<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:9870</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-08-07T14:25:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-08-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-07-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/376192/HA RK 26-58</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9870">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9870</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-08-07T14:24:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-08-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:9870 Rechtbank Noord-Holland , 08-07-2026 / C/15/376192/HA RK 26-58</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:9870:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek op grond van art 195 Rv in een AVG-zaak. Het verzoek wordt aangehouden tot de behandeling in de hoofdzaak gelet op de verwevenheid van het verzoek in incident met de hoofdzaak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:9870:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer / rekestnummer: C/15/376192 / HA RK 26-58</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van 8 juli 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoekende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [verzoeker] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DE HUURWONINGBEMIDDELAAR DEN HELDER B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Den Helder,</para>
      <para>verwerende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: De Huurwoningbemiddelaar,</para>
      <para>gemachtigde: D.H. Guldemond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het vonnis van de kantonrechter van 25 maart 2026 waarbij de kantonrechter deze zaak heeft verwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de rechtbank,</para>
      <para>- de e-mail van De Huurwoningbemiddelaar van 19 juni 2026.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De beschikking in het incident is bepaald op vandaag.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Het incident en de beoordeling daarvan</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [verzoeker] verzoekt dat de rechtbank - samengevat - op grond van artikel 195 wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:</para>
      <para>1. De Huurwoningbemiddelaar veroordeelt tot: </para>
      <parablock>
        <para>- het overleggen van de volledige integrale teksten van alle aangehaalde uitspraken, </para>
        <para>- inclusief het overleggen van vindplaatsen en datum van publicatie, en </para>
        <para>- het overleggen van alle documenten die betrekking hebben op de door De Huurwoningbemiddelaar gestelde “rechtmatige verwijdering” van persoonsgegevens, waaronder vernietigingsdocumentatie, logbestanden en bewaartermijnbeleid,</para>
      </parablock>
      <para>2. De Huurwoningbemiddelaar veroordeelt tot het geven van een toelichting:</para>
      <parablock>
        <para>- waarom deze uitspraken volgens haar relevant zijn,</para>
        <para>- hoe de aangehaalde beslissingen aansluiten op de feiten van de zaak, en</para>
        <para>- op grond waarvan zij stelt dat verwijdering rechtmatig was en welke bewaartermijnen zijn toegepast,</para>
      </parablock>
      <para>3. bepaalt dat - wanneer De Huurwoningbemiddelaar nalaat de stukken te overleggen:</para>
      <parablock>
        <para>- het beroep op deze jurisprudentie buiten beschouwing wordt gelaten,</para>
        <para>- het beroep op “rechtmatige verwijdering” eveneens buiten beschouwing wordt gelaten, en</para>
        <para>- de rechtbank daaraan de gevolgtrekking verbindt die zij juist acht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De rechtbank merkt de e-mail van 19 juni 2026 van De Huurwoningbemiddelaar aan als een antwoord in het incident. De rechtbank begrijpt uit deze e-mail dat De Huurwoningbemiddelaar zich verzet tegen toewijzing van het verzoek in incident. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De rechtbank ziet in deze zaak, gelet op de verwevenheid van het verzoek in incident met de hoofdzaak, de behandeling van het incident aan te houden tot de behandeling in de hoofdzaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing in het incident</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>houdt de behandeling van het verzoek aan tot de datum van de behandeling van de hoofdzaak.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. B. de Metz en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>