<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:8719</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-30T09:26:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">15.366527.24</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:8719">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:8719</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-30T09:18:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:8719 Rechtbank Noord-Holland , 29-07-2025 / 15.366527.24</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:8719:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor verkrachting wegens het ontbreken van (objectieve) steunbewijs. veroordeling voor mishandeling; oplegging van een geldboete van euro 500,00, rekening houdend met het tijdsverloop. Gedeeltelijke toewijzing van de vordering van het slachtoffer.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:8719:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Team Straf, zittingsplaats Haarlem</para>
    <para>Meervoudige strafkamer</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 15.366527.24 (P)</para>
      <para>Uitspraakdatum: 29 juli 2025</para>
      <para>Tegenspraak (artikel 279 Wetboek van Strafvordering)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 juli 2025 in de zaak tegen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
        <emphasis role="bold smallcaps">,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboorteplaats en -datum],</para>
      <para>ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres [adres 1].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie</para>
      <para>mr. M.G.T. Kramer en van wat zijn raadsman mr. M.J. Bouwman, advocaat te Haarlem, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Tenlastelegging </title>
    <parablock>
      <para>Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
      <para>hij op of omstreeks 8 november 2023 te Zandvoort door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die<?linebreak?>bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],<?linebreak?>hebbende verdachte<?linebreak?>- zijn vinger(s) en/of penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte<?linebreak?>- zijn hand om de nek van die [slachtoffer] heeft gedaan en/of<?linebreak?>- (vervolgens) die [slachtoffer] heeft gewurgd en/of<?linebreak?>- die [slachtoffer] (vervolgens) op/tegen de bank heeft geduwd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:<?linebreak?>hij op of omstreeks 8 november 2023 te Zandvoort [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer]:<?linebreak?>- tegen haar keel te duwen en/of<?linebreak?>- te wurgen en/of<?linebreak?>- tegen een bank te duwen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Voorvragen</title>
    <para>De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling van het bewijs</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde feit. Het slachtoffer heeft consistent verklaard en haar aangifte wordt voldoende ondersteund door de verklaring van haar buurvrouw en de bevindingen van de huisarts en de forensisch arts. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>Met betrekking tot het primair ten laste gelegde feit heeft de raadsman vrijspraak bepleit wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. </para>
        <para>Ook met betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Voor het wurgen van aangeefster, het tegen de keel duwen en tegen de bank duwen van het slachtoffer ontbreekt steunbewijs en het letsel aan de keel/hals is niet geconstateerd. Het tegen de bank duwen zorgt bovendien niet voor pijn of letsel.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>3.3.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Het primaire feit (verkrachting)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Juridisch kader</emphasis>
          </para>
          <para>Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat zedenzaken zich doorgaans laten kenmerken door het gegeven dat slechts twee personen aanwezig waren bij de ten laste gelegde seksuele gedragingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Bij een ontkennende verdachte, zoals in deze zaak, kan dat ertoe leiden dat slechts de verklaringen van het vermeende slachtoffer als wettig bewijsmiddel beschikbaar zijn.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op grond van het bepaalde in artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechtbank niet uitsluitend worden gebaseerd op de verklaring van één getuige. Voor een bewezenverklaring moet sprake zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan het vermeende slachtoffer. In zedenzaken kan een geringe mate van steunbewijs in combinatie met de betrouwbare verklaring(en) van het slachtoffer voldoende wettig bewijs opleveren. Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat elk bestanddeel van het ten laste gelegde feit bevestiging vindt in ander bewijsmateriaal, maar dat het voldoende is dat de verklaring van het slachtoffer op bepaalde punten bevestiging vindt in andere bewijsmiddelen die afkomstig zijn van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Daar staat tegenover dat tussen de verklaring en het overige bewijsmateriaal een niet te ver verwijderd verband mag bestaan.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank overweegt verder dat voor een veroordeling van verkrachting zal moeten komen vast te staan dat de verdachte door (bedreiging met) geweld of andere feitelijkheden de aangeefster heeft gedwongen om seksuele handelingen te ondergaan die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Beoordeling</emphasis>
          </para>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank worden de verklaringen van aangeefster over de ten laste gelegde handelingen, ook in onderdelen van die verklaringen, onvoldoende ondersteund door bewijsmiddelen uit andere bron dan de aangeefster, om te kunnen vaststellen dat de verdachte de ten laste gelegde handelingen heeft verricht.</para>
          <para>De verklaring van de buurvrouw van aangeefster dat zij op 8 november 2023 een heftige ruzie tussen de verdachte en aangeefster heeft gehoord is onvoldoende ondersteuning hiervoor. Weliswaar heeft de huisarts op 8 november 2023 enig letsel bij aangeefster geconstateerd, maar naar het oordeel van de rechtbank kan dit letsel niet zondermeer in verband worden gebracht met de primair ten laste gelegde seksuele handelingen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat op 9 november 2023 bij aangeefster een zedenkit is afgenomen en er zowel in als op het lichaam is bemonsterd. Uit het daaropvolgende NFI-rapport van 20 februari 2024 blijkt dat, zowel in als op het lichaam van aangeefster, geen DNA-sporen zijn aangetroffen die matchen met het DNA van de verdachte. Bovendien blijkt uit dit rapport dat geen verwondingen rond de vagina zijn geconstateerd.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Conclusie:</emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op het vorenstaande concludeert de rechtbank dat de verklaring van aangeefster onvoldoende wordt ondersteund door (objectieve) bewijsmiddelen die in voldoende mate kunnen bijdragen aan de overtuiging dat sprake is geweest van seksuele handelingen en waaruit kan worden afgeleid op welke wijze de verdachte de voor de ten laste gelegde verkrachting vereiste dwang heeft uitgeoefend. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat er naast de verklaringen van de aangeefster geen ander overtuigend bewijsmateriaal om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Dit betekent dat niet is voldaan aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv. Daardoor kan het primair tenlastegelegde niet wettig en overtuigend worden bewezen en dient de verdachte te worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">Redengevende feiten en omstandigheden subsidiaire feit</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde feit op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat, in die zin dat hij haar heeft mishandeld door haar tegen de keel te duwen. De verweren van de verdediging vinden hun weerlegging in de bewijsmiddelen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Bewezenverklaring</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>hij op 8 november 2023 te Zandvoort [slachtoffer] heeft mishandeld door die [slachtoffer] tegen haar keel te duwen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Kwalificatie en strafbaarheid van het feit</title>
    <para>Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid van de verdachte</title>
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">6.	Motivering van de sanctie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat aan de verdachte de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt opgelegd, inhoudende een contactverbod met aangeefster en een locatieverbod.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>In verband met de bepleite vrijspraak heeft de raadsman geen strafmaatverweer gevoerd. De raadsman ziet geen reden om een maatregel op grond van artikel 38v Sr aan de verdachte op te leggen, nu er geen aanleiding is aan te nemen dat de verdachte contact zal opzoeken met de aangeefster.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ernst van het feit:</emphasis>
        </para>
        <para>De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling door het slachtoffer tegen haar keel te duwen. Als gevolg hiervan heeft het slachtoffer letsel opgelopen en het heeft haar pijn gedaan. De verdachte heeft door zijn handelen de lichamelijke integriteit van het slachtoffer aangetast. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De persoon van de verdachte:</emphasis>
        </para>
        <para>Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie).  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Strafmaat:</emphasis>
        </para>
        <para>	De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) gaan bij een mishandeling, lichamelijk letsel ten gevolge hebbende, in beginsel uit van een geldboete van € 750,00. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook dient rekening te worden gehouden met het tijdsverloop in deze zaak wat alles afwegende de rechtbank tot het oordeel brengt dat een geldboete van € 500,- moet worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om aan de verdachte de maatregel op grond van artikel 38v Sr op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel</title>
    <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 7.500,00 ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het primair ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie:</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering tot schadevergoeding wordt toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman:</emphasis>
      </para>
      <para>Vanwege de bepleite vrijspraak heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet ontvankelijk moet worden verklaard in haar vordering. Subsidiair heeft de raadsman verzocht de hoogte van de schadevergoeding te matigen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank:</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het primair ten laste gelegde feit, maar veroordelen voor het subsidiair ten laste gelegde feit, te weten de mishandeling van de benadeelde partij. De rechtbank is van oordeel dat vaststaat dat de benadeelde partij als rechtstreeks gevolg van de mishandeling immateriële schade heeft geleden. Op grond van artikel 6:106, aanhef en onder b van het Burgerlijk Wetboek bestaat recht op vergoeding van immateriële schade als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. In dit geval is sprake van lichamelijk letsel omdat de benadeelde partij door de verdachte tegen de keel is geduwd en hierdoor hematomen (blauwe plekken) in de hals zijn ontstaan. Gelet op de ernst van het letsel en de gevolgen voor de benadeelde partij en rekening houdend met in de rechtspraak in soortgelijke gevallen toegekende bedragen is de rechtbank van oordeel dat naar billijkheid een bedrag van € 350,00 toewijsbaar is. Dit bedrag zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 november 2023 tot aan de dag van algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast dient de verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij kan de delen van de vordering, die tot niet-ontvankelijkheid zullen leiden, desgewenst bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank ziet als gevolg van verdachtes subsidiair bewezen verklaarde handelen [kort gezegd: mishandeling] aanleiding ter zake van de vordering van de benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <parablock>
      <para>De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:</para>
      <para>artikel 23, 24c, 36f, 300 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para>De rechtbank:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat het subsidiair bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte tot het betalen van een geldboete van € 500,00 (vijfhonderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer] </emphasis>geleden schade tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 350,00 (driehonderdvijftig)</emphasis>, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 november 2023 tot aan de dag van algehele voldoening.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 350,00 (driehonderdvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 (zeven) dagen gijzeling en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 8 november 2023 tot aan de dag van algehele voldoening. </para>
      <para>De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de Staat en dat betalingen aan de Staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum</emphasis>
      </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
      <para>mr. N.M.L. Rogmans voorzitter,</para>
      <para>mr. C.S. Schoorl en A.M.C. de Haan, rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier D.H. Geuze,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bijlage</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De bewijsmiddelen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben en, voor zover het geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 5°, van het Wetboek van Strafvordering betreft, telkens slechts gebezigd in verband met de inhoud van de andere bewijsmiddelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een proces-verbaal van aangifte. Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als de op 15 december 2023 door aangeefster [slachtoffer] ten overstaan van afgelegde verklaring (digitale pagina’s 13 tot en met 18:</emphasis>
      </para>
      <para>Ik wil aangifte doen van mishandeling. Hij heet [verdachte]. Hij werd boos en pakte me bij mijn keel en duwde me op de bank. Hij pakte mijn telefoon af en duwde me weer bij mijn keel de bank in.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een proces-verbaal van bevindingen. Dit proces-verbaal houdt – zakelijk weergegeven – onder meer in als relaas van bevindingen van verbalisant (digitale pagina’s 19 tot en met 21):</emphasis>
      </para>
      <para>Op 8 november 2023 omstreeks 01.30 uur kregen wij de melding van een mishandeling aan de [adres 2] in Zandvoort. De melder betrof de buurvrouw van [adres 3]. Volgens de buurvrouw zou de hoofdbewoner van nummer [adres 2], [slachtoffer], afgemaakt worden. Eenmaal aangekomen bij de woning, zag ik dat er een worsteling gaande was tussen een man en een vrouw. Naar later bleek waren dit [slachtoffer] en [verdachte].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Een schriftelijk bescheid, inhoudende een verslag van een deskundige in als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 4°, van het Wetboek van Strafvordering.  (digitale pagina 8)</emphasis>
      </para>
      <para>Dit geschrift houdt onder meer in: als verklaring van huisarts mevrouw N. van Bergen met betrekking tot [slachtoffer] geboren op [geboortedatum]:</para>
      <para>Uit het journaal d.d. 8 november 2023:</para>
      <para>Door vriend bij haar keel gegrepen;</para>
      <para>in de hals rechter zijde; aantal hematomen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>