<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:884</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-03T08:32:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11797078 \ CV EXPL  25-4664</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:884">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:884</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-03T08:32:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:884 Rechtbank Noord-Holland , 28-01-2026 / 11797078 \ CV EXPL  25-4664</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:884:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Onvoldoende is gebleken dat de gedaagde partij bestellingen heeft geplaatst en ontvangen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:884:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11797078 \ CV EXPL  25-4664</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BOL.COM BV</emphasis>, </para>
      <para>te Utrecht,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: bol.com,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>, </para>
      <para>te gemeente [plaats],</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde],</para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
        <para>- de dagvaarding van 8 juli 2025, met 10 producties; <?linebreak?>- de conclusie van antwoord van 6 augustus 2025, <?linebreak?>- de conclusie van repliek van 10 september 2025, met één productie. <?linebreak?>- de conclusie van dupliek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij brief van 14 mei 2025 en sommatie van 3 juni 2025 heeft de gemachtigde van bol.com [gedaagde] aangemaand dan wel gesommeerd om een bedrag van € 422,83 te betalen. De aanmaning en sommatie zien op 12 bestellingen uit september 2024. [gedaagde] is niet tot betaling van dit bedrag overgegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bol.com vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 422,83, vermeerderd met rente en kosten.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Bol.com stelt dat [gedaagde] in september 2024 12 bestellingen heeft geplaatst. De bestelbevestigingen zijn verzonden naar [e-mailadres 1]. [gedaagde] heeft de bestellingen geleverd gekregen maar zij heeft het factuurbedrag, ondanks aanmaning, onbetaald gelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van bol.com. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De vordering van bol.com wordt afgewezen  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding van dat aanbod.<footnote-ref linkend="_553db8f1-dbf4-4c30-9628-c815f7acf6e7" /> Het is hierbij aan bol.com om voldoende te stellen – en zo nodig te bewijzen – dat sprake is van een overeenkomst.<footnote-ref linkend="_534c2d43-6509-48a8-8f7c-19676abacff6" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Bol.com heeft in dit kader gesteld dat [gedaagde] in september 2024 online meerdere bestellingen (in totaal 12) heeft geplaatst. Zij heeft hierbij toegelicht dat [gedaagde] bij het plaatsen van de bestellingen een bol.com-account heeft gebruikt dat zij eerder ook heeft gebruikt. Die eerdere bestellingen zijn betaald met een rekeningnummer dat op naam staat van [gedaagde]. Het ingevulde adres komt daarbij overeen met het adres waar [gedaagde] op staat ingeschreven. Zij legt ter onderbouwing van haar stellingen de facturen, de aanmaning en sommatie over.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft aangevoerd dat zij in de betreffende periode geen bestellingen heeft geplaatst en dat zij ook geen ontvangstbevestigingen van de bestellingen heeft ontvangen. Verder licht zij toe dat haar e-mailadres [e-mailadres 2] is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Nu [gedaagde] betwist dat zij bestellingen heeft geplaatst is het aan bol.com om nader te onderbouwen dat daarvan sprake was én dat de bestellingen door of namens [gedaagde] in ontvangst zijn genomen. Bol.com is daarin niet geslaagd en wel om het volgende. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Dat eerder met het account op naam van [gedaagde] bestellingen zijn geplaatst en betaald met een rekeningnummer met als tenaamstelling [gedaagde] betekent niet zonder meer dat [gedaagde] die eerdere bestellingen heeft gedaan. Het is immers ook voorstelbaar dat derden met gegevens van anderen een bestelling plaatsen. Daar komt bij dat ook uit productie 11 bij repliek niet blijkt, althans onvoldoende, dat [gedaagde] daadwerkelijk bestellingen heeft geplaatst of betaald. Dit nog daargelaten of [gedaagde] de bestelbevestigingen heeft ontvangen, wat zij betwist. Uit de dagvaarding blijkt bovendien dat die bestelbevestigingen zijn verzonden naar [e-mailadres 1], terwijl [gedaagde] als onbetwist heeft gesteld dat haar e-mailadres [e-mailadres 2] is. Ook kan uit de facturen niet de conclusie worden getrokken dat de overeenkomsten tot stand zijn gekomen.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Daarnaast heeft bol.com onvoldoende onderbouwd gesteld dat [gedaagde] de betreffende goederen heeft ontvangen. Een bewijs van verzending/ontvangst van de goederen is niet overgelegd.   </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Nu bol.com haar stelling dat [gedaagde] bestellingen heeft geplaatst en ontvangen onvoldoende heeft onderbouwd, is er ook geen reden om bol.com toe te laten tot het leveren van bewijs. Dit betekent dat de vordering van bol.com wordt afgewezen.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Bol.com is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op € 0,00. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt bol.com in de proceskosten  van [gedaagde], die tot op heden begroot zijn op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_553db8f1-dbf4-4c30-9628-c815f7acf6e7" label="1">
    <para> Artikel 6:217 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_534c2d43-6509-48a8-8f7c-19676abacff6" label="2">
    <para> Artikel 150 Rv.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>