<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:9280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-10-15T10:02:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-08-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11612821 \ CV FORM  25-1974</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2025/419</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:9280">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:9280</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-28T10:21:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:9280 Rechtbank Noord-Holland , 06-08-2025 / 11612821 \ CV FORM  25-1974</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:9280:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. EPGV. De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat hij de annulering meer dan twee weken van tevoren aan de passagiers heeft medegedeeld. De passagiers betwisten dit. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat hij de annulering heeft medegedeeld aan het reisbureau van de passagiers, maar dat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat het reisbureau de annulering vervolgens ook aan de passagiers heeft gecommuniceerd. Daarom slaagt het betoog van de vervoerder niet en wordt de verzochte compensatie toegewezen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:9280:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11612821 \ CV FORM  25-1974</para>
      <para>Uitspraakdatum: 6 augustus 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>
      [eiser 1]
    </title>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	[eiser 2]</emphasis>
        <?linebreak?>beiden wonende te [plaats]</para>
      <para>verzoekende partijen</para>
      <para>verder te noemen: de passagiers</para>
      <para>gemachtigde: mr. C.E. Dupain (ProBe-ASP B.V., handelende onder de naam Aviclaim)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">EasyJet Europe Airline GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Wenen, Oostenrijk</para>
      <para>verwerende partij  </para>
      <para>verder te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De zaak in het kort</emphasis>
      </para>
      <para>De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht vanwege een geannuleerde vlucht. De vervoerder voert aan dat hij de annulering meer dan twee weken van tevoren aan de passagiers heeft medegedeeld. De passagiers betwisten dit. De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder voldoende heeft onderbouwd dat hij de annulering heeft medegedeeld aan het reisbureau van de passagiers, maar dat hij onvoldoende heeft onderbouwd dat het reisbureau de annulering vervolgens ook aan de passagiers heeft gecommuniceerd. Daarom slaagt het betoog van de vervoerder niet en wordt de verzochte compensatie toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verloop blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vorderingsformulier (formulier A);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verweerschrift.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 26 maart 2023 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Rome, Italië, met vlucht EC7813 (hierna: de vlucht).</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De vervoerder heeft niet uitbetaald.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:</para>
        <para>- € 500,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 26 maart 2023 tot aan de dag der algehele voldoening; <?linebreak?>- € 75,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;<?linebreak?>- de proceskosten.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon.<footnote-ref linkend="_3a035d1b-2f51-4d71-b874-2530a196dfab" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat hij de annulering ten minste twee weken voor de geplande vertrektijd van de vlucht aan de passagiers heeft medegedeeld.<footnote-ref linkend="_68ce3a75-5bd3-4451-acba-3f6d75eee3ca" /></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat hij de annulering ten minste twee weken voor de geplande vertrektijd aan de passagiers heeft medegedeeld. Het Hof heeft geoordeeld dat een luchtvaartmaatschappij ook verplicht is compensatie te betalen in het geval waarin de luchtvaartmaatschappij de annulering wel (tijdig) heeft medegedeeld aan een reisbureau, maar het reisbureau vervolgens de passagiers niet (tijdig) heeft geïnformeerd.<footnote-ref linkend="_47f2ec82-9adb-4faf-b988-cb38e5e10baf" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De vervoerder stelt dat hij de passagiers op 11 november 2022 op de hoogte heeft gesteld van de annulering. Op die dag heeft hij het reisbureau Flywise, waarbij de passagiers de tickets hadden geboekt, op de hoogte gesteld van de annulering. Flywise heeft de annulering vervolgens aan de passagiers doorgegeven. Ter onderbouwing verwijst de vervoerder naar een bevestiging van Flywise en een schermafdruk uit een intern systeem.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De passagiers betwisten dit. Zij voeren aan dat zij niet door het reisbureau zijn geïnformeerd over de annulering.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het verweer van de vervoerder slaagt niet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder weliswaar voldoende onderbouwd dat hij de annulering meer dan twee weken voor de geplande vertrektijd aan het reisbureau heeft medegedeeld, maar daaruit blijkt niet zonder meer dat het reisbureau de passagiers vervolgens ook op de hoogte heeft gesteld van de annulering. Dit laatste heeft de vervoerder onvoldoende onderbouwd. De enkele stelling dat het reisbureau dit wel heeft doorgegeven aan de passagiers is, gelet op de betwisting door de passagiers, daartoe onvoldoende. Het had op de weg van de vervoerder gelegen om dit nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door de correspondentie tussen het reisbureau en de passagiers in het geding te brengen. Dit betekent dat de door de passagiers verzochte compensatie zal worden toegewezen. De verzochte wettelijke rente over de hoofdsom is als anderszins onweersproken eveneens toewijsbaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten verzocht. Omdat het onderhavige verzoek geen betrekking heeft op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is, zal de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben niet gesteld dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het verzoek is dan ook niet toewijsbaar.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De proceskosten komen voor rekening van de vervoerder omdat deze grotendeels ongelijk krijgt.  Ook de nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Op verzoek van de passagiers zal een certificaat aan deze beschikking worden gehecht.<footnote-ref linkend="_bc281ae9-e46a-473d-bdfa-4e6ee0e96598" /></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing<?linebreak?>De kantonrechter:</title>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 maart 2023 tot aan de dag van de algehele voldoening; </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagiers tot en met vandaag worden begroot op € 226,00 aan griffierecht en € 82,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagiers worden gemaakt;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>wijst het meer of anders verzochte af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beschikking is gegeven door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier								De kantonrechter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_3a035d1b-2f51-4d71-b874-2530a196dfab" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_68ce3a75-5bd3-4451-acba-3f6d75eee3ca" label="2">
    <para> Artikel 5 lid 1, onder c en onder i van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_47f2ec82-9adb-4faf-b988-cb38e5e10baf" label="3">
    <para> HvJEU 11 mei 2017, C-302/16, ECLI:EU:C:2017:359.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bc281ae9-e46a-473d-bdfa-4e6ee0e96598" label="4">
    <para> Zoals bedoeld in artikel 20 lid 2 van de Verordening (EG) nr. 861/2007 tot vaststelling van een Europese procedure voor geringe vorderingen zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421 van 16 december 2015.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>