partij schriftelijk aan de andere partij zal hebben gemeld dat zich naar het oordeel van de meldende partij een geschil voordoet en dat de meldende partij de andere partij verzoekt een persoon ten finale kwijting van het uitbrengen van bindend advies aan  te wijzen.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">2. De overeenkomstig lid 1 aangewezen personen zullen binnen 6 (zes) weken, nadat zij zijn aangewezen, een bindende en definitieve uitspraak doen ten aanzien van het geschil.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Indien de aangewezen personen niet binnen de termijn van 6 (zes) weken een bindende en definitieve uitspraak doen zullen zij tezamen binnen 3(drie) weken nadien een derde persoon benomen, die binnen 3 (drie) weken na deze benoeming tezamen met de andere twee aangewezen arbiters een bindende en definitieve uitspraak zal doen zoals in lid 1 en 2 omschreven. Blijven de partijen of door hen aangewezen personen in gebreke om de voorschreven benoem(en) te dien, dan kan de meest gerede partij de daartoe aangewezen Rechtbank Assen verzoeken om de desbetreffende persoon (personen) te benoemen.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [X] en Pranger twisten over de hoogte van de vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De zaak komt, samengevat weergegeven, op het volgende neer. In de koopovereenkomst van 27 december 2005 is een bepaling opgenomen die ertoe strekt dat geschillen die tussen de partijen bij die overeenkomst ontstaan worden voorgelegd aan een tweetal door hen zelf te benoemen bindend adviseurs. De overeenkomst voorziet in de mogelijkheid dat als deze adviseurs niet binnen een bepaalde termijn een definitieve uitspraak doen een van de partijen de rechtbank kan verzoeken om een derde adviseur te benoemen. Het verzoek van [X] strekt ertoe dat de rechtbank tot deze benoeming overgaat. Daarover wordt als volgt overwogen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Het verzoek van [X] aan de rechtbank om een bindend adviseur te benoemen heeft geen wettelijke basis, zodat de rechtbank niet op grond van de wet op dat verzoek kan beslissen. Omdat uit de brief van de bestuurder van Pranger van 6 september 2013 blijkt dat Pranger het niet met het verzoek van [X] eens is, hetgeen door [X] tijdens de mondelinge behandeling werd bevestigd, ziet de rechtbank daarnaast geen grond om op basis van welwillendheid tot benoeming van een bindend adviseur over te gaan. Op grond hiervan zal het verzoek worden afgewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De rechtbank zal de proceskosten aldus compenseren dat iedere partij de eigen kosten van deze procedure draagt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek af,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S. Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2013.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>