<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2026:1094</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-03T09:18:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2026-02-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11872359 \ CV EXPL  25-3206</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1094">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:1094</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-03-03T09:17:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-03-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2026:1094 Rechtbank Noord-Holland , 04-02-2026 / 11872359 \ CV EXPL  25-3206</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1094:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsing. Verstek. Eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld bij akte toe te lichten hoe de overeenkomst tot stand is gekomen en hoe zij heeft voldaan aan haar (pre)contractuele informatieplichten. Prijswijzigingsbeding in overeenkomst vooralsnog oneerlijk bevonden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2026:1094:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</emphasis>
  </para>
  <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
  <para>locatie Alkmaar</para>
  <parablock>
    <para>Zaaknr./rolnr.: 11872359 \ CV EXPL  25-3206</para>
    <para>Uitspraakdatum: 4 februari 2026</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [eiser] </emphasis>
    </para>
    <para>te [plaats 1]</para>
    <para>de eisende partij</para>
    <para>gemachtigde: mr.drs. J.J.F.M. Konings</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [gedaagde] </emphasis>
    </para>
    <para>te [plaats 2] </para>
    <para>de gedaagde partij</para>
    <para>niet verschenen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">De procedure </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.1.	De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. </para>
  </parablock>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 687,42, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.<footnote-ref linkend="_06d995da-dba9-4bf6-83f1-70a75737d132" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De eisende partij heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft namelijk nagelaten een concrete toelichting te geven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst en hoe zij in die situatie heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen (op afstand, buiten de verkoopruimte of binnen de verkoopruimte) en of aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Weliswaar heeft de eisende partij producties bij de dagvaarding overgelegd, maar zonder toe te lichten welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt. Producties kunnen stellingen enkel ondersteunen en niet vervangen. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie.<footnote-ref linkend="_53912c61-5895-4b2d-8bdc-580240e13816" /> Het is dus aan de eisende partij om concreet aan te geven welke informatie in welke productie te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante onderdelen in de producties te onderstrepen of te arceren). <emphasis role="underline">De kantonrechter wijst erop dat het ontbreken van deze toelichting in eventuele vervolgzaken</emphasis><footnote-ref linkend="_df47dd90-2bf8-4898-b854-2d8f8f346ebd" /><emphasis role="underline"> kan leiden tot afwijzing van de vordering.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>In dit geval en bij wijze van uitzondering zal de eisende partij echter in de gelegenheid gesteld worden om bij akte toe te lichten op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen (op afstand, buiten de verkoopruimte of binnen de verkoopruimte) en hoe aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden.<footnote-ref linkend="_26133031-ba2b-40c6-aaf7-22658380da2a" /> Algemene voorwaarden kunnen ook in de overeenkomst zelf zijn opgenomen. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <parablock>
        <para>In de artikel 4 van de overeenkomst staat een prijswijzigingsbeding. Dat luidt als volgt: </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">‘Het tarief voor het gebruikte water bedraagt op dit moment (…) en voor het elektra (…). De exploitant is gerechtigd de tarieven per kalenderjaar en bij tussentijdse verhoging van de tarieven van zijn leverancier te verhogen;’</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Dit beding valt onder punt 1 onder j en l en punt 2 sub b en d van de bijlage bij Richtlijn 93/13/EEG. Deze bijlage bevat een indicatieve en niet uitputtende lijst van bedingen die als oneerlijk kunnen worden aangemerkt.<footnote-ref linkend="_73fa19a0-aba5-4429-a6c9-37273b622dfb" /> Op grond van deze punten in samenhang met vaste jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie<footnote-ref linkend="_cc43783f-e550-4630-a529-c214a04f64de" /> is een prijswijzigingsbeding slechts aanvaardbaar wanneer de gronden voor de prijswijziging in de overeenkomst of algemene voorwaarden worden genoemd en deze een geldige reden voor wijziging vormen. Het beding moet ook voldoen aan het transparantievereiste. Dit transparantievereiste moet ruim worden uitgelegd, en impliceert dat een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument bij het sluiten van de overeenkomst in staat moet worden gesteld om de concrete werking van het beding te begrijpen, en op basis van duidelijke en begrijpelijke criteria de – mogelijk aanzienlijke – economische gevolgen van het beding voor zijn financiële verplichtingen te beoordelen. De bedingen dienen duidelijk en begrijpelijk te zijn opgesteld.<footnote-ref linkend="_b3193cc6-d6df-4c59-a137-1c77f664ddb2" /> Het betrokken beding moet voor de consument niet alleen grammaticaal duidelijk en begrijpelijk zijn, maar de economische redenen voor de toepassing van het contractuele beding en het verband van dat beding met andere bedingen van de overeenkomst moeten voor die consument eveneens duidelijk en begrijpelijk zijn. De consument dient verder een reële mogelijkheid te hebben om de overeenkomst op te zeggen in het geval van een eenzijdige wijziging.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Aan de hiervoor genoemde vereisten voldoet onderhavig prijswijzigingsbeding niet; de gronden voor prijswijziging staan niet in het beding vermeld en de economische gevolgen van het beding zijn onduidelijk. De eisende partij kan op grond van dit beding de prijs immers in onbeperkte mate verhogen. Daarmee is het beding oneerlijk.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>De kantonrechter is daarom voornemens om dit artikel, voor zover dat ziet op wijziging van de prijs, te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter. Alvorens daartoe over te gaan, wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte over dat voornemen en de eventuele gevolgen voor de vordering uit te laten.</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld bij akte toe te lichten op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen (op afstand, buiten de verkoopruimte of binnen de verkoopruimte) en hoe aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt en zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van 4 maart 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_06d995da-dba9-4bf6-83f1-70a75737d132" label="1">
    <para> Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021 (ECLI:NL:HR:2021:1677).</para>
    <para />
  </footnote>
  <footnote id="_53912c61-5895-4b2d-8bdc-580240e13816" label="2">
    <para> Hoge Raad 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:404.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_df47dd90-2bf8-4898-b854-2d8f8f346ebd" label="3">
    <para> Ingeleid met een dagvaarding vanaf 1 maart 2026.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_26133031-ba2b-40c6-aaf7-22658380da2a" label="4">
    <para> HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68	 (Dexia).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_73fa19a0-aba5-4429-a6c9-37273b622dfb" label="5">
    <para> Artikel 3 lid 3 Richtlijn 93/13/EEG.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cc43783f-e550-4630-a529-c214a04f64de" label="6">
    <para> HvJ EU 26 april 2012, C-472/10, ECLI:EU:C:2012:242 en HvJ EU 21 maart 2013 (RWE Vertrieb), C-92/11, ECLI:C:EU:2013:180; zie ook het Rapport Ambtshalve Toetsing III pag. 35 en 36.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b3193cc6-d6df-4c59-a137-1c77f664ddb2" label="7">
    <para> Artikel 5 Richtlijn 93/13/EEG.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>