<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2013:6063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T16:14:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-10-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">2120425 - CV EXPL  13-7455</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:6063">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:6063</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-10-18T13:19:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-10-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2013:6063 Rechtbank Noord-Nederland , 03-10-2013 / 2120425 - CV EXPL  13-7455</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2013:6063:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>incassoprocedure: geen vast tarief afgesproken</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2013:6063:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</emphasis>
      <?linebreak?>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>Afdeling privaatrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaak\rolnummer: 2120425 \ CV EXPL  13-7455</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis d.d. 3 oktober 2013 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>inzake</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap onder firma <emphasis role="bold">V.O.F. [naam],</emphasis></para>
      <para>gevestigd te [plaats]</para>
      <para>eiseres, hierna te noemen [eiseres],</para>
      <para>gemachtigde W.K. Hoeve, gerechtsdeurwaarder te Zuidhorn,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam], </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats],</para>
      <para>gedaagde, hierna [gedaagde] te noemen,</para>
      <para>procederend in persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">PROCESGANG</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge het tussenvonnis van 11 juli 2013 heeft in aanwezigheid van partijen, [eiseres] vergezeld door zijn gemachtigde, op 25 september 2013 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Van het verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorafgaand aan de comparitie heeft [eiseres] bij akte nog producties in het geding gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis is bepaald op heden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">OVERWEGINGEN</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] heeft in de eerste helft van 2013 in opdracht en voor rekening van [gedaagde] (installatie)werkzaamheden uitgevoerd in het restaurant van laatstgenoemde te [plaats]. In dat verband heeft [eiseres] bij factuur van 6 maart 2013 een bedrag van € 7.576,28 in rekening gebracht. [gedaagde] heeft de nota ondanks herhaalde sommaties onbetaald gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De standpunten van partijen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft gesteld dat hij de overeengekomen werkzaamheden naar behoren heeft uitgevoerd en gedeclareerd, zodat hij recht heeft op volledige betaling van de factuur. Thans meent hij tevens aanspraak te kunnen maken op rente en kosten.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft aangevoerd dat [eiseres] ten onrechte 85 uur à € 40,00 aan hem in rekening heeft gebracht. Volgens hem heeft [eiseres] 60 uur gewerkt en dient het uurloon te worden vastgesteld op € 30,00. Hij heeft de vordering erkend tot een bedrag van € 5.083,68.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Gelet op het standpunt van [gedaagde] ligt hoe dan ook een bedrag van € 5.083,68 voor toewijzing gereed.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Thans behoeft beantwoording de vraag of [gedaagde] ook het restant van de vordering verschuldigd is. De kantonrechter beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daaromtrent het volgende.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij akte uitlating van 25 september 2013 heeft [eiseres] de door hem gewerkte uren genoegzaam gespecificeerd naar datum, werksoort en werktijd. [gedaagde] heeft die specificatie ter comparitie niet gemotiveerd betwist, zodat van de juistheid van de opgave van [eiseres] moet worden uitgegaan. [eiseres] heeft derhalve op goede gronden 85 uur in rekening gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Ook het door [eiseres] gehanteerde uurtarief is naar het oordeel van de kantonrechter niet voor discussie vatbaar. Waar partijen vooraf kennelijk geen vast uurtarief hebben afgesproken, dient het gebruikelijke uurloon van [eiseres] als uitgangspunt te gelden. [eiseres] heeft dat uurtarief onweersproken gesteld op € 40,00, reden waarom dat bedrag leidend is, te meer nu dat bedrag in het licht van de in de branche van [eiseres] geldende normen als redelijk kan worden aangemerkt. Dat er incidenteel bedrijven zijn die een lager tarief hanteren doet aan voormeld oordeel niet af.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen zal de vordering in hoofdsom worden toegewezen. Hetzelfde heeft te gelden voor de vordering met betrekking tot de redelijke niet betwiste incassokosten en de wettelijke rente.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Als in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde] in de kosten van de procedure worden veroordeeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De kantonrechter:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen de somma van € 8.328,95, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 7.576,28 vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure aan de zijde van [eiseres] gevallen en stelt deze vast op € 76,17 aan explootkosten, € 448,00 aan vastrecht en € 500,00 aan salaris van de gemachtigde;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Fokkema, kantonrechter, en op 3 oktober 2013  uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>typ: AF</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>