<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:2350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T10:01:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">374043 HA RK 26-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2350">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:2350</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T10:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:2350 Rechtbank Noord-Holland , 29-01-2026 / 374043 HA RK 26-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:2350:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wrakingskamer. Uit de feiten volgt dat verzoekster het verzoek om wraking heeft gedaan nadat de voorzieningenrechter uitspraak in de hoofdzaak had gedaan. Dat een proces-verbaal van de uitspraak nog niet aan partijen is verzonden, betekent niet dat de voorzieningenrechter de zaak nog behandelt. De wrakingskamer kan haar verzoek tot wraking daarom niet meer inhoudelijk behandelen. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:2350:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bf61edc2-3f09-4f2f-ade4-f39c09c82d5e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="1418d368-5240-4b1a-8266-8c82a13cda60" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]</para>
    <para>Wrakingskamer </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: 374043 HA RK 26-17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 29 januari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het verzoek tot wraking ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekster] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te Bloemendaal,</para>
      <para>verzoekster,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is gericht tegen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. M. Jurgens,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de voorzieningenrechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoekster heeft op 22 januari 2026 bij e-mailbericht van 17.04 uur de wraking verzocht van de voorzieningenrechter in de bij deze rechtbank, team Bestuur Algemeen / VK, aanhangige zaak met als zaaknummer HAA 26/289, hierna te noemen: de hoofdzaak. Wederpartij in de hoofdzaak is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft op maandag 26 januari 2026 op verzoek van de wrakingskamer inlichtingen verstrekt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft verzoekster op 26 januari 2026 in de gelegenheid gesteld op de inlichtingen te reageren. Verzoekster heeft op dinsdag 27 januari 2026 gereageerd.  </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter die de zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Die bepaling brengt mee dat een verzoek tot wraking alleen inhoudelijk kan worden behandeld als een rechter de zaak nog behandelt. Zodra de rechter uitspraak heeft gedaan, is geen sprake meer van behandeling van de zaak door die rechter.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De voorzieningenrechter heeft de hoofdzaak behandeld op de zitting van 22 januari 2026. Verzoekster heeft de zitting op aandringen van de voorzieningenrechter gedurende de behandeling verlaten. De houding en bejegening van verzoekster vormden daarvoor, aldus de voorzieningenrechter, de aanleiding. De rechter heeft daarna, rond 15.40 uur, buiten aanwezigheid van verzoekster mondeling uitspraak gedaan op het verzoek om voorlopige voorziening in de hoofdzaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>In haar reactie van 27 januari 2026 is verzoekster inhoudelijk ingegaan op haar verzoek tot wraking. Op het feit dat zij haar verzoek heeft ingediend nadat de voorzieningenrechter uitspraak had gedaan en de procesrechtelijke consequenties daar van, is zij niet ingegaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5</nr>
      <para>Uit de feiten volgt dat verzoekster het verzoek om wraking heeft gedaan nadat de voorzieningenrechter uitspraak in de hoofdzaak had gedaan. Dat een proces-verbaal van de uitspraak nog niet aan partijen is verzonden, betekent niet dat de voorzieningenrechter de zaak nog behandelt. De wrakingskamer kan haar verzoek tot wraking daarom niet meer inhoudelijk behandelen. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6</nr>
      <para>Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, beslist de wrakingskamer om het verzoek zonder zitting af doen. Artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, zoals dat vanaf 1 januari 2026 luidt, maakt dat mogelijk. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7</nr>
      <para>De rechtbank zal het verzoek niet-ontvankelijk verklaren. Daarmee is het verzoek tot wraking afgedaan. De voorzieningenrechter dient in de hoofdzaak nog wel het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak aan partijen te zenden. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>verklaart het verzoek tot wraking van de rechter niet-ontvankelijk,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>beveelt de griffier onverwijld aan verzoekster, de voorzieningenrechter en de wederpartij in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. E. Jochem en mr. H.A. Pott Hofstede, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van B.R. van Tongeren, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2026.[concipiënt_initialen] </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier						voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>