<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:1627</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-02T11:00:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-24</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 25/6092</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1627">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1627</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-26T16:32:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:1627 Rechtbank Noord-Holland , 24-02-2026 / HAA 25/6092</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1627:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vovo hangende bezwaar. Buiten zitting. Verzoek afgewezen omdat verzoeker geen belanghebbende is bij omgevingsvergunning: grote afstand, geen zicht, geen geslaagd beroep op gelijkheidsbeginsel. Kennelijk ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1627:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: HAA 25/6092</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 24 februari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , uit Schagen, verzoeker</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schagen.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de verlening van een omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning gaat over het wijzigen van de bestemming van ‘recreatie, met functieaanduiding beheerderswoning’ naar ‘wonen’ op de locatie [adres 1] in Dirkshorn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met het besluit van 19 december 2025 heeft het college de omgevingsvergunning verleend. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Ook heeft hij een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Het college heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op het verweerschrift gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Is verzoeker belanghebbende?</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. Het college stelt zich op het standpunt dat verzoeker geen belanghebbende is en dat het college voornemens is zijn bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Verzoeker is het niet eens met het standpunt van het college.</para>
    <para />
    <para>3. Ingevolge artikel 7:1, gelezen in samenhang met artikel 8:1, eerste lid, van de Awb kan alleen een belanghebbende bezwaar maken of beroep instellen tegen een besluit.</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Om als belanghebbende in de zin van de Awb te kunnen worden aangemerkt, dient een natuurlijk persoon volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang te hebben dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen en dat rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit.<footnote-ref linkend="_f49ec191-72ca-47bb-a6b8-fd4ad025b11f" /> Als uitgangspunt geldt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is. Als een betrokkene echter geen gevolgen van enige betekenis ondervindt, kan hij niet als belanghebbende worden aangemerkt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoeker woont aan de Park [adres 2] in Dirkshorn. De woning waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, is gelegen aan de [adres 1] in Dirkshorn. Beide woningen liggen op ongeveer 220 meter afstand van elkaar. Verzoeker heeft vanuit zijn eigen woning geen zicht op de woning aan de [adres 1] . Tussen de woningen bevinden zich andere (recreatie)woningen en opgaande beplanting zoals bomen en struiken. De woning van verzoeker ligt op een ander bungalowpark dan het park waartoe de woning aan de [adres 1] voorheen behoorde. Verzoeker wordt dus niet geraakt door eventuele verminderde voorzieningen. Met het college is de voorzieningenrechter daarom van oordeel dat verzoeker geen rechtstreeks feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervindt en dat de gevolgen van realisering van de omgevingsvergunning voor hem nihil zullen zijn. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker geen belanghebbende is bij de verleende omgevingsvergunning.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Verzoeker heeft, kort samengevat, aangevoerd dat de ruimtelijke situatie van zijn woning en die van de woning aan de [adres 1] grote gelijkenissen vertonen en dat het college in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelt door de omgevingsvergunning te verlenen. Verzoeker wil dat ook voor zijn woning de bestemming wordt gewijzigd naar ‘wonen’, nu dat financiële voordelen heeft, maar tot nu toe is hem dat nog niet gelukt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker hiermee nog geen persoonlijk en rechtstreeks belang heeft aangetoond bij de verleende omgevingsvergunning. Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat ook wanneer het bezwaar van verzoeker tegen de omgevingsvergunning gegrond zou worden verklaard, dit niet met zich meebrengt dat in het ter plaatse geldende bestemmingsplan een woonbestemming voor zijn perceel zal gelden of zal moeten worden opgenomen. De conclusie is dan ook dat verzoeker geen rechtstreeks belang heeft bij het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>Conclusie en gevolgen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. E.J. van Keken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. I.W. Neleman, griffier.</para>
      <para>Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>Griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. </bridgehead>
  <footnote id="_f49ec191-72ca-47bb-a6b8-fd4ad025b11f" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1758</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>