<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:9279</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-28T09:08:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11614637 \ CV EXPL  25-2002</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#bodemzaak">Bodemzaak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:9279">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:9279</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-28T09:08:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:9279 Rechtbank Noord-Holland , 30-07-2025 / 11614637 \ CV EXPL  25-2002</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:9279:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Luchtvaart. Bevoegdheidsincident. Vlucht van Edinburgh, Verenigd Koninkrijk, via Amsterdam-Schiphol Airport en via Minneapolis, Verenigde Staten, naar Rhinelander, Verenigde Staten. Schiphol was slechts een overstapluchthaven en daarom niet de plaats van uitvoering van de verbintenis. Ook geen andere aanknopingspunten waaraan de Nederlandse rechter rechtsmacht kan ontlenen. Kantonrechter onbevoegd om van het geschil kennis te nemen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:9279:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Insolventie</para>
    <para>locatie Haarlem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11614637 \ CV EXPL  25-2002</para>
      <para>Uitspraakdatum: 30 juli 2025</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in het incident van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">AirHelp Germany GmbH</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Berlijn, Duitsland</para>
      <para>eiser in de hoofdzaak<?linebreak?>verweerder in het incident</para>
      <para>hierna te noemen: AirHelp</para>
      <para>gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de rechtspersoon naar buitenlands recht</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Delta Air Lines Inc.</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Atlanta, Verenigde Staten</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak<?linebreak?>eiser in het incident</para>
      <para>hierna te noemen: de vervoerder</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Lustenhouwer (AKD N.V.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding;</para>
      <para>- de incidentele conclusie tot onbevoegdheid.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>AirHelp heeft niet meer gereageerd. Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De vordering in de hoofdzaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van € 600,-, te vermeerderen met rente en kosten. AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>AirHelp stelt dat [betrokkene] (hierna: de passagier) een vervoersovereenkomst heeft gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 15 oktober 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Minneapolis, Verenigde Staten, naar Rhinelander, Verenigde Staten. De vervoerder heeft vlucht DL4233 van Minneapolis naar Rhinelander (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen. AirHelp stelt dat de passagier haar eventuele vorderingsrecht aan AirHelp heeft overgedragen. Volgens AirHelp moet de vervoerder daarom en vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie van € 600,- aan AirHelp voldoen.<footnote-ref linkend="_4d009ea0-6a15-42ab-948d-cd64cf50f5b2" /><?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering in het incident<?linebreak?></title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De vervoerder heeft de kantonrechter verzocht om zich onbevoegd te verklaren om van de vordering kennis te nemen, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van AirHelp in de kosten van het incident. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>De vervoerder legt aan zijn vordering ten grondslag dat hij is gevestigd in de Verenigde Staten. Hij betwist dat de passagier (alleen) een boeking had om te reizen van Amsterdam, via Minneapolis naar Rhinelander. Volgens hem is de passagier overeengekomen om vervoerd te worden vanaf Edinburgh, Verenigd Koninkrijk, via Amsterdam-Schiphol Airport en via Minneapolis, naar Rhinelander, met de vluchtcombinatie DL9511, DL165 en DL4233. Dit betekent dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft, aldus de vervoerder.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>De kantonrechter stelt voorop dat de vervoerder niet is gevestigd in een EU-lidstaat. Daarom moet de rechtsmacht van de Nederlandse rechter worden beoordeeld aan de hand van het Nederlandse procesrecht.<footnote-ref linkend="_7e76405a-b83c-444a-8f02-ae37604e6a97" /> Op grond daarvan heeft de Nederlandse rechter rechtsmacht als de gedaagde zijn woonplaats of vaste verblijfplaats in Nederland heeft.<footnote-ref linkend="_1624522e-a1e6-475d-8fbe-8d8f137a6b95" /> De vervoerder is gevestigd in de Verenigde Staten en heeft dus geen woonplaats in Nederland.<footnote-ref linkend="_48d10296-c0d2-409a-8b34-331972dbd284" /> AirHelp heeft niet gesteld dat de boeking voor de vlucht in kwestie een aangelegenheid was die het filiaal van de vervoerder op Schiphol betreft, zodat de vervoerder ook niet op grond daarvan een woonplaats in Nederland heeft.<footnote-ref linkend="_813e5dc0-2485-4845-83b5-d726a74c4ba3" /> Daarom kan de kantonrechter geen bevoegdheid ontlenen aan de woonplaats van de vervoerder.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>De Nederlandse rechter heeft eveneens rechtsmacht als de verbintenis die aan de vordering ten grondslag ligt, in Nederland is uitgevoerd.<footnote-ref linkend="_bbbccb96-5e64-4d14-99ef-29feb7028caa" /> Het gaat hier om een overeenkomst tot verstrekking van (luchtvervoers)diensten. De plaats van uitvoering van diensten is in Nederland gelegen als deze volgens de overeenkomst in Nederland verstrekt werden.<footnote-ref linkend="_8b01d685-1935-4c8c-8605-18c7c70ece2c" /> Het Hof heeft geoordeeld dat diensten van luchtvervoer worden verstrekt op zowel de plaats van vertrek als de plaats van aankomst van het vliegtuig.<footnote-ref linkend="_3a331216-e3be-4389-9039-9a014da63123" /> In het incident staat als onbetwist vast dat de passagier niet is vertrokken vanaf Amsterdam-Schiphol Airport, maar vanuit Edinburgh, Verenigd Koninkrijk. De plaats van aankomst was Rhinelander, Verenigde Staten. Amsterdam-Schiphol Airport kan daardoor niet als plaats van uitvoering van de overeenkomst worden aangemerkt. Dit was immers slechts een overstapluchthaven.<footnote-ref linkend="_31dfddff-3e3c-42e7-af2b-f126ca52a0b6" /> Dit betekent dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft op grond van de plaats van uitvoering van de overeenkomst.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>De kantonrechter ziet in dit geschil ook geen andere aanknopingspunten waaraan de Nederlandse rechter rechtsmacht kan ontlenen. Dit betekent dat de vordering van de vervoerder slaagt. De kantonrechter zal zich onbevoegd verklaren om van het geschil kennis te nemen.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.</para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 82,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad;<?linebreak?><emphasis role="underline">in de hoofdzaak</emphasis></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart zich onbevoegd om van de vordering kennis te nemen;</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt AirHelp in de kosten van de hoofdzaak, die aan de zijde van de vervoerder worden vastgesteld op nihil.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_4d009ea0-6a15-42ab-948d-cd64cf50f5b2" label="1">
    <para> Artikel 7 van de Verordening.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7e76405a-b83c-444a-8f02-ae37604e6a97" label="2">
    <para> Artikel 6 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1624522e-a1e6-475d-8fbe-8d8f137a6b95" label="3">
    <para> Artikel 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48d10296-c0d2-409a-8b34-331972dbd284" label="4">
    <para> Op grond van artikel 1:10 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW).</para>
  </footnote>
  <footnote id="_813e5dc0-2485-4845-83b5-d726a74c4ba3" label="5">
    <para> Artikel 1:14 BW.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_bbbccb96-5e64-4d14-99ef-29feb7028caa" label="6">
    <para> Artikel 6 lid onder a Rv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8b01d685-1935-4c8c-8605-18c7c70ece2c" label="7">
    <para> Artikel 6a onder bRv.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3a331216-e3be-4389-9039-9a014da63123" label="8">
    <para> HvJEU 9 juli 2009, C-204/08, ECLI:EU:C:2009:439.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_31dfddff-3e3c-42e7-af2b-f126ca52a0b6" label="9">
    <para> Zie ook HvJEU 3 februari 2022, C-20/21, ECLI:EU:C:2022:71.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>