<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:9536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-05T10:05:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 24 _ 7898</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2025/2095</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2025102304</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2025-2148</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2025/2277</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2025/49.2.4</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:9536">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:9536</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-14T12:09:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-10-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:9536 Rechtbank Noord-Holland , 09-07-2025 / AWB - 24 _ 7898</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:9536:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eisers hebben hun auto uitgeleend aan een kennis met de bedoeling de auto uiteindelijk aan de kennis te verkopen. De kennis parkeer de auto een aantal keren zonder parkeerbelasting te betalen. Daarom zijn aan eisers zeventien naheffingsaanslagen opgelegd. Volgens eisers zouden moeten worden opgelegd aan de kennis. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslagen strikt genomen terecht opgelegd, maar dat sprake is van een onbalans tussen de gedragingen van eisers en het gevolg dat verweerder daaraan verbonden wil. Die onbalans zou kunnen worden ondervangen met een beleid voor repeterende parkeerboetes waarbij van alle naheffingsaanslagen met eenzelfde materiële oorzaak er een bepaald aantal in stand blijft en de rest wordt vernietigd, maar zo’n beleid heeft de gemeente Haarlem (nog) niet. De rechtbank herstelt daarom het evenwicht door het beroep gegrond te verklaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:9536:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank Noord-Holland</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Haarlem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: HAA 24/7898 en HAA 25/780 t/m HAA 25/784</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2025 in de zaken tussen</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      [eiseres] en [eiser] , wonende te [woonplaats] , eisers<?linebreak?></title>
    <para>en</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De bestreden uitspraak op bezwaar </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitspraak van verweerder van 31 oktober 2024 op het bezwaar van eisers tegen zes aan eisers opgelegde naheffingsaanslagen parkeerbelasting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juli 2025. Eisers zijn daar verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de rechter het onderzoek gesloten en mondeling uitspraak aangekondigd op 23 juli 2025. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>₋ verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>₋ vernietigt de uitspraak op bezwaar;</para>
      <para>₋ vernietigt de naheffingsaanslag;</para>
      <para>₋ veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 66,20;</para>
      <para>₋ draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 51 aan eisers te vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eisers zijn eigenaar van de auto met het kenteken [#] . Zij hebben deze auto willen verkopen aan een persoon die net als eisers lid was van eenzelfde Facebook-vriendengroep. Deze kandidaat-koper kon of wilde (naar verluidt vanwege een echtscheiding) de auto echter pas op termijn op zijn naam zetten. Daarom hebben eisers en de kandidaat-koper hun handtekening gezet onder een overeenkomst met de volgende inhoud: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>“Auto tijdelijk te leen voor 3 a 4 maanden</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eigenaar [eiseres] wonende te [woonplaats] stelt haar auto</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hyundai i 10</para>
      <para>Kenteken [#]</para>
      <para>Km stand 15300	</para>
      <para>Per 13 juni 2024 20:30</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter beschikking aan</para>
      <para>Dhr [naam 2]</para>
      <para>Wonende te [plaats]</para>
      <para>Voor 3 a 4 maanden</para>
      <para>Auto is voorzien van wegen belasting en verzekering</para>
      <para>Apk tot 08 juli 2025”</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>2. De kandidaat-koper parkeerde vervolgens de auto in de nabijheid van zijn woning zonder de daarvoor verschuldigde parkeerbelasting te voldoen. Eisers kregen daardoor in de periode van 15 juni 2024 tot en met 18 juli 2024 zeventien naheffingsaanslagen parkeerbelasting, waarvan er in deze zaak 6 in geschil zijn (de aanslagen in de periode van 9 juli 2024 tot en met 18 juli 2024, de daarvóór opgelegde naheffingsaanslagen zijn allemaal betaald). Ook kregen eisers meerdere boeten vanwege snelheidsovertredingen die met hun auto waren gemaakt. Op 21 juli 2024 hebben eisers de auto teruggehaald en vanaf dat moment kregen zij geen naheffingsaanslagen meer. </para>
    <para />
    <para>3. Eisers menen dat de naheffingsaanslagen niet aan hen maar aan de kandidaat-koper moeten worden opgelegd. Verweerder stelt dat de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd en dat het beroep daarom moet worden afgewezen. </para>
    <para />
    <para>4. Vast staat dat de auto van eisers geparkeerd stond op een plaats waar voor het parkeren betaald moet worden. En omdat geen sprake is van een wettelijke uitzonderingsgrond (diefstal, <emphasis role="italic">joyriding</emphasis>, verhuur voor ten hoogste drie maanden) zijn de naheffingsaanslagen strikt genomen terecht opgelegd. In zoverre is het beroep ongegrond. </para>
    <para />
    <para>5. Er is echter sprake van een onbalans tussen de gedragingen van eisers en het gevolg dat verweerder daaraan verbonden wil zien – tussen enerzijds eisers die hun auto hebben meegegeven aan een persoon die hun vertrouwen heeft misbruikt, en anderzijds kosten gemoeid met zestien naheffingsaanslagen (één is bij uitspraak op bezwaar vernietigd). Die onbalans zou kunnen worden ondervangen met een beleid voor repeterende parkeerboetes waarbij van alle naheffingsaanslagen met eenzelfde materiële oorzaak er een bepaald aantal in stand blijft en de rest wordt vernietigd, maar zo’n beleid heeft de gemeente [plaats] (nog) niet. De rechtbank zal daarom het evenwicht moeten herstellen en dat doet zij door het beroep gegrond te verklaren zodat eisers die naheffingsaanslagen niet behoeven te betalen. </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen eisers in aanmerking voor vergoeding van de reiskosten die zij hebben moeten maken om de zitting bij te wonen. De rechtbank stelt die kosten vast op € 66,20 (2 x retour [woonplaats] -Rechtbank Haarlem met openbaar vervoer, tweede klasse). Nu het beroep gegrond wordt verklaard dient verweerder het griffierecht aan eisers te vergoeden.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Snitker, rechter, in aanwezigheid van </para>
      <para>H. van Lingen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van dit proces-verbaal is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.</para>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>de naam en het adres van de indiener;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de datum van verzending;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>e redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>