<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:7021</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-05T12:04:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/15/363598/ HA ZA 25-165</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:7021">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:7021</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2026-06-05T12:01:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2026-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:7021 Rechtbank Noord-Holland , 26-06-2025 / C/15/363598/ HA ZA 25-165</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:7021:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijwaring, toegewezen, geen verweer gevoerd</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:7021:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold caps">RECHTBANK Noord-Holland</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Alkmaar</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknummer: C/15/363598 / HA ZA 25-165</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in incident van 25 juni 2025</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eiser sub 1] , <?linebreak?>2. [eiseres sub 2] , </title>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>eisende partijen in de hoofdzaak,</para>
      <para>gedaagde partijen in het incident,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [eisers] ,</para>
      <para>advocaat: mr. S.K. Setz,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde sub 1] , <?linebreak?>2. [gedaagde sub 2] , </title>
    <parablock>
      <para>te [woonplaats] ,</para>
      <para>gedaagde partijen in de hoofdzaak,</para>
      <para>eisende partijen in het incident,</para>
      <para>hierna samen te noemen: [gedaagden] ,</para>
      <para>advocaat: mr. M.C. Molenaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- de dagvaarding (met producties 1 tot en met 17),</para>
      <para>- de brief van 27 maart 2025 namens [eisers] (met productie 18),</para>
      <para>- de akte overlegging producties namens [eisers] (met producties 19 tot en met 25),</para>
      <para>- de incidentele conclusie tot oproeping in vrijwaring namens [gedaagden]</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Op 22 december 2023 heeft [eisers] een woonark gekocht van [gedaagden]</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Na levering van de woonark heeft [eisers] een gebrek bestaande uit vocht en lekkage vastgesteld aan de woonark. [eisers] heeft [gedaagden] daarover geïnformeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Na onderzoek door meerdere deskundigen heeft [eisers] het gebrek aan de woonark laten herstellen en heeft het deels zelf hersteld. [eisers] stelt dat de schade € 78.748,16 bedraagt. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        [eisers] heeft [gedaagden] meerdere keren verzocht de schade te betalen. Een dergelijk verzoek aan [gedaagden] heeft [eisers] voor het laatst gedaan bij brief van 11 februari 2025.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [gedaagden] vordert dat hem wordt toegestaan om de heer [gedaagde in vrijwaring sub 1] (hierna [gedaagde in vrijwaring sub 1] ) en mevrouw [gedaagde in vrijwaring sub 2] (hierna: [gedaagde in vrijwaring sub 2] ) in vrijwaring op te roepen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Ter onderbouwing van deze vordering stelt [gedaagden] dat hij in 2017 een gespecialiseerd bedrijf, de vennootschap onder firma [de VOF] (hierna de vof), de vloeren in de woonark heeft laten aanleggen. Volgens [eisers] zou de vloer niet goed zijn aangelegd waardoor lekkage zou zijn ontstaan. Als deze stelling van [eisers] juist is, dan heeft de vof volgens [eisers] wanprestatie gepleegd en is de vof aansprakelijk voor de schade van [eisers] [gedaagde in vrijwaring sub 1] en [gedaagde in vrijwaring sub 2] waren de voormalige vennoten van de vof. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        [eisers] heeft de rechtbank bericht geen bezwaar te hebben tegen de vrijwaringsprocedure. Wel maakt [eisers] zich zorgen over een spoedige voortgang. [eisers] hoopt dat de vrijwaringsprocedure niet tot nodeloze vertraging zal leiden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling in het incident</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Voor toewijzing van een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring is vereist dat eisers in het incident, de gewaarborgden (in dit geval [gedaagden] ), voldoende onderbouwd en concreet stellen dat de in vrijwaring op te roepen derden, de waarborgen (in dit geval [gedaagde in vrijwaring sub 1] en [gedaagde in vrijwaring sub 2] ), krachtens hun rechtsverhouding met de gedaagden in de hoofdzaak ( [gedaagden] ) verplicht zijn om de nadelige gevolgen van een eventuele veroordelende beslissing tegen de gedaagden in de hoofdzaak ( [gedaagden] ) te dragen. Het daadwerkelijk bestaan van de gestelde rechtsverhouding hoeft nog niet vast te staan. Dat zal in de vrijwaringszaak moeten worden onderzocht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        [eisers] heeft geen bezwaar tegen de vrijwaringsprocedure. [eisers] heeft dan ook niet betwist dat er sprake is van een rechtsverhouding tussen [gedaagden] en [gedaagde in vrijwaring sub 1] en [gedaagde in vrijwaring sub 2] . Daarmee staat voor de rechtbank vast dat er sprake is van een rechtsverhouding die van invloed kan zijn op datgene waartoe [gedaagden] mogelijk wordt veroordeeld aan [eisers] te betalen in de hoofdzaak.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>
        [eisers] heeft zorgen over een nodeloze vertraging van de hoofdzaak. De rechtbank wijst er in dat verband op dat [eisers] op grond van artikel 215 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan verzoeken tot eerdere afdoening van de hoofdzaak. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Uit de voorgaande overwegingen volgt dat de incidentele vordering zal worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Partijen hebben beiden geen proceskostenveroordeling gevorderd. De rechtbank zal daarom de proceskosten in het incident compenseren. Dit betekent dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in het incident</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>staat toe dat de heer [gedaagde in vrijwaring sub 1] en mevrouw [gedaagde in vrijwaring sub 2] door [gedaagden] in vrijwaring worden gedagvaard tegen de terechtzitting van 6 augustus 2025,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in de hoofdzaak </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van <emphasis role="bold">6 augustus 2025</emphasis> voor conclusie van antwoord.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B. de Metz en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2025.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>MKG/ BM</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>