<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2013:5520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T12:14:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-09-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C-17-124395 - HA ZA 13-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:5520">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:5520</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-09-17T08:50:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2013:5520 Rechtbank Noord-Nederland , 11-09-2013 / C-17-124395 - HA ZA 13-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2013:5520:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>art. 27 lid 2 Fw. Verval van instantie. Kostenveroordeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2013:5520:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/17/124395 / HA ZA 13-12</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 11 september 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EXPOSCHUIM NIJMEGEN B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Nijmegen,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat: mr. G.D. te Biesebeek te Zwolle,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de maatschap </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [A]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats],</para>
    </parablock>
    <para>2. de stichting</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [B]
        </emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [plaats],</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat: mr. H.D. Postma te Leeuwarden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna Exposchuim en [A] c.s. genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het mondeling vonnis van 20 maart 2013 waarbij een comparitie van partijen is gelast;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de akte van [A] c.s. waarbij zij melding maakt van het feit dat Exposchuim per 12 maart 2013 in staat van faillissement is verklaard en waarin zij verzoekt om een termijn te bepalen voor oproeping van de curator als bepaald in art. 27 Fw.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Vervolgens heeft de rolrechter de zaak geschorst en [A] c.s. een termijn gegeven om de curator op te roepen tot overneming van het geding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>
        [A] c.s. heeft de curator bij exploot van 13 juni 2013 opgeroepen om zich ter rolle van 17 juli 2013 uit te laten over het overnemen van het geding. De curator heeft aan deze oproeping geen gevolg gegeven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>
        [A] c.s. heeft daarop ter rolzitting van 31 juli 2013 verzocht om ontslag van de instantie met veroordeling van Exposchuim in de kosten van het geding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>De Wet herziening gerechtelijke kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van deze datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De overwegingen</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Artikel 27 lid 1 Fw bepaalt dat indien een rechtsvordering op het tijdstip van faillietverklaring van de schuldenaar aanhangig is, het geding ten verzoeke van de gedaagde wordt geschorst om deze in de gelegenheid te stellen, binnen een door de rechter te bepalen termijn, de curator op te roepen tot overneming van het geding. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat, indien aan de oproeping geen gehoor wordt gegeven, de gedaagde het recht heeft ontslag van de instantie te vragen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Nu de curator geen gehoor heeft gegeven aan de oproep van [A] c.s. om het geding van Exposchuim over te nemen is naar het oordeel van de rechtbank aan de vereisten van artikel 27 lid 2 Fw voldaan. Er zijn voorts geen feiten en/of omstandigheden gesteld of gebleken op grond waarvan geoordeeld moet worden dat het gevraagde ontslag van de instantie dient te worden geweigerd, terwijl het belang van [A] c.s. er in is gelegen dat zij niet genoopt wordt verdere (proces)kosten te maken, welke kosten, gelet op het faillissement van Exposchuim, wellicht niet kunnen worden verhaald. De rechtbank zal het verzoek van [A] c.s. dan ook toewijzen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Voor wat betreft de gevorderde veroordeling van Exposchuim in de proceskosten overweegt de rechtbank als volgt. Door het ontslag van de instantie wordt een einde gemaakt aan het geding zonder dat de vordering van de failliet in rechte is gehonoreerd. In zoverre is de failliet aan te merken als de in het ongelijk gestelde partij. Het past daarmee naar het oordeel van de rechtbank in het systeem van het burgerlijk procesrecht dat een partij die op grond van artikel 27 lid 2 Fw wordt ontslagen uit de instantie wordt veroordeeld in de aan de zijde van de wederpartij tot het ontslag van de instantie gevallen proceskosten. De proceskosten aan de zijde van [A] c.s. tot op heden worden vastgesteld op een bedrag van EUR 575,00 aan vast recht en EUR 452,00 (1 punt in tarief II) aan salaris advocaat.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent [A] c.s. het daar haar verzochte ontslag van de instantie;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt Exposchuim in de proceskosten van [A] c.s., tot op heden in totaal vastgesteld op EUR 1.027,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.Th.M. Zwart-Sneek en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2013.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>