<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2013:239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-03T15:48:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-01-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">137702-KG ZA 132-353</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Groningen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:239">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:239</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-07-03T16:00:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2013:239 Rechtbank Noord-Nederland , 18-01-2013 / 137702-KG ZA 132-353</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2013:239:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>In conventie is de man veroordeelt tot nakoming van de door het gerechtshof  Leeuwarden vastgestelde ongangsregeling onder verbeurte van een dwangsom. De vordering in reconventie waarbj schorsing van de uitvoerbaar bij voorraad verklaring werd gevorderd is afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2013:239:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Groningen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer C/18/137702 / KG ZA 12-353</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 18 januari 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [naam 1]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie,</para>
      <para>hierna mede te noemen de vrouw,</para>
      <para>advocaat mr. A.A.M. Kroon-Jongbloed, advocaat te Groningen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">
          [naam 2]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te Leek,</para>
      <para>gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie,</para>
      <para>hierna mede te noemen de man,</para>
      <para>advocaat mr. H.C. Lunter, advocaat te Drachten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">PROCESVERLOOP</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <paragroup>
      <nr />
      <para>
        <?linebreak?>1.1. 	 Het verloop van de procedure blijkt uit: </para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de door mr. Kroon-Jongbloed overgelegde producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de mondelinge behandeling op 7 januari 2013 in aanwezigheid van partijen bijgestaan door hun advocaten en de heer J. Scholte Aalbes namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) te Groningen, mevrouw B. Ottens namens het Leger des Heils Jeugdzorg en Jeugdreclassering (LJ&amp;R) en mevrouw G. Kooistra namens bureau jeugdzorg Drenthe (bjz).</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de door mevrouw B. Ottens overgelegde producties,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnotities van mr. H.C. Lunter,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de pleitnotities van mr. A.A.M. Kroon-Jongbloed. </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De Wet herziening gerechtelijke kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In deze procedure wordt van de volgende feiten uitgegaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit dit huwelijk zijn geboren de thans nog minderjarige kinderen:</para>
      <orderedlist numeration="none">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">
              [minderjarige 1]
            </emphasis>, geboren op [datum] in de gemeente Groningen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">
              [minderjarige 2]
            </emphasis>, geboren op [datum] in de gemeente Groningen,</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">
              [minderjarige 3]
            </emphasis>, geboren op [datum], en</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="bold">
              [minderjarige 4]
            </emphasis>, geboren op [datum] in de gemeente Groningen.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Partijen hebben het gezamenlijk gezag over de minderjarigen. De minderjarigen hebben hun hoofdverblijf bij de man.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Bij beschikking van het gerechtshof Leeuwarden van 25 oktober 2012 is een zorgregeling tussen de vrouw en de minderjarigen vastgesteld inhoudende dat:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>vanaf de eerste week van november 2012 alle kinderen viermaal een omgangsmoment met de vrouw hebben van eens in de veertien dagen van 15.00 uur tot 17.00 uur, waarbij de begeleiding van de omgang door het LJ&amp;R wordt geregeld, LJ&amp;R bepaalt of alle kinderen tegelijk dan wel apart van elkaar omgang met de moeder hebben, alsmede de dag waarop de omgang plaatsvindt en de locatie waar de omgang plaatsvindt wordt bepaald door het LJ&amp;R;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>vanaf de eerste week van januari 2013 alle kinderen tweemaal één dagdeel van vier uren, gelegen in het weekend, per veertien dagen onbegeleide omgang met de moeder hebben;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>vanaf de eerste week van februari 2013 alle kinderen tweemaal een dag in het weekend van 10.00 uur tot 19.00 uur per veertien dagen onbegeleide omgang met de moeder hebben;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>vanaf 1 maart 2013 alle kinderen eenmaal in de veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur onbegeleide omgang met de moeder hebben.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in conventie en in reconventie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vrouw vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>primair:</para>
        <para>I. de man te veroordelen de bij beschikking van het gerechtshof Leeuwarden d.d. 25 oktober 2012 vastgestelde omgangsregeling tussen de vrouw en de kinderen na te leven:</para>
        <para>II. te bepalen dat de man een dwangsom van € 1.000,-- per dag(deel) verbeurt wanneer hij in gebreke blijft te voldoen aan zijn verplichting tot nakoming van het onder I bepaalde;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>subsidiair:</para>
        <para>III. een zodanig beslissing te nemen over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als de rechtbank in goede justitie meent te moeten vaststellen;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>primair en subsidiair</para>
        <para>IV. de man te veroordelen in de kosten van deze procedure.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De man heeft verweer gevoerd strekkende tot afwijzing van de vorderingen van de vrouw en zijnerzijds in reconventie gevorderd de uitvoerbaar bij voorraad verklaring van de beschikking van het Gerechtshof Leeuwarden van 25 oktober 2012 te schorsen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de onderlinge samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de voorzieningenrechter deze vorderingen gezamenlijk behandelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Spoedeisend belang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt dat uit het enkele feit dat de bij beschikking van het gerechtshof Leeuwarden van 25 oktober 2012 bepaalde omgangsregeling niet wordt nagekomen, de spoedeisendheid van dit kort geding volgt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter is van oordeel dat een vastgestelde omgangsregeling in beginsel strikt moet worden nageleefd. Omgang tussen een minderjarig kind en de niet met de dagelijkse verzorging en opvoeding belaste ouder is in het algemeen in hun beider belang en is tevens het wettelijk uitgangspunt. Slechts indien sprake is van zwaarwegende omstandigheden die zich tegen de onverkorte nakoming daarvan verzetten, kan dat anders zijn. Daarvan kan sprake zijn als op grond van ná het moment van vaststelling van de omgangsregeling voorgevallen of aan het licht gekomen feiten voor de minderjarige kinderen een situatie is of zal ontstaan, waardoor onverkorte nakoming van de vastgestelde omgangsregeling niet meer in hun belang kan worden geacht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De man heeft in kort geding een groot aantal stellingen geponeerd die, zoals blijkt uit de overgelegde processtukken, reeds in de bodemprocedure zijn aangevoerd. Uit het overgelegde proces-verbaal van de zitting bij het Hof te Leeuwarden blijkt dat ook tijdens de mondelinge behandeling alle argumenten die de man nu te berde brengt reeds uitvoerig aan de orde zijn geweest. Het Hof heeft, beschikkende over al deze informatie en rekening houdend met het belang van de minderjarigen, geoordeeld dat een omgangsregeling moet worden vastgesteld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan op grond van hetgeen de man heeft aangevoerd de conclusie worden getrokken dat de man van mening is dat de inhoud van de beschikking en het oordeel van het Hof niet juist zijn. De onderhavige kort geding procedure is echter niet aangewezen om tegen deze beschikking op te komen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de man zijn geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan geoordeeld kan worden dat nakoming van de omgangsregeling thans in strijd is met het belang van de minderjarigen. De door het LJ&amp;R overgelegde producties leiden niet tot een ander oordeel.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter komt op basis van de inhoud van de overgelegde stukken en gelet op hetgeen ter zitting over en weer is aangevoerd, tot het oordeel dat er geen sprake is van zwaarwegende omstandigheden die maken dat er geen omgang tussen de vrouw en de kinderen dient plaats te vinden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Voorgaande overwegingen leiden tot het oordeel dat de vordering in conventie zal worden toegewezen met inachtneming van het navolgende.</para>
        <para>Enerzijds is onverkorte nakoming van de in de beschikking van het Hof bepaalde omgangsregeling gelet op het tijdsverloop niet meer mogelijk, anderzijds zal onverkorte nakoming met zich meebrengen dat de omgang in zijn geheel niet meer begeleid wordt.</para>
        <para>Tussen partijen is niet in geschil dat starten met onbegeleide omgang niet in het belang van de kinderen is. Ook de vrouw is van mening dat de omgang op een goede en verantwoorde wijze plaats dient te vinden. Zij wenst echter dat er nu met het opstarten van de door het Hof vastgestelde omgangsregeling wordt begonnen. Gelet hierop zal de voorzieningenrechter beslissen als in het dictum weergegeven.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet aanleiding om, gelet op het feit dat de man zowel voor als na het vaststellen van de omgangsregeling van het Hof expliciet te kennen heeft gegeven slechts op zijn voorwaarden mee te willen werken aan de uitvoering daarvan, een dwangsom op te leggen. De dwangsom zal worden gematigd en gemaximeerd zoals in het dictum vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Gelet op het hetgeen hiervoor is overwogen zal de vordering in reconventie worden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- veroordeelt de man de bij beschikking van het gerechtshof Leeuwarden d.d. 25 oktober 2012 vastgestelde omgangsregeling tussen de vrouw en de kinderen na te leven, in die zin dat per 1 februari 2013 gestart dient te worden met de uitvoering van de in deze beschikking bepaalde omgangsregeling;</para>
    <para />
    <para>- bepaalt dat de man een dwangsom van € 500,-- per dag(deel) verbeurt wanneer hij in gebreke blijft te voldoen aan zijn verplichting tot nakoming van het hiervoor bepaalde tot een maximum van € 25.000,--;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- wijst de vordering af;</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in conventie en in reconventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.C. Bosch en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2013 in aanwezigheid van de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>typ: mmv</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>