<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:76</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-14T15:00:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 26/33</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:76">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:76</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-01-14T07:45:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:76 Rechtbank Noord-Holland , 06-01-2026 / HAA 26/33</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:76:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>IIn deze uitspraak buiten zitting beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker in verband met zijn overplaatsing naar een nieuwe opvanglocatie op 7 januari 2025 op grond van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne. Het verzoek is kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De voorzieningenrechter ziet in wat verzoeker heeft aangevoerd vooralsnog geen aanleiding voor het oordeel dat het college in zijn geval niet tot overplaatsing over had mogen gaan. De overplaatsing zal in bezwaar naar alle waarschijnlijkheid in stand kunnen blijven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:76:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: HAA 26/33</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 6 januari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Helder</emphasis>, het college </para>
      <para>(gemachtigde: L.E. Smit).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker in verband met zijn overplaatsing naar een nieuwe opvanglocatie op 7 januari 2025. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Op 22 december 2025 heeft het college verzoeker laten weten dat hij op 7 januari 2026 zal worden overgeplaatst naar een nieuwe opvanglocatie. In de tussentijd zal verzoeker in een hotel worden geplaatst. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Gelet op de ontvangen dossierstukken gaat de voorzieningenrechter ervan uit dat verzoeker hiertegen bezwaar heeft gemaakt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Verzoeker heeft de voorzieningenrechter op 5 januari 2026 verzocht om een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat hij een aparte woonruimte krijgt en dat de overplaatsing per 7 januari 2026 wordt opgeschort. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Het college heeft hierop op 6 januari 2026 op verzoek van de voorzieningenrechter gereageerd en op de zaak betrekking hebbende gedingstukken ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening omdat van een spoedeisend belang niet is gebleken en de overplaatsing van verzoeker door het college naar een andere opvanglocatie naar alle waarschijnlijkheid in bezwaar in stand zal kunnen blijven. Daartoe overweegt zij als volgt.<?linebreak?></para>
    <bridgehead role="italic">Standpunt verzoeker</bridgehead>
    <para />
    <para>3. Verzoeker vindt het onaanvaardbaar dat hij naar een andere opvanglocatie wordt overgeplaatst waar hij opnieuw in een woonsituatie terechtkomt en gedwongen wordt een gemeenschappelijke keuken, toilet en doucheruimte te delen met andere bewoners. Hij maakt zich grote zorgen om zijn gezondheid. Zijn mentale gesteldheid gaat niet samen met het moeten samenleven met veel mensen, waarmee hij constant in contact zal komen. Er is sprake van een instabiele nerveuze en psychische toestand. Hij wil in alle rust en op zichzelf wonen in een aparte ruimte, waar geen aanleiding tot conflicten is en waar hij niet voortdurend emotionele stress en depressie ervaart. Het college moet rekening houden met zijn fysieke en mentale veiligheid.</para>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="italic">Standpunt van het college</emphasis>
      <?linebreak?>
    </para>
    <para>4. Het college stelt dat het hem vrij staat om in het kader van efficiënte verdeling van de opvangplekken ontheemden te verplaatsen. Dit wordt altijd doordacht en in uiterste gevallen gedaan. Verzoeker is een alleenstaande man en gebleken is dat het opvangen van alleenstaande mannen in combinatie met gezinnen niet mogelijk is. Er zijn regelmatig ongeregeldheden geweest. Daarom worden alle alleenstaande mannen verplaatst. Daarnaast bewoont verzoeker een kamer waar meerdere personen in kunnen worden opgevangen. Verzoekers belang om alleen in een kamer te verblijven weegt niet op tegen het algemeen belang van het moeten verschaffen van opvang. Omdat de nieuwe locatie nog niet gereed was is verzoeker tijdelijk opgevangen in een hotel. Langer verblijven in het hotel dan tot deze locatie gereed is, is volgens het college niet noodzakelijk. Er is volgens het college geen aanleiding om de overplaatsing van verzoeker op te schorten omdat verzoeker recht heeft op opvang, daarin is voorzien en daarin blijft voorzien.<?linebreak?></para>
    <bridgehead role="italic">Oordeel voorzieningenrechter</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Het college heeft afdoende gemotiveerd waarom het college verzoeker naar een andere opvanglocatie wil verplaatsen. Artikel 9 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne biedt hiervoor de grondslag. Het college heeft naar voorlopig oordeel het belang om de opvang van ontheemde Oekraïners op orde te krijgen en tegemoet te komen aan de toenemende vraag naar opvang zwaarder mogen laten wegen dan het belang van verzoeker om hem niet over te plaatsen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Vooralsnog ziet de voorzieningenrechter in wat verzoeker heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het college in zijn geval niet tot overplaatsing over had mogen gaan. Dat de nieuwe opvanglocatie niet geschikt zou zijn voor verzoeker is niet gebleken. Zoals is toegelicht krijgt verzoeker daar (ook) een zelfstandige kamer. Op de nieuwe opvanglocatie hoeft hij de woning en de daarin aanwezige voorzieningen verder bovendien met minder andere mensen te delen dan voorheen. De enkele stelling van verzoeker dat hij gelet op zijn mentale gesteldheid is aangewezen op zelfstandige woonruimte is onvoldoende voor een ander oordeel.<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Conclusie en gevolgen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>6. De conclusie van de voorzieningenrechter is daarom dat verzoeker geen spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorlopige voorziening en dat de overplaatsing in bezwaar naar alle waarschijnlijkheid in stand zal kunnen blijven. Het verzoek is daarom kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.<?linebreak?><emphasis role="bold">Beslissing</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier.</para>
        <para>Uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2026.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="2">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>griffier</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>voorzieningenrechter</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>