<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBNHO:2025:6686</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T13:02:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-06-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Noord-Holland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Noord-Holland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2025-06-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">11503040 \ CV EXPL  25-246</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Alkmaar</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:6686">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:6686</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-11-13T12:42:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-11-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBNHO:2025:6686 Rechtbank Noord-Holland , 25-06-2025 / 11503040 \ CV EXPL  25-246</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBNHO:2025:6686:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De kantonrechter verklaart eisende partij in verzet niet ontvankelijk in haar verzet, omdat (i) voor haar slechts beroep bij het gerechtshof openstaat tegen het verstekvonnis en (ii) het instellen van verzet bij de kantonrechter niet tot de mogelijkheden behoort.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBNHO:2025:6686:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK NOORD-HOLLAND</bridgehead>
    <para>Handel, Kanton en Bewind</para>
    <para>locatie Alkmaar</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaaknr./rolnr.: 11503040 \ CV EXPL  25-246 WD</para>
      <para>Uitspraakdatum: 25 juni 2025 (bij vervroeging)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser in verzet] </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>eisende partij in het verzet</para>
      <para>verder te noemen: [eiser in verzet]</para>
      <para>gemachtigde: mr. B. Mous</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen </para>
      <para>
        <?linebreak?>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">Codelogic Benelux B.V. </emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd te Amsterdam </para>
      <para>gedaagde partij in het verzet  </para>
      <para>verder te noemen: Codelogic</para>
      <para>gemachtigde: A.H. Groenewegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Het procesverloop</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para> Codelogic heeft bij inleidende dagvaarding van 27 oktober 2021 een vordering ingesteld tegen [eiser in verzet] en tegen [gedaagde in hoofdzaak] (hierna: [gedaagde in hoofdzaak] ). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>
        [eiser in verzet] is niet verschenen en tegen haar is verstek verleend. [gedaagde in hoofdzaak] is wel verschenen. Bij vonnis van 22 juni 2022 zijn [eiser in verzet] en [gedaagde in hoofdzaak] hoofdelijk veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 16.938,41.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>Bij dagvaarding van 8 januari 2025 is [eiser in verzet] in verzet gekomen van dat vonnis.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.4.</nr>
      <para>Bij tussenvonnis van 5 februari 2025 heeft de kantonrechter bepaald dat in deze zaak een mondelinge behandeling zal worden gehouden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.5.</nr>
      <para>Op 9 mei 2025 heeft de kantonrechter besloten de mondelinge behandeling geen doorgang te laten vinden. De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om een akte te nemen over de ontvankelijkheid van [eiser in verzet] in het door haar ingestelde verzet.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.6.</nr>
      <para>Partijen hebben gediend van akte<emphasis role="bold">.</emphasis></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.7.</nr>
      <para>Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vandaag uitspraak zal worden gedaan. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat [eiser in verzet] niet ontvankelijk is in het door haar ingestelde verzet tegen het vonnis van 22 juni 2022. De kantonrechter legt hieronder uit waarom.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Onderhavige procedure betreft een door [eiser in verzet] ingesteld verzet tegen het op 22 juni 2022 uitgesproken vonnis in de zaak tussen Codelogic als eiseres en [eiser in verzet] en [gedaagde in hoofdzaak] als gedaagden. Blijkens dat vonnis is [gedaagde in hoofdzaak] wel, maar [eiser in verzet] niet in dat geding verschenen en is tegen [eiser in verzet] verstek verleend. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Artikel 140 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bepaalt voor een dergelijk geval dat het op 22 juni 2022 gewezen vonnis tussen alle partijen als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. Dit brengt naar het oordeel van de kantonrechter mee dat (i) voor [eiser in verzet] slechts beroep bij het gerechtshof openstaat tegen dit vonnis en (ii) het instellen van verzet bij de kantonrechter niet tot de mogelijkheden behoort.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Namens [eiser in verzet] is hiertegen aangevoerd dat artikel 140 lid 3 Rv buiten toepassing moet worden gelaten, omdat de inleidende dagvaarding aan haar niet op het juiste adres is betekend. Hierdoor is zij langs geen enkel te billijken weg bekend geraakt met de gevoerde procedure en heeft zij geen eigen verweer kunnen voeren. Daarbij komt dat hoger beroep tegen het vonnis van 22 juni 2022 niet mogelijk is vanwege de appeltermijn. Bovendien moet artikel 140 lid 3 Rv buiten toepassing blijven, omdat [gedaagde in hoofdzaak] niet meer aan de procedure deelneemt. Dit volgt uit een arrest van de Hoge Raad van 7 juli 2017 (ECLI:NL:HR:2017:1274), aldus [eiser in verzet] . </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>Codelogic stelt zich op het standpunt dat sprake is van een vonnis op tegenspraak en dat daartegen slechts hoger beroep mogelijk is.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>De kantonrechter gaat voorbij aan het betoog van [eiser in verzet] en overweegt daartoe als volgt. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad is overschrijding van de reguliere appeltermijn niet zonder meer fataal in een geval waarin de inleidende dagvaarding niet in persoon is betekend, en het verstekvonnis aan de bij verstek veroordeelde niet bekend is geworden voorafgaand aan het verstrijken van de reguliere appeltermijn. Niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding blijft  achterwege indien de veroordeelde (lees: [eiser in verzet] ) hoger beroep heeft ingesteld binnen een redelijke termijn.<footnote-ref linkend="_fe8fdeeb-52bd-47be-9834-a5eb9ca9d029" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Hieruit volgt dat enkel hoger beroep openstaat tegen het verstekvonnis van 22 juni 2022 en dat het gerechtshof eventueel oordeelt of [eiser in verzet] haar hoger beroep binnen een redelijke termijn heeft ingesteld. Over de lengte van de door het gerechtshof naar verwachting redelijk te achten termijn verwijst de kantonrechter naar hetgeen in het hiervoor aangehaalde arrest is overwogen onder r.o. 3.4.3.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Van een situatie waarin de wel verschenen gedaagde ( [gedaagde in hoofdzaak] ) niet langer deelneemt aan de procedure is niet gebleken. Het beroep van [eiser in verzet] op het arrest van de Hoge Raad van 7 juli 2017 (ECLI: NL:HR:2017:1274) gaat daarom niet op.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>
        [eiser in verzet] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Codelogic worden veroordeeld. De kantonrechter begroot deze kosten op nihil.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Verklaart [eiser in verzet] niet-ontvankelijk in het door haar ingestelde verzet;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Veroordeelt [eiser in verzet] tot betaling van de proceskosten in deze verzetprocedure, die tot en met vandaag voor Codelogic worden vastgesteld op nihil.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.D.M. Hazeu en bij vervroeging op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De griffier		De kantonrechter</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_fe8fdeeb-52bd-47be-9834-a5eb9ca9d029" label="1">
    <para>Hoge Raad 3 oktober 2014, ECLI:NL:HR:2014:2894</para>
    <para />
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>