<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:1587</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-07-06T17:47:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 26/1131</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_socialezekerheidsrecht">Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1587">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1587</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-24T09:29:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:1587 Rechtbank Noord-Holland , 18-02-2026 / HAA 26/1131</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1587:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen beëindiging opvang. Voor verzoeker is onderdak in Ter Apel beschikbaar. De kinderen kunnen met de partner in de gemeentelijke opvang verblijven. Verzoeker heeft daarom geen spoedeisend belang bij een voorziening die meebrengt dat hij in afwachting van de behandeling van zijn bezwaren tegen het bestreden besluit op de gemeentelijke opvanglocatie mag verblijven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1587:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummer: HAA 26/1131</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <?linebreak?>uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 februari 2026 in de zaak tussen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [verzoeker] , verblijvende in [plaats] , verzoeker</para>
      <para>gemachtigde: mr. J. Sprakel, advocaat te Haarlem<?linebreak?></para>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bloemendaal</emphasis>, het college</para>
      <para>gemachtigde: A. van der Have, ambtenaar ten stadhuize.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding <?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Met het bestreden besluit van 17 februari 2025 heeft het college de opvang van verzoeker in de gemeentelijke opvang aan de [locatie] in [plaats] per 18 februari 2026 beëindigd. Verzoeker moet uiterlijk om 15.00 uur de opvanglocatie hebben verlaten met al zijn persoonlijke spullen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 18 februari 2026 tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Het college heeft op verzoek van de voorzieningenrechter op 18 februari 2026 op het verzoek gereageerd. Naar aanleiding van de reactie van het college heeft verzoeker dezelfde dag nog twee keer inhoudelijk gereageerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een besluit bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter zonder zitting uitspraak doen indien het verzoek kennelijk ongegrond is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De voorzieningenrechter ziet geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening. Daartoe overweegt hij als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4</nr>
      <para>Het college legt aan het bestreden besluit het volgende ten grondslag. Sinds verzoeker in Nederland is, heeft hij recht op opvang gehad op basis van de Richtlijn tijdelijke bescherming. Deze richtlijn is, aldus het college, niet langer van toepassing op verzoeker en daarom heeft hij geen recht meer op opvang in de gemeente. Verzoeker is een derdelander, die niet langer onder de Richtlijn tijdelijke bescherming valt. Daarmee valt hij niet langer onder het begrip ontheemde uit de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne en is het college niet langer verantwoordelijk voor zijn opvang. Landelijk is afgesproken dat, tenzij er andere redenen zijn, de personen in kwestie in de gemeentelijke opvang mogen verblijven totdat er plek is in een locatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). Er blijkt plek te zijn in Ter Apel. Het college beëindigd daarom de opvang van verzoeker. Het college heeft verzoeker voorts geïnformeerd dat hij zich kan aanmelden voor opvang bij een opvanglocatie van het COA in Ter Apel. In de toelichting van 18 februari 2026 deelt het college mee dat verzoeker derdelander is en geen Oekraïner en dat het college daarom (niet langer) verantwoordelijk is voor zijn opvang. Het college is er mee bekend dat verzoeker samenwoont met een partner en hun twee kinderen, maar die verblijft thans elders. Het college zijn signalen over huiselijk geweld in de relatie bekend. De partner kan, aldus het college, nadat verzoeker de opvang heeft verlaten met de kinderen wel in de gemeentelijke opvang verblijven. Er is volgens het college geen sprake van dat de kinderen van verzoeker mee moeten naar Ter Apel. Zowel de kinderen als de partner vallen nog wel onder de Richtlijn tijdelijke bescherming en hebben zodoende recht op gemeentelijke opvang.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen inhoudende dat verzoeker met zijn kinderen in de opvang mag blijven tot minimaal zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. In het verzoekschrift wijst verzoeker op zijn wens om met de kinderen in de gemeentelijke opvang te verblijven. In de nadere uitlatingen geeft de gemachtigde aan niet te weten hoe het precies zit, maar betwist hij dat de kinderen bij de partner kunnen verblijven. Verzoeker stelt dat de partner uit beeld zou zijn en hij de primair verzorgende ouder is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Gelet op de wederzijds verstrekte informatie is er geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening en het besluit tot beëindiging van de opvang van verzoeker in de gemeentelijke opvangvoorziening thans te schorsen. Voor verzoeker is onderdak in Ter Apel beschikbaar. De kinderen kunnen met de partner in de gemeentelijke opvang verblijven. Verzoeker heeft daarom geen spoedeisend belang bij een voorziening die meebrengt dat hij in afwachting van de behandeling van zijn bezwaren tegen het bestreden besluit op de gemeentelijke opvanglocatie mag verblijven. Het verzoek is daarmee kennelijk ongegrond. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Omdat het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, is er ook geen grond voor een proceskostenveroordeling.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.<?linebreak?></para>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2026.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="2">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <tbody>
          <row>
            <entry>
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <bridgehead>Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.</bridgehead>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>