<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-12T17:00:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/372402 FT RK 25/958</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_insolventierecht">Civiel recht; Insolventierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:706">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:706</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-12T11:03:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:706 Rechtbank Noord-Holland , 05-02-2026 / C/15/372402 FT RK 25/958</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:706:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Faillissementswet. Artikel 288 lid 2 onder b. Weigering toelaten wsnp. Niet te goeder trouw. Verder aanwijzingen wat van schuldenares verlangd wordt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:706:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">VONNIS WEIGERING TOELATING WSNP</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
      </para>
      <para>zittingsplaats: 		Haarlem</para>
      <para>afdeling:		Handel, Kanton en Insolventie</para>
      <para>zaaknummer: 		C/15/372402 FT RK 25/958</para>
      <para>naam rechter:		mr. M.P. de Valk</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>uitspraakdatum:	5 februari 2026</para>
      <para>in de zaak van:	[schuldenares] (hierna: schuldenares)<?linebreak?>geboren op:		[geboortedatum] 1978 te [plaats 1]<?linebreak?>wonende te:		[plaats 2]</para>
      <para>schuldhulpverlener:	gemeente [plaats 1]<?linebreak?></para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Samenvatting</title>
    <para>Schuldenares heeft toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling (wsnp) verzocht. De rechtbank moet beoordelen of schuldenares voldoet aan de wettelijke eisen die daarvoor gelden.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>2</nr>Beslissing van de rechtbank</title>
    <para>De rechtbank laat schuldenares niet toe tot de wsnp.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Gevolgen voor schuldenares</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>De wsnp wordt niet op schuldenares van toepassing verklaard.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>De schuldeisers kunnen schuldenares nog steeds tot betaling dwingen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Redenen voor deze beslissing</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Schuldenares heeft een zeer forse schuld van € 85.768,20 aan de erven van de heer [betrokkene]. Deze schuld is vastgesteld bij vonnis van 28 mei 2025. De rechtbank heeft in genoemd vonnis overwogen dat de schenkingen die door [betrokkene] in de periode van november 2021 tot en met april 2022 zijn gedaan aan schuldenares door misbruik van omstandigheden tot stand zijn gekomen. Dit misbruik bestond daaruit dat schuldenares van [betrokkene] een bedrag van  circa € 66.000,- in ontvangst heeft genomen, terwijl [betrokkene] gediagnosticeerd was met Alzheimer dementie. Tegen het vonnis van de rechtbank is geen hoger beroep ingesteld. Ter zitting heeft schuldenares verklaard dat zij deze gelden niet meer onder zich heeft. Zo zou zij deze gelden hebben weggegeven aan familie, vrienden en deels aan zichzelf. De rechtbank is van oordeel dat schuldenares, door zo te handelen, niet te goeder trouw is geweest, zowel ten aanzien van het ontstaan van de vordering als ten aanzien van het onbetaald laten van deze schuld. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Artikel 288, tweede lid onder b van de Faillissementswet (Fw) bepaalt onder meer dat wsnp alleen kan worden toegewezen indien vast staat dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan van de vordering in de drie jaar voorafgaand aan de dag dat waarop het verzoek is ingediend te goeder trouw is geweest. Omdat de vordering van de erven door schuldenares betwist werd, acht de rechtbank het redelijk om bij de toepassing van artikel 288, tweede lid onder b Fw voor wat betreft de  ontstaansdatum van de vordering aansluiting te zoeken bij de datum van het vonnis van de rechtbank, te weten 28 mei 2025. Dat betekent dat de in dat artikellid genoemde drie-jaarstermijn is gaan lopen vanaf laatstgenoemde datum.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Artikel 288, tweede lid onder b Fw bepaalt voorts dat het niet te goeder trouw onbetaald laten van een vordering toelating tot de wsnp in de weg kan staan. De rechtbank overweegt in ter zake dat het binnen kort tijdsbestek uitgeven dan wel weggeven van grote geldbedragen zonder zich daarbij de belangen van (de erven van) [betrokkene] aan te trekken, zonder meer verwijtbaar is. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Blijkens de vtlb-berekening d.d. 21 november 2025 kan schuldenares € 49,- maandelijks aflossen op haar schulden. Tot heden is niet gebleken dat schuldenares hiermee schulden heeft afgelost. Ook op dit punt is schuldenares niet te goeder trouw bij het onbetaald laten van haar schulden.     </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Al deze omstandigheden staan toelating tot de wsnp in de weg. Het verzoek zal derhalve worden afgewezen. Schuldenares kan een nieuw wsnp-verzoek indienen als zij gedurende langere tijd, de rechtbank denkt daarbij aan een periode van twee tot drie jaar, maximaal heeft gespaard en afgedragen ten behoeve van haar schuldeisers. Bovendien mag van schuldenares worden verlangd dat zij gedetailleerd en onderbouwd aangeeft aan wie zij welke bedragen heeft gegeven, én waar zij zelf het restant aan heeft besteed. Bij de rechtbank bestaat namelijk enige twijfel over de stelling van schuldenares dat al het geld weg is. Het gaat immers om een fors geldbedrag en er is verder geen enkele onderbouwing gegeven van de beweerdelijke uitgaven. Van schuldenares mag verder worden verlangd dat zij aantoonbaar haar uiterste best doet om de aan vrienden en familie weggegeven bedragen ten behoeve van de erven terug te krijgen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Stukken waarop dit vonnis is gebaseerd</title>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoekschrift van schuldenaar met bijlagen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>proces-verbaal van de zitting van 27 januari 2026.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Mogelijkheden om dit vonnis aan te vechten</title>
    <para>Deze uitspraak kan binnen acht dagen na de uitspraakdatum worden aangevochten bij het gerechtshof Amsterdam. Dit kan alleen met behulp van een advocaat. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier						De rechter</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>