<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:1589</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T10:06:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 26/1113</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1589">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1589</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T10:05:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:1589 Rechtbank Noord-Holland , 18-02-2026 / HAA 26/1113</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1589:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek om voorlopige voorziening en ordemaatregel hangende bezwaar tegen sluiting van een woning op grond van artikel 174a, van de GW. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af en houdt iedere verdere beslissing op het verzoek om voorlopige voorziening aan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1589:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: HAA 26/1113</para>
  </parablock>
  <bridgehead>
    <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 februari 2026 in de zaak tussen</bridgehead>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>
      [verzoeker] , uit [plaats] ,</title>
    <parablock>
      <para>verzoeker,</para>
      <para>gemachtigde: mr. R. van Veen, advocaat te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de burgemeester van Alkmaar, de burgemeester</title>
    <para>gemachtigde: D. Kempenaar, ambtenaar ten stadhuize.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter vooruitlopend op de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening ter zitting op het verzoek van verzoeker om tot die zitting een ordemaatregel ter treffen ter voorkoming van de sluiting van zijn woning aan de [adres] in [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit van 17 februari 2026 heeft de burgemeester de sluiting van de woning gelast per 19 februari 2026 om 13:00 uur en tot en met 19 april 2026. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Daarnaast heeft verzoeker de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. De burgemeester heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en zich kort uitgelaten. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet onvoldoende aanleiding en gelegenheid om het verzoek voor het aangekondigde sluitingstijdstip ter zitting te behandelen. Voor die situatie verzoekt verzoeker vooruitlopend op die behandeling een ordemaatregel te treffen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter beslist thans alleen op het verzoek om een ordemaatregel. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af en houdt iedere verdere beslissing op het verzoek om voorlopige voorziening aan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <para>2. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>3. De burgemeester heeft bij besluit van 17 februari 2026 de sluiting van de woning van verzoeker gelast, per 19 februari 2026. Dit besluit heeft hij gebaseerd op artikel 174a, eerste lid, onder a en b, van de Gemeentewet. Volgens de burgemeester – onder verwijzing naar een bestuurlijke rapportage van de politie van 12 februari 2026 –  is sprake van langdurige, herhaaldelijke ernstige overlast rondom de woning van verzoeker en ernstig geweld in de nabijheid van de woning waardoor de openbare orde is verstoord of ernstige vrees daartoe bestaat.  </para>
    <para />
    <para>4. Verzoeker is het niet eens met de inhoud van het besluit. Verzoeker vraagt om een ordemaatregel, in die zin dat de sluiting in eerste instantie wordt uitgesteld tot de behandeling ter zitting van het verzoek om een voorlopige voorziening.</para>
    <para />
    <para>5. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de gevraagde ordemaatregel te treffen. Uit de tot heden verstrekte stukken kan worden afgeleid dat verzoeker een aanzienlijk sociaal netwerk heeft, zodat kan worden aangenomen dat hij voorlopig onderdak kan vinden. Uit de stukken blijkt voorts dat de burgemeester een groot belang heeft om direct in te grijpen. Daarom is er onvoldoende aanleiding het besluit nu al vooruitlopend op de behandeling van het verzoek ter zitting (voorlopig) te schorsen.  </para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank is voornemens het verzoek om voorlopige voorziening inhoudelijk te behandelen ter zitting in het gerechtsgebouw in Alkmaar op 26 februari 2026 om 14:00. Hiervan zullen partijen nog een bevestigingsbrief ontvangen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van F. Voskamp, griffier, en uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>