<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:7576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T14:35:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-07-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11365449 CV EXPL 24-3534</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:7576">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:7576</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T14:33:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:7576 Rechtbank Noord-Holland , 09-07-2025 / 11365449 CV EXPL 24-3534</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:7576:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vordering terugbetaling koopsom na ontbinding overeenkomst. Bevrijdend verweer,  dat al is betaald, slaagt niet</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:7576:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <emphasis role="bold caps">RECHTBANK </emphasis>
      <emphasis role="bold">NOORD-HOLLAND</emphasis>
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
      <para>Kantonrechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: 11365449 \ CV EXPL 24-3534</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 9 juli 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [de VOF] V.O.F.</emphasis>, </para>
      <para>te Huissen,</para>
      <para>eisende partij,</para>
      <para>hierna te noemen:  [de VOF] ,</para>
      <para>gemachtigde: mr. T.M. Maters,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde] , h.o.d.n. [naam 1]</emphasis>, </para>
      <para>te Heerhugowaard,</para>
      <para>gedaagde partij,</para>
      <para>hierna te noemen: [gedaagde] , </para>
      <para>procederend in persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding met veertien producties</para>
      <para>- het proces-verbaal van het mondeling antwoord</para>
      <para>- het tussenvonnis van 19 februari 2025</para>
      <para>- de mondelinge behandeling van 30 april 2025, waarvan proces-verbaal is opgemaakt</para>
      <para>- de akte uitlating van [de VOF] van 28 mei 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Partijen hebben een koopovereenkomst gesloten betreffende een bedrijfsauto nadat deze door [gedaagde] in mei 2023 op Markplaats was aangeboden. [gedaagde] heeft [de VOF] een factuur van € 27.527,50 gezonden. Dat bedrag is op 30 mei 2024 door [de VOF] aan [gedaagde] betaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] de bedrijfsauto niet kon leveren, is medio juni 2024 tijdens een bespreking bij hotel Van der Valk in Breukelen afgesproken dat [gedaagde] het betaalde aankoopbedrag aan [de VOF] zal terugbetalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [de VOF] heeft in juni en juli verschillende bedragen van het bedrijf van [gedaagde] ( [naam 1] ) ontvangen. Het gaat in totaal om € 3.900,00.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [de VOF] heeft de koopovereenkomst op 14 augustus 2024 ontbonden en [gedaagde] gesommeerd het restant van de koopsom terug te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Met verlof van de rechtbank heeft [de VOF] op 27 september 2024 beslag op de bankrekening van [gedaagde] bij de ABN AMRO Bank gelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [de VOF] vordert in deze procedure betaling van het restant van de koopsom (€ 23.627,50), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 augustus 2024 en de buitengerechtelijke incassokosten (€ 1.011,28), en met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, waaronder de kosten van het gelegde beslag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [de VOF] legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] de volledige koopprijs moet terugbetalen omdat de koopovereenkomst is ontbonden. [gedaagde] heeft, ondanks zijn toezeggingen en aanmaning door [de VOF] , slechts € 3.900,00 terugbetaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [gedaagde] voert verweer.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde] heeft erkend dat hij de betaalde koopsom van € 27.527,50 moet terugbetalen. Volgens [de VOF] heeft [gedaagde] € 3.900,00 terugbetaald, volgens [gedaagde] is dat meer.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het verweer van [gedaagde] , dat hij meer dan € 3.900,00 terugbetaald heeft, is een zogenoemd bevrijdend verweer. Dat betekent dat [gedaagde] voldoende moet stellen, en zo nodig bewijzen, dat - en tot welk bedrag - hij de betalingen heeft verricht, als [de VOF] dat betwist zoals het geval is. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] dit onvoldoende heeft gedaan. Dat wordt hierna uitgelegd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Het standpunt van [gedaagde] is in de eerste plaats tegenstrijdig. In zijn antwoord heeft hij aan de ene kant gesteld dat [de VOF] nog ongeveer € 7.500,00 krijgt en aan de andere kant dat hij meer heeft betaald dan hij moest betalen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] vervolgens gesteld dat hij alles heeft betaald met uitzondering van € 4.700,00. [gedaagde] heeft geen verklaring gegeven voor het feit dat hij wisselende bedragen heeft genoemd. Hij heeft de gestelde bedragen ook niet nader gespecificeerd of onderbouwd. [gedaagde] heeft ook geen verklaring gegeven voor het feit dat hij op 3 september 2024 aan [de VOF] heeft gemaild dat het even geduurd heeft maar ‘meneer zijn geld heeft gehad’, terwijl hij er in deze procedure ook van uitgaat dat hij nog een deel moet betalen. De kantonrechter is het met [de VOF] eens dat de tegenstrijdige stellingen van [gedaagde] zijn verweer ongeloofwaardig maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>In de tweede plaats wordt de stelling van [gedaagde] dat hij meer dan [de VOF] zegt aan haar heeft terugbetaald, niet bevestigd door de getuige [getuige] of ander bewijs. Die getuige verklaart dat [naam 2] hem op 19 juni 2023 vertelde dat hij nog een betaling moest afhandelen, dat [gedaagde] is weggelopen “<emphasis role="italic">om de “betaling” zoals meneer [gedaagde] melden gedaan heeft bij hem in de auto</emphasis>” en dat meneer [gedaagde] nadat hij terugkwam meldde “<emphasis role="italic">dat “alles” gelukt en succesvol gelukt is</emphasis>”. Uit deze verklaring volgt dat de getuige niet uit eigen waarneming verklaart over een betaling door [gedaagde] aan [de VOF] . Het betreft een verklaring ‘van horen zeggen’ van [gedaagde] . Bovendien verklaart de getuige niets over een concreet bedrag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Omdat [gedaagde] zijn bevrijdend verweer tegenover het standpunt van [de VOF] niet nader en daarom onvoldoende heeft onderbouwd, komt de kantonrechter aan het opdragen van nader bewijs aan [gedaagde] niet toe.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>De stelling van [gedaagde] dat sprake zou zijn bedreigingen is voor deze beoordeling niet relevant. Daarop gaat de kantonrechter niet verder in.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter concludeert dat het verweer van [gedaagde] niet slaagt. De vordering van [de VOF] tot terugbetaling van het restant van de koopsom wordt dan ook toegewezen, namelijk tot € 23.627,50. De gevorderde wettelijke rente hierover zal als niet betwist worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>
        [de VOF] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. Deze vordering is niet betwist en voldoet aan de wettelijke vereisten. De kantonrechter zal de vordering daarom toewijzen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen, als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>
        [gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten, inclusief nakosten, en de beslagkosten betalen. De proceskosten van [de VOF] worden begroot op:</para>
      <informaltable>
        <tgroup cols="4">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>- kosten van de dagvaarding</para>
                <para>- beslagexploten (€ 233,28 en € 80,64) </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>113,54</para>
                <para>313,92 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- griffierecht (bodem en beslag)</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.409,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- salaris gemachtigde bodem</para>
                <para>- salaris gemachtigde beslag </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>1.086,00</para>
                <para>543,00 </para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(2 punten × € 543,00)</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>- nakosten</para>
                <para />
                <para>- beslagkosten</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
                <para />
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>135,00</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)</para>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Totaal</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>€</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>3.600,46.</para>
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [de VOF] te betalen een bedrag van € 23.627,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag vanaf 14 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] om aan [de VOF] te betalen een bedrag van € 1.011,28 aan buitengerechtelijke kosten, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 3.600,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de buitengerechtelijke kosten en over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>CK</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>