<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:531</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-03T15:24:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-01-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11748077</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_arbeidsrecht">Civiel recht; Arbeidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>VAAN-AR-Updates.nl 2026-0318</rdf:li>
          <rdf:li>AR-Updates.nl 2026-0318</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:531">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:531</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-23T11:49:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:531 Rechtbank Noord-Holland , 28-01-2026 / 11748077</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:531:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een automonteur heeft nooit enige betaling uit hoofde van een gesloten vaststellingsovereenkomst ontvangen. Hij ontving evenmin salaris over de maanden december 2024 en januari 2025. Meerdere partijen worden gedagvaard en door de kantonrechter hoofdelijk veroordeeld tot betaling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:531:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11748077 \ CV EXPL  25-3771</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 28 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser]
        </emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 1] ,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [eiser] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">CREATE BUSINESS B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Amsterdam-Duivendrecht,</para>
      <para>niet verschenen,<?linebreak?>hierna samen te noemen: Create </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">2 de vennootschap onder firma V.O.F. [gedaagde 1] , </bridgehead>
    <parablock>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde 2] ,<?linebreak?>3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">[gedaagde 2] B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te [plaats 2] ,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde 2] ,<?linebreak?>4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid <emphasis role="bold">OCEANS ELEVEN B.V.</emphasis>, </para>
      <para>te Haarlem,</para>
      <para>gemachtigde: [gemachtigde 2] ,</para>
      <para>gedaagde partijen,</para>
      <para>hierna samen te noemen: V.O.F. [gedaagden]</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij dagvaarding van 22 mei 2025 en 26 mei 2025 heeft [eiser] vorderingen</para>
        <para>aanhangig gemaakt tegen respectievelijk Create en V.O.F. [gedaagden] </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Create is niet verschenen. Tegen Create wordt daarom verstek verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 28 juli 2025 heeft [gemachtigde 2] namens V.O.F. [gedaagden] verweer</para>
        <para>gevoerd. Op 24 september 2025 is een tussenvonnis gewezen, waarbij een mondelinge</para>
        <para>behandeling is bepaald. Bij akte van 8 september 2025 en bij brief van 24 december 2025</para>
        <para>heeft [eiser] nog nadere producties overgelegd.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <parablock>
        <para>De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 januari 2026. V.O.F.</para>
        <para>
          [gedaagden] is niet verschenen. [eiser] is gehoord en door de griffier</para>
        <para>zijn aantekeningen gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Waar gaat deze zaak over?</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [eiser] was sinds 1 oktober 2012 voor onbepaalde tijd in dienst bij V.O.F. [gedaagde 1] op basis van een mondelinge arbeidsovereenkomst voor 40 uur per week in de functie van autoverkoper. Hij ontving laatstelijk een maandsalaris van € 3.002,28 netto exclusief 8% vakantiegeld. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiser] was de enige werknemer bij V.O.F. [gedaagde 1] . De heer [gemachtigde 2] (hierna: [gemachtigde 2] ) was zijn leidinggevende, de persoon die feitelijk als werkgever optrad.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Op enig moment is door [gemachtigde 2] aan [eiser] medegedeeld dat [eiser] zijn werkzaamheden voortaan zou gaan verrichten bij een ander filiaal, gelegen in Beverwijk. Dit filiaal was van Create. Over deze wijziging is verder niet schriftelijk gecommuniceerd. [eiser] heeft zijn werk ook daadwerkelijk in Beverwijk voortgezet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Op 25 oktober 2024 is een vaststellingsovereenkomst gesloten tussen Create en [eiser] waarin is bepaald dat het dienstverband per 1 februari 2025 zou eindigen. In deze vaststellingsovereenkomst is onder meer een beëindigingsvergoeding van € 13.214,00 bruto overeengekomen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft nooit enige betaling uit hoofde van de vaststellingsovereenkomst ontvangen. Hij ontving evenmin salaris over de maanden december 2024 en januari 2025. [eiser] heeft zowel Create als V.O.F. als [gedaagden] gedagvaard, omdat volgens hem sprake is van een overgang van onderneming en deze partijen allemaal aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de vaststellingsovereenkomst en loonbetaling gedurende één jaar na de overname.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eiser] vordert -samengevat- dat Create en V.O.F. [gedaagden] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld worden tot betaling van: <?linebreak?></para>
      <para>a. a)	een beëindigingsvergoeding van € 13.214,00 bruto;</para>
      <para>b)	achterstallig loon over december 2024 en januari 2025 ad € 6.004,56 netto;</para>
      <para>c)	een eindafrekening, waaronder vakantiedagen, vakantiegeld en overige  emolumenten;</para>
      <para>d)	wettelijke verhoging;</para>
      <para>e)	wettelijke rente;</para>
      <para>f)	proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De inhoud van de dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Create</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vorderingen komen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en worden wegens het verstek jegens Create toegewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">V.O.F. [gedaagden]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        [gemachtigde 2] heeft namens V.O.F. [gedaagden] schriftelijk verweer gevoerd, door te stellen dat de arbeidsovereenkomst met [eiser] in juli 2024 met wederzijds goedvinden is beëindigd en dat V.O.F. [gedaagden] verder geen relatie heeft met Create. Door V.O.F. [gedaagden] wordt ook betwist dat sprake is van overgang van onderneming nu geen activiteiten, personeel of onderneming zijn overgenomen. V.O.F. [gedaagden] en Create zijn twee afzonderlijk actieve bedrijven, op verschillende locaties en onder andere leiding. V.O.F. [gedaagden] was geen partij bij de gesloten vaststellingsovereenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zijn arbeidsovereenkomst met V.O.F. [gedaagden] nimmer met wederzijds goedvinden is beëindigd en dat wel degelijk sprake is van een overgang van onderneming, nu 1) de enige werknemer van V.O.F. [gedaagde 1] - [eiser] zelf- feitelijk is overgenomen door Create, 2) dat die werknemer vervolgens exact dezelfde werkzaamheden bleef uitvoeren en 3) dat die werknemer gecontinueerd werkinhoudelijk contact had met dezelfde leidinggevende ( [gemachtigde 2] ) als bij V.O.F. [gedaagde 1] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>V.O.F. [gedaagden] is niet ter zitting verschenen. Derhalve is niet weersproken hetgeen ter zitting door [eiser] aanvullend is aangevoerd. Nu de stellingen van [eiser] niet zijn weersproken, oordeelt de kantonrechter dat onvoldoende concreet door V.O.F. [gedaagden] is aangevoerd dat de arbeidsovereenkomst met [eiser] met wederzijds goedvinden is beëindigd. V.O.F. [gedaagden] heeft haar verweer ook in het geheel niet onderbouwd, zodat de kantonrechter tot uitgangspunt neemt dat de arbeidsovereenkomst tussen V.O.F. [gedaagden] en [eiser] na juli 2024 in stand is gebleven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7.</nr>
      <para>Omdat V.O.F. [gedaagden] voorts de stellingen van [eiser] bij de mondelinge behandeling niet heeft weersproken, wordt door de kantonrechter ook als vaststaand aangenomen dat [eiser] op enig moment bij Create in dienst is getreden, waarbij onduidelijk is gebleven wanneer dat is geschied. Omdat die onduidelijkheden over het werkgeverschap voor risico van V.O.F. [gedaagden] dienen te komen en uit de stellingen van [eiser] volgt dat hij in ieder geval de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst door middel van de vaststellingsovereenkomst met Create heeft geaccepteerd, volgt uit hetgeen hiervoor is overwogen dat [eiser] V.O.F. [gedaagden] hoofdelijk aansprakelijk kan houden voor de verplichtingen uit de arbeids- en de vaststellingsovereenkomst, waarvan [eiser] nakoming vordert.     </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.8.</nr>
      <para>De wettelijke verhoging als bedoeld in artikel 7:625 BW wordt toegewezen, omdat door Create zonder enige grond het salaris voor de maanden december 2024 en januari 2025 niet is betaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>
        [eiser] heeft verzocht om toekenning van de wettelijke rente over de hem toe te kennen bedragen vanaf de vervaldatum. Omdat deze vervaldata niet zijn genoemd, zal de kantonrechter de wettelijke rente toekennen met ingang van de datum van de eerst uitgebrachte dagvaarding. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Proceskosten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.9.</nr>
      <para>Create en V.O.F. [gedaagden] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zullen Create en V.O.F. [gedaagden] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten<emphasis role="italic">.</emphasis> De proceskosten van [eiser] worden begroot op:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>732,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.015,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2,5 punten × € 406,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.882,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.10.</nr>
      <para>De veroordeling wordt hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>veroordeelt Create Business B.V. en V.O.F. [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiser] te betalen een beëindigingsvergoeding van € 13.214,00 bruto,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Create Business B.V. en V.O.F. [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiser] € 6.004,56 netto aan achterstallig salaris te betalen, zulks te vermeerderen met 50% wettelijke verhoging,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>veroordeelt Create Business B.V. en V.O.F. [gedaagden] hoofdelijk om aan [eiser] de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW te betalen over de toegewezen bedragen, met ingang van 22 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>veroordeelt Create Business B.V. en V.O.F. [gedaagden] hoofdelijk tot uitbetaling en afgifte aan [eiser] van een deugdelijke eindafrekening, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>veroordeelt Create Business B.V. en V.O.F. [gedaagden] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.882,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij en in het openbaar uitgesproken op <emphasis role="bold">28 januari 2026</emphasis><?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>