<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:1507</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T09:27:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/374395 / KG RK 26/99</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1507">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1507</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-02-18T09:23:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:1507 Rechtbank Noord-Holland , 05-02-2026 / C/15/374395 / KG RK 26/99</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1507:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De wrakingskamer verklaart verzoeker niet- ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek, omdat het wrakingsverzoek is ingediend nadat de rechters in de hoofdzaak einduitspraak hebben gedaan. Nog afgezien daarvan is het wrakingsverzoek niet ondertekend door een advocaat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1507:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="d173ef20-484f-4f57-ba31-245517d49b0e" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7106cf71-314a-4c87-b996-0da35c8d7698" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]</para>
    <para>Wrakingskamer </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rekestnummer: C/15/374395 / KG RK 26/99</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 5 februari 2026</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op het verzoek tot wraking ingediend door:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [Verzoeker]
        </emphasis>, <?linebreak?>te [woonplaats],<?linebreak?>verzoeker.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verzoek is gericht tegen:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mrs. M. Flipse, S.W.S. Kiliç en L.M. Mons,</emphasis>
      </para>
      <para>hierna te noemen: de rechters.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <para>Verzoeker heeft op 	3 februari 2026 schriftelijk de wraking verzocht van de rechters in de bij deze rechtbank, team Familie en Jeugd, locatie Alkmaar aanhangige zaak met als zaaknummer  C/15/360942 / FA RK 25-210 (hierna: de hoofdzaak).<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>De wrakingskamer heeft vervolgens op grond van de hierna opgenomen overwegingen besloten geen datum te bepalen voor een mondelinge behandeling van het verzoek en bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan.<?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het standpunt van verzoeker<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek – kort gezegd – het volgende aangevoerd. De rechters hebben hun beslissing in de hoofdzaak uitsluitend gebaseerd op een advies van de Raad voor de Kinderbescherming, terwijl de onderbouwde kritiek en relevante argumenten van verzoeker op dit advies volledig buiten beschouwing zijn gelaten.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Op grond van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kunnen op verzoek van een partij de rechters die de zaak behandelen, worden gewraakt. Dat betekent dat een wrakingsverzoek alleen in behandeling kan worden genomen zolang de rechters de zaak nog behandelen. Als aan de zaak door een uitspraak een einde is gekomen, kunnen die rechters dus niet meer worden gewraakt.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Uit het procesdossier in de hoofdzaak blijkt dat de rechters op 21 januari 2026 einduitspraak hebben gedaan. Het verzoek is op 3 februari 2026 gedaan en dus nadat de rechters in de hoofdzaak einduitspraak hebben gedaan. De wrakingskamer kan het verzoek daarom niet behandelen. De wrakingskamer zal verzoeker niet-ontvankelijk verklaren in het verzoek.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Nog afgezien daarvan volgt uit vaste rechtspraak (vgl. Hoge Raad 18 december 1998, ECLI:NL:HR:1998:AD2977) dat in zaken waarin verplichte procesvertegenwoordiging geldt, een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat ondertekend moet zijn. In de hoofdzaak geldt verplichte procesvertegenwoordiging. Desondanks is het verzoek niet door een advocaat ondertekend. Ook om die reden kan verzoeker niet in zijn wrakingsverzoek worden ontvangen. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek, <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de rechters en de wederpartij	 een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door mr. J.H. Gisolf, voorzitter, mr. C.H. de Jonge van Ellemeet  en mr. H. Bakker leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van de griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026.[concipiënt_initialen] </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>griffier						voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>