<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:9432</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T11:48:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11768627 \ CV EXPL  25-4125</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:9432">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:9432</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-21T11:48:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:9432 Rechtbank Noord-Holland , 13-08-2025 / 11768627 \ CV EXPL  25-4125</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:9432:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ambtshalve toetsing. Tussenvonnis. Huur garage. Gelegenheid eisende partij informatie te verstrekken over de wijze van voldoen aan (pre)contractuele informatieplichten. Rentebeding in algemene voorwaarden eisende partij getoetst en niet oneerlijk bevonden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:9432:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11768627 \ CV EXPL  25-4125</para>
      <para>Uitspraakdatum: 13 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Stichting Woningbedrijf Velsen </emphasis>
      </para>
      <para>te IJmuiden</para>
      <para>de eisende partij</para>
      <para>gemachtigden: A. Niekus en mr. E. Krom</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] </emphasis>
      </para>
      <para>te [plaats] </para>
      <para>de gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De eisende partij vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst van een garage aan de [adres] in [plaats] (hierna: het gehuurde), ontruiming van het gehuurde en veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 659,60, vermeerderd met een gebruiksvergoeding voor elke maand dat het gehuurde in gebruik blijft, te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De eisende partij legt aan de vordering ten grondslag dat de gedaagde partij tekortschiet in de nakoming van de huurovereenkomst en dat deze tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vordering is gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.<footnote-ref linkend="_53577319-eff0-4184-9a47-5be17648be91" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De eisende partij heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende (pre)contractuele informatieplichten. De eisende partij heeft namelijk nagelaten een concrete toelichting te geven op de wijze van totstandkoming van de overeenkomst en hoe zij in die situatie heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen op welke wijze de overeenkomst tot stand is gekomen (op afstand, buiten de verkoopruimte of binnen de verkoopruimte) en of aan de gedaagde partij op duidelijke en begrijpelijke wijze de hiervoor bedoelde essentiële informatie is verstrekt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Weliswaar heeft de eisende partij producties bij de dagvaarding overgelegd, maar zonder toe te lichten welke delen daarvan relevant zijn voor welk standpunt. Producties kunnen stellingen enkel ondersteunen en niet vervangen. Het is niet aan de kantonrechter om eigenhandig op zoek te gaan naar informatie.<footnote-ref linkend="_37516cef-d435-4bba-bb3d-cf0177301620" /> Het is dus aan de eisende partij om concreet aan te geven welke informatie in welke productie te vinden is (bijvoorbeeld door de relevante onderdelen in de producties te onderstrepen of te arceren). De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke onderbouwing in eventuele vervolgzaken<footnote-ref linkend="_1ebc6218-71e5-4516-90cf-f9d9f73b1a14" /> kan leiden tot afwijzing van de vordering. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij wijze van uitzondering wordt de eisende partij in de gelegenheid gesteld om de hiervoor bedoelde informatie alsnog bij akte te verstrekken. De eisende partij moet expliciet en op een duidelijke manier stellen en onderbouwen hoe zij ten aanzien van de gedaagde partij heeft voldaan aan de op haar rustende informatieplichten. Als de eisende partij daaraan niet of niet volledig voldoet, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die zij geraden acht. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest<footnote-ref linkend="_bd9eb590-8438-44ae-bf03-e62bdc1b6684" />, gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Uit de overgelegde stukken blijkt dat op de overeenkomst(en) de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing zijn verklaard: ‘Algemene Huurvoorwaarden voor Garages en Parkeerruimte’ van januari 2009 (hierna: de algemene voorwaarden). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>In artikel 3 van de huurovereenkomst en artikel 4.2 van de algemene voorwaarden staat een huurprijswijzigingsbeding. Uit de stukken blijkt dat de eisende partij de huurprijs gedurende de looptijd van de huurovereenkomst niet heeft gewijzigd, zodat deze bedingen geen verband houden met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter deze bedingen niet toetsen op (on)eerlijkheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <parablock>
        <para>Het rentebeding in artikel 4.1 van de algemene voorwaarden is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.</para>
        <para>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Conclusie en proceskosten </emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat de eisende partij bij akte de onder 2.6. genoemde toelichting moet geven vóór of uiterlijk op de rolzitting van woensdag 10 september 2025;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_53577319-eff0-4184-9a47-5be17648be91" label="1">
    <para> Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_37516cef-d435-4bba-bb3d-cf0177301620" label="2">
    <para> Hoge Raad 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:404.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ebc6218-71e5-4516-90cf-f9d9f73b1a14" label="3">
    <para> Ingeleid met een dagvaarding vanaf 1 oktober 2025.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bd9eb590-8438-44ae-bf03-e62bdc1b6684" label="4">
    <para> HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:NL:EU:C:68 (Dexia).</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>