<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNNE:2013:1913</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T17:36:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-05-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Nederland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Nederland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2013-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">S880067-12PROM</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Leeuwarden</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001941&amp;artikel=3&amp;g=2013-11-01">Opiumwet 3</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0001941&amp;artikel=11&amp;g=2013-11-01">Opiumwet 11</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:1913">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNNE:2013:1913</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-11-15T16:05:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNNE:2013:1913 Rechtbank Noord-Nederland , 22-03-2013 / S880067-12PROM</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNNE:2013:1913:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt verdachte voor het dealen in hennep en het opzettelijk aanwezig hebben van hennep tot een werkstraf, bestaande uit 20 uren werkstraf voor elke overtreding en een maand gevangenisstraf voorwaardelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNNE:2013:1913:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 17/880067-12</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 22 maart 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte], </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 8 maart 2013.</para>
      <para>De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Rosema, advocaat te Oosterwolde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Tenlastelegging</title>
    <para>Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para />
      <parablock>
        <para>verdachte op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2011 tot en met 16 februari 2012 te Drachten (telkens) (opzettelijk) heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, hennep zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>2.</para>
        <para>verdachte op of omstreeks 16 februari 2012, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer drie (3) gram, in elk geval een</para>
        <para>hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende 3,4-methyleendioxymethamfetamine (MDMA/XTC), zijnde 3,4-methyleendioxymethamfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>3.</para>
        <para>verdachte op of omstreeks 16 februari 2012, te Drachten, (althans) in de gemeente Smallingerland, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 41 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Vordering officier van justitie</title>
    <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>veroordeling voor het onder 1 en 3 ten laste gelegde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten aanzien van het onder ten 1 ten laste gelegde, oplegging van 4 maal 50 uren werkstraf;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde, oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>oplegging van de bijzondere voorwaarde: toezicht door de Verslavingszorg Noord Nederland;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen geldbedrag van € 107,17;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling van het bewijs</title>
    <para>De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsvrouw van oordeel dat verdachte vrijgesproken dient te worden van het onder 2 ten laste gelegde, nu voor dit feit onvoldoende wettig bewijs voorhanden is.  </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank past met betrekking tot de onder 1 en 3 het ten laste gelegde feiten de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 maart 2013;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 6 april 2012 opgenomen op pagina 3 van dossier nummer PL02CD 20125933, d.d. 15 juli 2012;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor d.d. 27 februari 2012, opgenomen vanaf pagina 56 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam 1];</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.</nr>
      <para>het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor d.d. 16 februari 2012, opgenomen vanaf pagina 60 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam 2];</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.</nr>
      <para>het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor d.d. 16 februari 2012, opgenomen vanaf pagina 62 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam 3];</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.</nr>
      <para>het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor d.d. 16 februari 2012, opgenomen vanaf pagina 64 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [naam 4].</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Standpunt van de officier van justitie</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de officier van justitie aangevoerd dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte in de periode van 1 mei 2011 tot 16 februari 2012 meerdere malen wiet heeft verkocht. Omdat verdachte minder dan 30 gram per keer heeft verkocht, levert dit meerdere overtredingen op. Op grond van art. 62 Sr dient er bij meerdere overtredingen voor elke overtreding afzonderlijk een straf op te worden gelegd. De officier gaat uit van 4 concrete overtredingen waarvoor hij telkens een werkstraf van 50 uren vordert. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Standpunt van verdachte </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde betoogd dat niet de gehele periode van 1 mei 2011 tot en met 16 februari 2012  bewezen kan worden. Zo blijkt uit de verklaring van verdachte en de getuigenverklaring van [naam 2] dat verdachte slechts 6 maanden wiet heeft verkocht. Ook getuige [naam 4] verklaart dat hij pas een half jaar geleden voor de eerste keer wiet van verdachte heeft gekocht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende</para>
        <para>Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de gehele ten laste gelegde periode bewezen kan worden. De rechtbank gaat bij kwalificatie en de strafoplegging, net als de officier van justitie, uit van 4 concrete overtredingen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Bewezenverklaring</title>
    <para>De rechtbank acht het onder 1 en 3 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>verdachte op tijdstippen in de periode van 1 mei 2011 tot en met 16 februari 2012 te Drachten telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt, hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>verdachte op 16 februari 2012, te Drachten, in de gemeente Smallingerland, opzettelijk aanwezig heeft gehad in totaal ongeveer 41 gram hennep, zijnde hennep een middel als</para>
      <para>bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van het bewezenverklaarde</title>
    <para>Het bewezenverklaarde levert op de overtredingen:</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod, viermaal gepleegd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>en het misdrijf: </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para>De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Strafmotivering</title>
    <para>De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:  </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de aard en de ernst van het gepleegde feit; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de omstandigheden waaronder dit is begaan;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies d.d. 30 juli 2012;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de vordering van de officier van justitie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het pleidooi van de raadsman.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich in de periode van 1 mei 2011 tot en met 16 februari 2012 schuldig gemaakt aan het overtreden van artikel 3 van de Opiumwet. Verdachte heeft vanuit zijn woning kleine hoeveelheden wiet verkocht aan een vaste afnemersgroep, bestaande uit – naar eigen zeggen - circa vijf personen. Verdachte kocht – samen met een ander – deze wiet in Groningen.</para>
      <para>Op de dag van zijn aanhouding was verdachte in het bezit van ongeveer 41 gram hennep.</para>
      <para>Door zijn handelen heeft verdachte de volksgezondheid in gevaar gebracht en overlast berokkend aan zijn woonomgeving.</para>
      <para>De officier van justitie heeft voor vier expliciet verweten overtredingen telkens 50 uur werkstraf gevorderd. Omdat het hier gaat om geringe hoeveelheden hennep verkocht in kleine kring zal de rechtbank die werkstraf matigen tot telkens 20 uur werkstraf per overtreding. Daarnaast is voor het voorhanden hebben van ongeveer 41 gram hennep een voorwaardelijke gevangenisstraf als gevorderd op zijn plaats. De rechtbank zal aan die voorwaardelijke gevangenisstraf bijzondere voorwaarden verbinden als geadviseerd door de reclassering, teneinde recidive te voorkomen en verdachte te ondersteunen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inbeslaggenomen goederen</title>
    <para>De rechtbank is van oordeel dat het in beslag genomen geldbedrag van € 107,17 verbeurd moet worden verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het in beslag genomen geldbedrag aan verdachte toebehoort en door middel van het strafbare feit is verkregen.  <?linebreak?><?linebreak?></para>
  </section>
  <section>
    <title>Toepassing van wetsartikelen</title>
    <para>De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 33, 33a en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3 en11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</para>
  </section>
  <section>
    <title>DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte te dier zake tot:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van onder 1 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>viermaal een werkstraf, telkens bestaande uit het verrichten van 20 uren onbetaalde arbeid.</para>
      <para>Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de werkstraffen niet naar behoren verricht, telkens   vervangende hechtenis voor de duur van 10 dagen zal worden toegepast;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand gevangenisstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt, dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt als algemene voorwaarden:</para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>dat veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.</nr>
      <para>dat veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.</nr>
      <para>dat veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Stelt als bijzondere voorwaarde:</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.</nr>
      <para>dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal melden bij de reclassering van de VNN, zolang en frequent de reclassering dit noodzakelijk acht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de eventuele uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verklaart verbeurd het inbeslaggenomen bedrag van € 107,17.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door J.G.W.  Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, M.A.M. Wolters en Th.A. Wiersma, rechters, bijgestaan door mr. T. van den Berg, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 maart 2013.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup>
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>w.g.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>Lootsma-Oude Nijeweme</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Wolters</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Wiersma</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>locatie Leeuwarden,</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>RECHTBANK NOORD-NEDERLAND</title>
    <para>Afdeling strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Locatie Leeuwarden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>parketnummer 17/880067-12</para>
      <para>ontnemingsvordering parketnummer 17/880067-12</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 8 maart 2013</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig:</para>
      <para>mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter,</para>
      <para>mr. M.A.M. Wolters en Th.A. Wiersma, rechters,</para>
      <para>mr. R. de Graaf, officier van justitie en</para>
      <para>mr. T. van den Berg griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.</para>
      <para>De voorzitter belast de jongste rechter met de leiding van het onderzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de jongste rechter te zijn genaamd:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [verdachte], </title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],</para>
      <para>wonende te [adres].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig M. Rosema, advocaat te Oosterwolde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>…</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 22 maart 2013 te 13:30 uur.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>