<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:1956</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T10:49:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11898480 \ CV FORM  25-6470</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1956">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1956</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-09T10:47:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:1956 Rechtbank Noord-Holland , 25-02-2026 / 11898480 \ CV FORM  25-6470</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1956:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie en vergoeding van kosten van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder betwist dat één van de passagiers een boeking had voor de vlucht, voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden (namelijk beslissingen van de luchtverkeersleiding) en voert aan dat hij de kosten voor een hotelovernachting en een maaltijd al heeft terugbetaald. Het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek wordt afgewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1956:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11898480 \ CV FORM  25-6470</para>
      <para>Uitspraakdatum: 25 februari 2026</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [verzoeker 1], wonende te [plaats 1]</title>
    <bridgehead role="bold">2.	[verzoeker 2]</bridgehead>
    <para>
      <emphasis role="bold">3.	[verzoeker 3]</emphasis>
      <?linebreak?>beiden wonende te [plaats 2]</para>
    <para>
      <emphasis role="bold">4.	[verzoeker 4]</emphasis>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">5.	[verzoeker 5]</emphasis>
      <?linebreak?>beiden wonende te [plaats 3]</para>
    <parablock>
      <para>verzoekende partijen</para>
      <para>verder te noemen: de passagiers</para>
      <para>gemachtigde: ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EasyJet Europe Airline GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Wenen, Oostenrijk</para>
      <para>verwerende partij  </para>
      <para>verder te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>De passagiers hebben compensatie en vergoeding van kosten van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder betwist dat één van de passagiers een boeking had voor de vlucht, voert aan dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden (namelijk beslissingen van de luchtverkeersleiding) en voert aan dat hij de kosten voor een hotelovernachting en een maaltijd al heeft terugbetaald. Het verweer van de vervoerder slaagt en het verzoek wordt afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Dit verloop blijkt uit:</para>
      <para />
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het vorderingsformulier (formulier A);</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het verweerschrift.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 29 september 2023 moest de vervoerder (een gedeelte van) de passagiers vervoeren van Kopenhagen, Denemarken, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7940 dan wel EJU7940 (hierna: de vlucht)</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben daarom compensatie en vergoeding van kosten van de vervoerder verzocht.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:</para>
        <para>- € 1.622,30, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- € 243,33 aan buitengerechtelijke incassokosten; <?linebreak?>- de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.<footnote-ref linkend="_ea3df69c-cd75-4498-bee6-3037cab4ad26" /> Daarnaast stellen zij dat zij vanwege de annulering kosten hebben moeten maken voor een hotelovernachting en een maaltijd, ter waarde van € 372,20. De kantonrechter begrijpt dat zij stellen dat de vervoerder tekort is geschoten in zijn plicht om hen te verzorgen en dat hij hen daarom deze kosten moet vergoeden.<footnote-ref linkend="_d41d35a2-d0f7-426e-ad26-891d34d9d527" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Op het verweer wordt ingegaan bij de beoordeling van het geschil.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De vervoerder betwist dat passagier sub 1 een bevestigde boeking voor de vlucht had.<footnote-ref linkend="_4a06720d-3c5e-4c3c-9bf5-3826d37b5b7f" /> Hij voert aan dat de passagiers geen vliegticket of boekingsbevestiging van passagier sub 1 voor de vlucht hebben overgelegd. Ook hebben zij geen boekingsnummer vermeld in het vorderingsformulier of in de aanmaningen. Het overgelegde vliegticket betreft een andere vlucht van een andere luchtvaartmaatschappij.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Dit verweer slaagt. Vanwege de betwisting door de vervoerder hebben de passagiers onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat passagier sub 1 een bevestigde boeking voor de vlucht in kwestie had. Dit betekent dat de verzochte compensatie voor passagier sub 1 zal worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg was van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.<footnote-ref linkend="_848f5dbd-1ab1-48ec-99dc-3a5a29668f0b" />Volgens vaste rechtspraak van het Hof is een omstandigheid buitengewoon als deze niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij daar ook geen invloed op kon uitoefenen.<footnote-ref linkend="_baa5d3ec-06ee-4ee6-94ef-ba488a5c81d1" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>De vervoerder doet een beroep op buitengewone omstandigheden. Hij voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievlucht Amsterdam – Genève – Amsterdam – Kopenhagen – Amsterdam. De vluchten van Amsterdam naar Genève en terug werden vertraagd uitgevoerd door (de doorwerking) van latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging dreigde door te werken op de vlucht van Amsterdam naar Kopenhagen en op de vlucht in kwestie. Hierdoor kon de vlucht in kwestie niet meer uitgevoerd worden voor het ingaan van het nachtregime op Schiphol. De vervoerder heeft geen toestemming om na het ingaan van het nachtregime te landen. Daarop heeft de vervoerder de vlucht van Amsterdam naar Kopenhagen en de vlucht in kwestie geannuleerd.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende concreet heeft gesteld en onderbouwd dat de vlucht geannuleerd moest worden vanwege de doorwerking van vertraging door latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Als de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd aan een toestel oplegt, heeft dit niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Een dergelijke beslissing is niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en hij heeft daar ook geen invloed op. Hetzelfde geldt voor het nachtregime op Schiphol. Daarom was de annulering van de vlucht het gevolg van buitengewone omstandigheden.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Vervolgens is de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging door de annulering te voorkomen of te beperken. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de annulering niet kon voorkomen maar dat hij de passagiers de keuze heeft gegeven tussen terugbetaling van de ticketkosten of een alternatieve vlucht naar de eindbestemming. Daarbij zijn passagiers sub 2 en 3 omgeboekt naar een alternatieve vlucht en hebben passagiers sub 4 en sub 5 gevraagd om terugbetaling. Die heeft hij ook betaald, aldus de vervoerder.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Het verweer slaagt. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij de passagiers na de annulering van de vlucht de keuze heeft geboden tussen terugbetaling en omboeking, waarbij hij passagiers <?linebreak?>sub 2 en sub 3 – op verzoek – heeft omgeboekt en passagiers sub 4 en sub 5 heeft terugbetaald. De tegenwerping van de passagiers dat er (kennelijk) voor alle passagiers geen mogelijkheden voor alternatieve vluchten beschikbaar waren is daarmee te algemeen geformuleerd en onvoldoende concreet. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. Daarmee heeft hij alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging vanwege de annulering te beperken. Het verzoek tot compensatie zal worden afgewezen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Resteert de vraag of de vervoerder de passagiers de kosten van de hotelovernachting en de maaltijden dient te vergoeden. De vervoerder stelt dat hij de passagiers deze kosten al vergoed heeft. Ter onderbouwing verwijst hij naar een schermafbeelding uit een intern systeem. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>Dit verweer slaagt eveneens. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft hij voldoende concreet gesteld en onderbouwd dat hij deze kosten al heeft gerestitueerd. Daarom zal het verzoek worden afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing<?linebreak?>De kantonrechter:</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>wijst het verzochte af;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 217,00 aan salaris gemachtigde <?linebreak?>en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 108,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt,<?linebreak?>vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart de veroordelingen in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.<?linebreak?></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier								De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_ea3df69c-cd75-4498-bee6-3037cab4ad26" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d41d35a2-d0f7-426e-ad26-891d34d9d527" label="2">
    <para> Artikel 9 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a06720d-3c5e-4c3c-9bf5-3826d37b5b7f" label="3">
    <para> Zoals vereist door artikel 3 lid 2 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_848f5dbd-1ab1-48ec-99dc-3a5a29668f0b" label="4">
    <para> Artikel 5 lid 3 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_baa5d3ec-06ee-4ee6-94ef-ba488a5c81d1" label="5">
    <para> Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>