<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:8066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-05T19:01:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">HAA 23/78</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Haarlem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2025/1660</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:8066">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:8066</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-29T14:26:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:8066 Rechtbank Noord-Holland , 01-07-2025 / HAA 23/78</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:8066:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank verklaart twee beroepen niet-ontvankelijk omdat deze zijn ingediend voordat verweerder uitspraak op bezwaar heeft gedaan. De zaak HAA 24/4849 verklaart de rechtbank het beroep ongegrond: de Belastingdienst heeft de aanslag inkomstenbelasting 2022 correct vastgesteld en eiser heeft geen inhoudelijke bezwaren aangevoerd. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen of recht op schadevergoeding. De rechtbank wijst proceskostenvergoeding af. Daarnaast stelt de rechtbank vast dat het werkelijke probleem van eiser voortkomt uit langdurige frustratie over zijn faillissement in 1998. Dit probleem kan alleen buiten de rechtszaal worden opgelost, mogelijk via een gesprek met betrokken instanties en een onafhankelijke mediator.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:8066:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <para>
    <emphasis role="bold caps">Rechtbank noord-holland</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Haarlem </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bestuursrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>zaaknummers: HAA 23/78, HAA 23/6882 en HAA 24/4849</para>
  </parablock>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 1 juli 2025 in de zaak tussen</title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [eiser] te [woonplaats] , eiser</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst (hierna: verweerder),  </title>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">HAA 23/78</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep tegen de uitspraak op het bezwaarschrift tegen de</para>
      <para>aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) 2021 niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">HAA 23/6882</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep tegen de tegen de definitieve aanslag  IB/PVV 2022 niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">HAA 24/4849</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep tegen de uitspraak op het bezwaarschrift tegen de aanslag IB/PVV 2022 ongegrond. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Onderzoek ter zitting</emphasis>
      </para>
      <para>Het onderzoek vond plaats op 24 juni 2025 in de woning van eiser die daarbij in persoon aanwezig was; verweerder heeft met een videoverbinding aan het onderzoek deelgenomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para>Eiser is al jarenlang in gevecht met de Belastingdienst. Hij is boos omdat de Belastingdienst hem, naar eigen zeggen, bij zijn faillissement in 1998 onrecht heeft aangedaan. Sinds 2009 gaat hij tegen iedere belastingaanslag in bezwaar en in beroep en voert klachten aan die niets met de eigenlijke belastingaanslag te maken hebben. In deze procedures vordert eiser € 310.000 aan schadevergoeding omdat hij zegt benadeeld te zijn in de toeslagenaffaire. De beroepschriften van eiser inclusief de talrijke aanvullingen en bijlagen zijn omvangrijk: het voorliggende dossier beslaat ongeveer 2700 pagina’s. En eiser kondigde aan hij pas zal stoppen met het voeren van zinloze dure en tijdrovende procedures nadat hij een excuusbrief van de Belastingdienst heeft ontvangen. Hij voert deze strijd alleen en op deze manier omdat hij zich geen advocaat kan veroorloven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Kern van het probleem en hoe nu verder</emphasis>
      </para>
      <para>Volgens eiser hangen de toeslagen die hij ontvangt onlosmakelijk samen met zijn fiscale inkomen, en is verweerder dan ook aanspreekbaar voor problemen die hij met de Dienst Toeslagen ervaart. Dit is gedeeltelijk waar. Er bestaat inderdaad een verband tussen de hoogte van de toeslagen die eiser ontvangt en zijn fiscale inkomen, omdat de Dienst Toeslagen zich baseert op financiële gegevens van de Belastingdienst. In zoverre heeft eiser gelijk. Maar verweerder heeft geen bemoeienis met de vaststelling en uitbetaling van de huur- en zorgtoeslag, dat doet de Dienst Toeslagen als ‘zelfstandig onderdeel van het ministerie van Financiën.’ Anders dan eiser aanvoert is verweerder dus niet aanspreekbaar voor wat de Dienst Toeslagen doet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kern van het probleem: woede en frustratie richting de Belastingdienst die stamt uit de tijd waarin eiser met een persoonlijk faillissement te kampen had, en die eiser projecteert op de medewerker van de Belastingdienst die nu zijn aanslagen inkomstenbelasting vaststelt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dat probleem kan in deze procedure niet worden opgelost. Om dat probleem op te lossen moet het eerst goed worden geanalyseerd. Vervolgens is het misschien mogelijk om in een of meer gesprekken tussen eiser en de verantwoordelijke personen nader tot elkaar te komen - met wellicht de door eiser gewenste excuusbrief als gevolg. Uit de probleemanalyse moet blijken wie de hiervoor bedoelde verantwoordelijken zijn (de Dienst Toeslagen, de Ontvanger, de inspecteur?). Het zou goed zijn als die gesprekken plaatsvinden onder begeleiding van een onafhankelijke bemiddelaar, een mediator. En het zou goed zijn als de Belastingdienst daartoe het initiatief neemt.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijk</emphasis>
      </para>
      <para>Tijdens de zitting heeft eiser verklaard dat de inspecteur zijn aanslagen inkomstenbelasting correct heeft vastgesteld. Hij heeft dan ook geen inhoudelijke argumenten ingebracht tegen het standpunt dat de Belastingdienst in deze zaken inneemt. Ook de rechtbank kan zich na bestudering van het dossier verenigen met de fiscaal-juridische analyse van verweerder. Die komt kort gezegd neer op het volgende.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">HAA 23/78 </emphasis>
      </para>
      <para>Eiser maakte op 23 november 2022 bezwaar tegen de aan hem opgelegde aanslag IB/PVV 2021. Op 30 november 2022 stelde hij beroep in. Tussen deze twee momenten is er geen contact geweest tussen eiser en verweerder en verweerder nog geen uitspraak op het bezwaar gedaan. Eiser kon ook niet menen dat dit al was gebeurd. Het beroep is ingediend voor het begin van de beroepstermijn en is daarom niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">HAA 23/6882</emphasis>
      </para>
      <para>Ook in deze zaak, die gaat over de aanslag IB/PVV 2022 van eiser, is beroep ingesteld voor aanvang van de beroepstermijn en kon eiser niet hebben gemeend dat er al op zijn bezwaar was beslist. Ook dit beroep is om die reden niet-ontvankelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">HAA 24/4849</emphasis>
      </para>
      <para>Deze zaak gaat over de aan eiser opgelegde aanslag IB/PVV 2022. Partijen zijn het erover eens dat verweerder deze aanslag op het juiste bedrag heeft vastgesteld. De rechtbank heeft geen reden hier anders over te oordelen en sluit zich hierbij aan. Verweerder heeft eiser bij het vaststellen van deze aanslag en bij het doen van uitspraak op bezwaar correct bejegend en van strijd met enig beginsel van behoorlijk bestuur is in deze zaak geen sprake geweest. Dat eiser in verband met de behandeling van zijn aanslag IB/PVV 2022 aanspraak maakt op een schadevergoeding, is niet aannemelijk geworden. Het beroep is daarom ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Snitker, rechter, in aanwezigheid van F.S. Anderson, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2025.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift per post verzonden op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>U kunt digitaal beroep instellen via www.rechtspraak.nl. Daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het hogerberoepschrift moet, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend zijn. Verder moet het ten minste het volgende vermelden:</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <parablock>
      <para>a. 	de naam en het adres van de indiener;</para>
      <para>b. 	de datum van verzending;</para>
      <para>c. 	een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;</para>
      <para>d. 	de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>